Eva maakt er een potje van

Ayaan Hirsi Ali en Anna Gray: Adan & Eva. Vertaald door Hannah van Wijngaarden. Gruppo Creativo, 74 blz. € 14,95

Nu het eerste kinderboek van Ayaan Hirsi Ali er dan is, vallen er stevige termen om Adan en Eva te plaatsen. Een politiek pamflet, agitprop – een enkele boekhandelaar weigert het zelfs te verkopen omdat het ‘haat zou zaaien’.

Waarmee nog niet veel is gezegd over het boek zelf. Het verhaal gaat over de moslimjongen Adan uit de Amsterdamse achterstandswijk Slotervaart en Eva, een joods meisje uit de grachtengordel dat iets te veel van chocoladecroissants houdt. Hun wegen kruisen elkaar op op een duur lyceum in Eva’s buurt, waar Adan bij toeval belandt omdat hij is uitgekozen voor het ‘vrijwillige leerlingenquota-project’ van de gemeente.

Eva en Adan zijn allebei buitenbeentjes in de klas en ze raken al snel ‘geboeid’ door de cultuur van de ander. Ze komen bij elkaar thuis, en onderweg sneuvelt het ene na het andere vooroordeel. Niet bij de wederzijdse ouders overigens.

Er zitten aardige passages in Adan en Eva. Wanneer Eva verkleed als moslimmeisje naar de koranschool meegaat, levert dat komische taferelen op. Ze moet zich wassen voordat ze de koran mag aanraken: handen, gezicht, neus, mond en armen allemaal drie keer, het haar én oren één keer. ‘Eva maakt er een potje van. Aan het eind was ze helemaal doorweekt.’

De thema’s – arme jongen ontmoet rijk meisje uit andere wereld, opgroeien in een multiculturele stad – zijn interessant genoeg. Maar jammer genoeg blijft het verhaal telkens steken door de ouwelijke zinnen, zogenaamd de gedachten van Adan, als: ‘De Marokkanen, één groep, maar onderling verdeeld vanwege oude conflicten tussen kleine dorpjes in het Rifgebergte, waar sommigen zelfs nooit geweest waren’. Of: ‘Hij huiverde bij de gedachte aan Jamila’s bange gezicht, en een felle pijn schoot door hem heen toen tot hem doordrong dat zijn dertienjarig zusje over een week getrouwd zou zijn.’

De stiefmoeder van Eva is een heks die haar stiefdochter altijd voorstelt als ‘haar project’. De vader van Adan een bullebak met losse handjes en zijn moeder kan slechts handenwringend Ya rabi! (O heer) uitroepen. Dat is dan tenminste duidelijk, maar de personages zijn daarmee plat als in een sprookje voor kleuters.

Haar ‘project’ heeft Hirsi Ali lang van tevoren aangekondigd, de verwachtingen waren er naar. Maar een kinderboek schrijven is zo makkelijk nog niet, ook niet met de hulp van een kennelijk Franse auteur die onder de naam Anna Gray meeschreef. De tekst is houterig en doet je afvragen wat er in het origineel (Engels) stond. Waarom is er niet een beetje beter geredigeerd, zodat de taal aansluit bij de elf-, twaalfjarigen voor wie het boek is bedoeld? Het is niet eens de vraag of het boek was uitgegeven als niet de naam Hirsi Ali op de cover had gestaan. Het is eerder de vraag waarom zij niet meer moeite heeft genomen om er een beter boek van te maken of liever gezegd: een écht boek voor kinderen.