Een magnifieke doorkijk

De plannen voor een renovatie van het Stedelijk Museum en een nieuwe aanleg van het Museumplein buitelden in de jaren negentig over elkaar heen. Hans Kemmink

Het nieuwe Stedelijk begint eindelijk gestalte te krijgen. Maar terwijl er niet genoeg geld is voor de exploitatie van de bestaande culturele voorzieningen in de stad, steunt de gemeente een nieuw plan voor een – particulier te financieren – Karel Appelmuseum aan het plein. Het pleidooi van Ron Rijghard voor behoedzaamheid aan het Museumplein riep diverse reacties op, waarvan we er hier een publiceren.

In zijn ‘Pleidooi voor behoedzaamheid op het Museumplein’ (Cultureel Supplement 30 mei) stelde Ron Rijghard een pijnlijke kwestie aan de orde: het uitblijven van een integraal plan om van het Amsterdamse Museumplein een plek van internationale allure te maken. „Als dat er is”, schreef Rijghard, „zal meteen duidelijk zijn of er nog een nieuw museum nodig is.”

Ik ben het helemaal eens met dit pleidooi met betrekking tot het Museumplein. Maar toch pleit ik voor nog een nieuw museum op het plein.

Jaren geleden, in 1992, werd het plan van architect Robert Venturi voor een uitbreiding van het Stedelijk Museum gelanceerd. Dit was zonder meer een prachtig plan en het is nog altijd jammer dat dit destijds niet gewoon is uitgevoerd. We moeten het nu doen met de badkuip, die, zo zag ik vandaag, wel grappige overeenkomsten zal vertonen met de luifel van de aanpalende supermarkt.

Over de hele wereld waren er prachtige voorbeelden en inspiratiebronnen om iets moois van het Museumplein te maken. Zo is er de National Gallery in Washington van architect I.M. Pei: met een ondergrondse verbinding waarin winkels, een restaurant en prachtige oud- en nieuwbouw. En in Parijs is er de grandioze glazen ‘piramide’ bij het Louvre, eveneens ontworpen door Pei. Ik heb destijds al eens voorgesteld om ook de drie musea aan het Museumplein ondergronds te verbinden door een centraal toegangspunt, al of niet bekroond door een piramide, zodat onze binnen- en buitenlandse gasten niet door al die vervelende Hollandse regenbuien van het ene naar het andere museum hoeven te hollen. Er ligt nu helaas te veel beton onder de grond om dit ooit nog te kunnen realiseren.

Als je vanuit de ‘Rijks-fietstunnel’ de as Vijver-Lairessestraat bekijkt, zie je dat aan het einde van het plein een prachtige plek is voor een nieuw museum (voor hedendaagse kunst, bijvoorbeeld vanaf de pop-art; in het oude gebouw van het Stedelijk Museum kan dan de kunst tot 1950 worden getoond).

Dit gebouw zou gerust 60 meter hoog mogen zijn. Het neemt niet de blik op het Concertgebouw weg, de plattegrond bij het vorige Museumplein-pleidooi klopte niet helemaal.

Denkend aan de Parijse as: Arc de Triomphe, en de miniatuurversie bij het Louvre, en La Defense, zou het gebouw een poortachtig ontwerp moeten zijn. Onder de ‘Arc’ kunnen dan concerten en andere evenementen plaatsvinden en het gebouw zelf herbergt niet alleen het nieuwe Stedelijk Museum, maar eventueel ook kantoren, een hotel, appartementen etc. Een supertoplocatie AAA1.

Als je een ster als uitgangspunt zou nemen dan zie je al snel de voordelen: het raakpunt met de grond is klein: de bestaande garage zal niet veel plaatsruimte hoeven op te offeren. Tussen de poten van de staande ster kunnen de evenementen plaatsvinden. De doorkijk vanaf en naar de Lairessestraat zal magnifiek zijn. Op de beide uitstekende zijden van de ster kunnen prachtige terrassen worden aangelegd. ]

Door deze multifunctionele Arc op deze spectaculaire toplocatie neer te zetten, zullen de bouwkosten er vele malen uitkomen. Amsterdam komt weer op de internationale kunstkaart met een plein van internationale allure. Het poortproject kan desnoods ook over 25 jaar worden uitgevoerd. Als de badkuip weer gesloopt wordt – aan elke aanbouw komt een eind. Het oorspronkelijke, negentiende-eeuwse gebouw van het Stedelijk zal dan eindelijk zijn originele uitstraling (zonder aanbouwsels) terugkrijgen.

Ik hoop dat het Museumplein nog eens een plein wordt om trots op te zijn.

Hans Kemmink is modeontwerper
    • Hans Kemmink