Een anker voor de euro

Het tienjarig bestaan van de Europese Centrale Bank (ECB) dat deze week werd gevierd, gaat vergezeld van een minder feestelijk jubileum: in zestien jaar was de inflatie in de landen van de eurozone gemiddeld niet zo hoog als nu. De eerste schatting over de maand mei staat op 3,6 procent. Dat is voor Europese begrippen zeer hoog. De ECB streeft officieel naar een inflatie van ten hoogste, maar dichtbij, 2 procent. De oplopende geldontwaarding komt op een ongelukkig moment. De vaart is uit de economische conjunctuur, en dat is gewoonlijk een tijd waarin de inflatie de neiging heeft om te dalen.

Het nu tegelijk optreden van een dreigende stagnatie én van een stijgende inflatie wekt niet al te gelukkige herinneringen aan de jaren zeventig. Voor centrale bankiers is de combinatie van de twee zeer lastig. Het verhogen van de rente om de inflatie te bestrijden schaadt de economische groei, terwijl het verlagen van de rente om de economie te stimuleren de inflatie verder opjaagt. De jaren zeventig werden mede door die manier vandoen gekenmerkt door stuurloosheid van beleidsmakers. Pas nadat de inflatie volledig uit de hand was gelopen, bekeerden zij zich tot een overwegend monetaire aanpak van het probleem: eerst de inflatie weg, desnoods ten koste van een zware recessie. In het begin van de jaren tachtig, toen onder Amerikaanse leiding de inflatie met hoge rentes te lijf werd gegaan, werd een hoge tol betaald voor de verwarring van het voorafgaande decennium.

Aan externe prijsschokken valt, ook nu, weinig te verhelpen. De prijs van ruwe olie, voedingsmiddelen en tal van andere grondstoffen is de afgelopen jaren snel en hoog gestegen en dat proces is in de eerste helft van dit jaar nog weer versneld. Centrale banken kunnen weinig anders dan proberen te bewerkstelligen dat deze prijsstijgingen niet leiden tot een verwachting van blijvend hogere inflatie bij bedrijven en het publiek. Als die het hoofd koel houden en de prijsvergelijking ten opzichte van een jaar eerder uit de statistieken verdwijnt, daalt de inflatie na verloop van tijd weer.

Voor het verankeren van die lage inflatieverwachting is het noodzakelijk dat de centrale bank vertrouwen geniet. Bij de oprichting van de ECB is ervoor gekozen dit instituut een simpel mandaat te geven: het nastreven van prijsstabiliteit. Dat is anders dan in de Verenigde Staten, waar de centrale bank naast prijsstabiliteit ook het bevorderen van de werkgelegenheid (lees: economische groei) als doel heeft.

Tijden als deze onderstrepen de waarde van het enkele mandaat. De ECB kan zich concentreren op de inflatie. Dat ECB-president Trichet gisteren de mogelijkheid openliet om de rente te verhogen, zelfs als de economie dan vaart verliest, zal wellicht leiden tot de traditionele protesten van sommige regeringen. Een stimuleringspolitiek met lage rentes ziet er inderdaad verleidelijk uit. Maar denk aan de jaren zeventig: de economie is op termijn veel meer gebaat bij prijsstabiliteit en het vertrouwen dat de inflatie onder controle blijft.