Gek van het geratel

Op tachtig meter hoogte waait het ’s nachts harder dan gedacht.

Wie naast een windmolen woont kan daar ’s nachts veel last van hebben.

Windmolenpark in Palm Springs, Californië. Foto Reuters The sun rises over a windmill farm in Palm Springs, California, November 27, 2005. While only 1 percent of U.S. electricity comes from wind, it is attracting so much support these days that many in the industry believe it is poised for a growth spurt. To match feature ENVIRONMENT-USA/WIND. REUTERS/Lucy Nicholson (UNITED STATES) REUTERS

De Nederlandse nacht is anders dan de dag. Maar lang niet iedereen weet waarin de doorslaggevende verschillen zitten. Ook bij het ministerie van VROM heeft men zich door klassieke feiten laten verrassen.

De nacht is donker, dat was bekend. En stil, omdat het menselijk geraas is weggevallen. Ook is het vaak koud. En meestal neemt de wind na zonsondergang geleidelijk af. Zelfs dat was misschien opgemerkt. Maar dat de wind op grotere hoogte na zonsondergang juist toeneemt? Dat waarschijnlijk niet.

Nu zit de Nederlander die vlak bij een zware windturbine woont in een kwart van alle nachten met geluidsoverlast die niemand ooit heeft gewenst of bedoeld. De as van de molens bevindt zich op tachtig meter hoogte, en daar waait het juist ’s nachts vaak harder dan werd aangenomen, waardoor de molen harder draait. De regelgeving moet worden aangepast voordat het kwaad groter wordt, zeggen kritische omwonenden die in een actiegroep verenigd zijn, het Nationaal Kritisch Platform Windenergie.

Het is de ontdekking van Frits van den Berg, die in 2006 promoveerde op het verband tussen turbinehinder en de stabiliteit van de atmosfeer. Tot voor kort was hij verbonden aan de Wetenschapswinkel van de Rijksuniversiteit Groningen. Woensdag publiceerde hij enquêteresultaten waaruit blijkt dat veel Nederlanders inderdaad vooral ’s nachts last hebben van windmolenlawaai.

De nachthinder is het gevolg van de ‘stabiliteit’ in de onderste luchtlagen die zich in een kwart van de nachten ontwikkelt. Overdag is er onder invloed van de zon en het warme aardoppervlak turbulentie die uitwisseling tussen hoge en lage luchtlagen opwekt. De sterke wind die er op honderd meter hoogte altijd is deelt zich makkelijk mee aan de lucht op grondniveau. De lucht heet instabiel.

In nachten met weinig wolken en wind valt deze ‘koppeling’ tussen hoog en laag weg. Aan de grond wordt het windstil maar op een hoogte van tachtig meter neemt de windsnelheid juist toe. Dat is precies de hoogte waarop zich de as van een moderne zware windturbine bevindt.

In de omgeving van de woning roert zich geen blad of tak, maar hoog in de donkere lucht raast de molen dat het een aard heeft. Wie tevens eigenaar van die molen is heeft van dat geraas trouwens geen enkele last, leert de enquête. Het klinkt hem als muziek in de oren. Maar anderen ergeren zich kapot, meer nog dan aan verkeerslawaai van dezelfde sterkte.

Het was niet de bedoeling van de regelgever. In het ‘Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer’ is bepaald dat het molenlawaai aan de gevel van de woning hooguit 40 decibel (dB(A)) mag zijn bij windsnelheden (gemeten op 10 meter hoogte) van 1 en 2 m/s en meer bij hardere wind, oplopend tot 50 dB(A) bij een windsnelheid van 12 m/s (krachtige wind). De overweging was dat er bij zoveel wind al zoveel omgevingslawaai zou zijn dat het lawaai van de windturbine wel op de koop toe kon worden genomen.

Overdag gaat dat ook op. Maar ’s nachts niet. De regelgevers van VROM zijn er misschien van uitgegaan dat er aan de Noordzeekust en de oevers van het IJsselmeer ’s nachts niet makkelijk een stabiele atmosfeer ontstaat, denkt Van den Berg. Het nabije water is een sterke temperatuurbuffer. Maar de statistiek van het KNMI was duidelijk: in Vlissingen ontstaat toch in een kwart van de nachten een atmosfeer die licht tot sterk stabiel is – in Eindhoven zelf 35 procent van de nachten.

Het molenlawaai wordt vooral opgewekt door de achterranden van de turbinebladen als die in dalende beweging zijn. Het heeft een typisch stampend (impulsachtig) karakter dat in stabiele nachten (met een groot verloop in windsnelheid tussen aardoppervlak en turbine-as) heel uitgesproken is. Ook dat is de regelgever ontgaan. Voor impulsachtig lawaai gelden strengere normen.

Gáát VROM de regels ook veranderen? We kijken of de studie klopt, zegt een voorlichter behoedzaam. Misschien zijn er nog lacunes, de situatie is overal anders. En nieuwe regels komen er sowieso want in 2010 gaan we over op Europese methodiek. „Het is complexe materie, we moeten het rustig implementeren want er zit ook een stukje wetgeving aan vast.”