Ergens in de struiken worden de meisjes zwanger

Ornela Vorpsi: Het land waar je nooit sterft. Vertaald uit het Italiaans door Yond Boeke en Patty Krone. Van Oorschot, 124 pagina’s, € 15,–

Ornela Vorpsi: Het land waar je nooit sterft. Vertaald uit het Italiaans door Yond Boeke en Patty Krone. Van Oorschot, 124 pagina’s, € 15,–

Literatuur kan onze opvattingen over de wereld veranderen. Het is prettig, want bevrijdend, wanneer je een boek leest dat je vooroordelen doorprikt. Volgens sommigen is het bieden van nieuwe inzichten zelfs de belangrijkste functie van literatuur. Daar staat tegenover dat het ook wat waard is je vooroordelen bevestigd te zien: Albanië was voor mij wel het laatste Europese land waar ik naartoe zou willen gaan, en na lezing van Het land waar je nooit sterft weet ik dat die aversie volkomen terecht is.

De schrijfster van deze roman, Ornela Vorpsi, is Albanië in 1991 ontvlucht, maar lijkt nog altijd niet van de ellende bekomen. Ze beschrijft haar jeugd in een straatarm, achtergebleven land dat zucht onder het bewind van de communistische partij. Bij de voortdurende dreiging opgepakt en naar een heropvoedingskamp gestuurd te worden, is de solidariteit onder het Albanese volk hartverwarmend: men besteelt, bedriegt en misbruikt elkaar onophoudelijk, indachtig het adagium: ‘Wie leeft, haat ik en wie sterft, beween ik.’ Het respect van de Albanezen verdien je door te overlijden, maar dan word je ook meteen als een heilige vereerd. De algemene opvatting over vrouwen is er van een treffende eenvoud: een mooi meisje is een slet, een lelijk meisje niet.

Het land waar je nooit sterft is een lezenswaardig debuut. Het bestaat uit losse fragmenten waarin de hoofdrol wordt gespeeld door meisjes die nu eens Ornela, dan weer Elona, Ormira, Eva of Ina heten, maar die allemaal in dezelfde treurige omstandigheden opgroeien. Hun moeder is mooi, dus verdacht, en hun vader een politiek gevangene, zodat kameraad onderwijzer de communistische heilsleer er bij hen extra hard inslaat. Wat de meisjes echter het meest bezighoudt is ‘de kwestie van het geslettebak’. Vroeg of laat zal hun ontluikende lichaam hen te schande maken. Ze krijgen een obsessieve angst voor ‘een dikke buik’ aangepraat. In een van de fragmenten zegt de vertelster terugkijkend: ‘Tot op heden lukt het me niet dat beeld uit mijn hoofd te krijgen: zwangere vrouw = vrouw die in de struiken is geneukt.’

Ornela Vorpsi schetst een minder flatteus – en in haar ogen realistischer – beeld van Albanië dan de gevierde schrijver Ismael Kadare heeft gedaan. Een echte mentaliteitsverandering lijkt er na de val van het communistische regime nog niet te hebben plaatsgevonden. Vorpsi’s in het Italiaans geschreven boek is al in tien landen verschenen – niet in Albanië.