Een geheimtip uit de Bordeaux

Sebastian Faulks maakt zich James Bond eigen: een uitzinnige superschurk, een duivels complot, een raadselachtig lekker wijf en heel veel goede smaak.

Sean Connery als James Bond Foto internet From Russia With Love Year: 1963 Director: Terence Young Sean Connery Based upon Ian Fleming's book geheim agent Photos12

Sebastian Faulks, writing as Ian Fleming: Devil May Care; a James Bond Novel. Penguin, 299 blz. € 23,95. Vertaald door Jan Smit als Devil May Care, Bruna 240 blz. € 15,–

Eens in de zoveel jaar besteden de erven van Ian Fleming diens beroemdste schepping uit aan een hedendaags auteur, die geacht wordt een James Bond-thriller te schrijven in de stijl van de meester. Die stijl, ontdek je zodra je weer een oude Bond-thriller openslaat, stelt niet veel voor: vlak en dor proza, dat in schril contrast staat met de exotische locaties en de uitzinnige belevenissen van Bond. Met veel goede wil zou je de stijl van Fleming als onderkoeld kunnen omschrijven, maar de waarheid is dat Fleming een pulpschrijver was, die over weinig beeldend vermogen beschikte.

Dat doet aan de blijvende kracht van zijn oeuvre niets af. Met zijn beperkte middelen wist Fleming een personage en een wereld neer te zetten die moeiteloos los van hun schepper kunnen bestaan. Als cultureel fenomeen wordt James Bond alleen door Sherlock Holmes voorbijgestreefd. Wie de Bond-romans herleest, vindt gemakkelijk een verklaring voor het grote succes: ze verschenen in het grauwe Engeland van na de Tweede Wereldoorlog, in jaren van armoede en afnemend prestige. De geheimagent James Bond gaf de Engelse werkelijkheid zijn glamour terug; in zijn wereld maakte geestdodend realisme plaats voor opwindend melodrama, waarbij hardhandig werd afgerekend met het kwaad, vooral geïncarneerd in de Russische contraspionagedienst SMERSH, en waarbij alleen de duurste kleren gedragen en alleen de beste wijnen gedronken werden. Om die sfeer op te roepen, had Fleming helemaal geen stijl nodig; alleen het noemen van een duur merk was genoeg. Die mengeling van chic en avontuur is in alle tijden aantrekkelijk gebleken, voor lezers over de hele wereld.

Sebastian Faulks, de succesvolle Engelse middlebrow-auteur die gevraagd werd de honderdste geboortedag van Bonds schepper luister bij te zetten met een nieuw Bond-avontuur, heeft dat begrepen. In Devil May Care heeft hij zorgvuldig alle typerende elementen van een Bond-thriller bijeengebracht: een uitzinnige superschurk, een duivels complot, een raadselachtig lekker wijf met een absurde naam – en heel veel breed uitgemeten goede smaak, natuurlijk. De kaviaar komt vers uit de Kaspische Zee, de wijn die gedronken wordt is zelfs voor kenners een geheimtip (‘Batailly is a miracle. One of the great secrets of Bordeaux.’). De figuur van James Bond zelf laat Faulks net zo oningevuld als Fleming deed. De emoties die hij ondergaat terwijl hij een Derde Wereldoorlog voorkomt, staan los van elkaar; geen moment heb je het gevoel met een mens van doen te hebben. Dat is allemaal zoals het hoort.

Maar al die ‘mimicry’ keert zich tegen Devil May Care. Kennelijk verwart Faulks een hommage met slaafse navolging; hij weet zelf niets aan het universum van Fleming toe te voegen. De hele thriller lang heb je het gevoel in een soort Madame Tussaud rond te lopen. Alles doet nagemaakt aan; in de eerste plaats de schurk, Dr Julius Gorner, die in plaats van een hand een apenklauw heeft en bevangen is door een ongebreidelde haat tegen Engeland. Wanneer Bond in een vroeg hoofdstuk door Gorner wordt uitgedaagd voor een partijtje tennis, weet je al hoe dat gaat verlopen – eerst lijkt de geheimagent het loodje te leggen, maar dan komt hij keihard terug, net wanneer Gorner een gigantisch bedrag heeft ingezet. Die scène duurt een heel slaapverwekkend hoofdstuk lang. De meeste andere scènes doen denken aan eerdere Bond-boeken. De grapjes doen je tenen krommen.

Nog erger is dat Faulks ieder gevoel voor plot ontbeert, wat je van Fleming toch niet kunt zeggen. Die laatste wist zijn thrillers altijd de schijn van logica mee te geven. De plot van Devil May Care slaat nergens op – Gorner heeft een netwerk opgezet om heel Engeland aan de heroïne te krijgen, maar heeft tegelijkertijd ook nog eens een volslagen ongeloofwaardig plan ontwikkeld om Rusland (het verhaal speelt in de jaren zestig) te verleiden tot een aanval op Engeland. Om het nog erger te maken laat Faulks zijn schurken keer op keer zonder aantoonbare reden opduiken om Bond te dwarsbomen.

Devil May Care is een bordkartonnen hommage aan bordkarton. De Bond-hype die met de honderdste geboortedag van Ian Fleming in gang is gezet – naast de thriller van Faulks is er een grote Fleming-tentoonstelling in het Londense Imperial War Museum met een bijbehorend boek over Fleming en Bond – komt door dit geestloze eerbewijs in een schril licht te staan. Het klakkeloze dwepen met James Bond als cultureel icoon wijst misschien eerder op grote verveling dan op een vitale interesse in het eeuwig populaire cultuurgoed. Dat het gedrocht van Faulks in alle opwinding hier en daar voor the real thing wordt aangezien, beschouw ik als een veeg teken.