Een weeklacht op de herdersfluit

Klassiek Lucas Passie van Calliope Tsoupaki door Nieuw Ensemble o.l.v. Ed Spanjaard. Gehoord: 5/6 Muziekgebouw aan ’t IJ. Radio 4: 11/6 NPS. Web: va 12/6 via www.radio4.nl/hollandfestival .

Heiligen hebben hun eigenlijke bestemming in het hiernamaals, aan de zijde van hun God. Daarom is het moeilijk hun aardse lijden tot overtuigend, aangrijpend muziektheater te maken: het dient uiteindelijk een hoger doel, wat ondanks alles toch een verzachtende omstandigheid is.

Het is één van de moeilijkheden van Messiaens opera Saint François d’Assise, die nu in het Holland Festival is te zien, en ook van de Lucas Passie van de Grieks-Nederlandse componiste Calliope Tsoupaki (1963), die zijn wereldpremière beleefde. Beide componisten zijn diepgelovig, maar hun muzikale uitdrukking daarvan verschilt aanzienlijk. Messiaen legt de nadruk op heilige extase en verhevenheid. Tsoupaki kiest juist voor een beklemmende, menselijke emotionaliteit, waarin het lijden ondanks een optimistische conclusie veel directer invoelbaar is.

Ze gebruikt daarvoor een onconventionele en gewaagde grote vorm: het werk begint met zware, grauwe en naargeestige muziek, die zowel voor luisteraars als musici af en toe afschrikwekkend moeilijk is. Pas een uur later volgt opluchting met lichte, hemelse schoonheid. Die opstijgende lijn werd – deels ongewild – versterkt door de combinatie van oosterse en westerse musici en zangers. Aan het begin traden nog hevige botsingen op tussen de incompatibele toonsystemen, met onzekerheid en desoriëntatie als gevolg. In de tweede helft, die veel zekerder en helderder klonk, kreeg dat met terugwerkende kracht een dramatische functie als symbool voor het lijden vóór de verlossing. De Jezusrol schreef Tsoupaki overtuigend op de stem en mogelijkheden van tenor Marcel Beekman, die zijn finest hour beleefde. Vaak gierend hoog kerfde hij zijn woorden doeltreffend in de ziel. Prachtig was het voorgezongen Onze Vader. De traditioneel byzantijnse voorzanger Ioannis Arvanitis klonk breekbaar en ontroerend als evangelist. Hij vertelde het lijdensverhaal ten dele in originele volgorde. Zoals Beekman links op het podium drie westerse zangers bij zich had, werd Arvanitis gesteund door een byzantijns trio rechts. Sterk waren de momenten waarop de koortjes, elk met hun eigen klank, elkaar afwisselden: helder en sterk versus hees en gebroken. Jezus’ kruisiging en dood beschreef Arvanitis in een gewichtig invallende stilte. Daarop volgde een van de aangrijpendste momenten: een lange, verstilde weeklacht op de ney, een eenvoudige houten herdersfluit.