Feest

Stel je voor dat je tegen je lief zegt: ‘jij bent mijn geluk’. Zijn mond valt open als een vuilniswagen, zijn lichaam stort in. Hij is dood. Na jaren therapie zeg je tegen je nieuwe lief: ‘jij bent mijn geluk’. Opnieuw rijden die vuilniswagen en de dood voorbij. En opnieuw en opnieuw en opnieuw. Of stel je voor dat je een afscheidsmail van een vriend te lezen krijgt. Hij pleegt opeens zomaar zelfmoord. In zijn brief mail je: ‘angst is een feest’. Jij hebt die zin twee minuten geleden zelf nog neergeschreven, zomaar, een paar keer na elkaar en toen ontving je de mail. Stel je voor dat iedereen op aarde een versie is van jou en dat ieder van die versies de gruwelijkste manier van sterven uitprobeert, ter voorbereiding van jouw overlijden. So what? Ingebeelde angsten. In het Wenen van de vorige eeuw heeft een slimme man met een gat in zijn tand, maar geen kruidnagel de grap Doodsangst uitgevonden. Wijsheid vult alle gaten, maar zelf geloof ik niet in Doodsangst. Persoonlijk verwelkom ik de dood met open armen. Het leven hier is een voorbereiding op het leven hierna en de dood is de sleutel. Vandaar mijn grootste angst: NietDoodsangst – niet kunnen doodgaan, eindeloos hetzelfde meemaken, in een draaikolk van herhaling terechtkomen als een goudvis met een geheugen die niet doorgespoeld raakt. Hij blijft in de sterkste wc-spoelstroom drijven. Stel je voor dat je mama je bij je geboorte heeft ingefluisterd dat je alles mag, dat het leven een feest is. Voor één ding wil ze je wel waarschuwen: je feestend leven lang moet je de zin ‘angst is een feest’ absoluut vermijden. Hij veroorzaakt je niet-dood. En ja hoor, alle waarschuwingen ten spijt, je bent tenslotte een koppig wezen, heb je die zin nu toch gelezen. Of stel je voor dat je erachter komt dat jij zelf de vriend bent van wie je de afscheidsmail las. Dat stelt je voor een reuzegroot probleem: je zult eindeloos zelfmoord moeten plegen. Trouwens, ieder van je pogingen om te ontsnappen aan de dood staat al jaren nauwkeurig beschreven. Iedere poging mislukt, of is een valstrik van de niet-dood en wordt door duizenden lachende gieren gadegeslagen. Bij een totaal onverwacht ongeluk – je staat op het punt gelijktijdig met je geliefdste geliefde klaar te komen maar de wastafel waarop jullie zitten, breekt af en je krijgt de handdoekenstang door je hart – denk je: ‘haha, ik ga lekker echt dood zonder terug te keren en de zin ‘angst is een feest’ eindeloos te moeten herlezen’ – maar sommige mensen op aarde houden opeens te veel van jou en lappen je een harttransplantatie. Omdat je wel een beetje blij bent, verrassingen maken je blij, stap je het leven van de weduwnaar van de hartdonor binnen en je blijft er, want het voelt aan alsof je de man al jaren kent. Jouw lichaam weergalmt de liefde die in het donorhart bruist. Maar ook de angst. De donorvrouw is aan haar einde gekomen door zelfmoord. Dus jij nu ook. Je pleegt weer zelfmoord. Voor de hoeveelste keer? En waar zullen jij en je nieuwe hart terechtkomen? Angst is een feest waar niemand mag ontbreken.

    • Saskia de Coster