De man aan de knoppen

Componist Karlheinz Stockhausen, die vorig jaar overleed, hield streng toezicht op de uitvoering van zijn muziek. Hoe moet dat verder, nu de ‘meester’ er zelf niet meer is?

Flard partituur Stockhausen beeld Karlheinz Stockhausen-Stiftung für Musik, Kürten

Soms zegt een stuk dat niet is gespeeld meer over een componist dan een werk dat wél werd uitgevoerd. Op 21 april vorig jaar speelden twee jonge harpistes tijdens de ZaterdagMatinee Stockhausens compositie FREUDE (2005) voor twee harpen. Wat niet klonk, was het oudere werk Stimmung (1968), dat aanvankelijk op het jaaroverzicht was aangekondigd.

Het was Stockhausen zelf die de uitvoering van Stimmung blokkeerde. Toen hij het door de ZaterdagMatinee gewenste ensemble hoorde, bleek het niet aan zijn hoge eisen te voldoen. Stockhausen liet weten dat hij liever een uitvoering zag van zijn net nieuwe compositie FREUDE. De harpistes voor wie hij dat stuk maakte, kwamen veilig uit zijn eigen kweekvijver van muzikanten. Zelf zou hij het mengpaneel bedienen. En zo geschiedde. Jammer voor Stimmung, dat na een rumoerige Nederlandse première in 1969 nog wel eens gehoord mocht worden. De vervangende uitvoering van FREUDE was echter indrukwekkend, met de even muzikale als perfect gedrilde harpistes.

Het zou de laatste keer zijn dat het Concertgebouwpubliek Stockhausen op zijn karakteristieke plaats achter het mengpaneel kon zien zitten. Op 5 december overleed de componist vrij onverwachts, op 79-jarige leeftijd.

Dat Stockhausen graag zelf achter de knoppen zat, was ook symbolisch. Zijn muzikale perfectionisme leidde tot absolute controlezucht. Niet alleen over wie zijn muziek wel en niet mocht uitvoeren. Over élk detail van zijn voorstellingen was door hem nagedacht, van de fijnmazigste tempowisselingen in de muziek tot de industriële kleurcodes van de kleding van de uitvoerders. Wie wilde weten hoe je zijn muziek ‘goed’ moest spelen, of zelfs maar beluisteren, kon terecht op zijn domein in Kürten, vlakbij Keulen, waar jaarlijks openbare interpretatie- en analysecursussen werden gegeven, geheel gericht op de muziek van Stockhausen.

Hoe verder, nu de ‘meester’

zelf er niet meer is? Gaat de muziek haar eigen leven leiden? Als het aan fluitiste Kathinka Pasveer ligt, zal het zo’n vaart niet lopen. Al tijdens Stockhausens leven nam zij samen met de Amerikaanse klarinettiste Suzanne Stevens veel van diens taken over. Ze waren zijn muzen, zijn assistentes en zijn levensgezellinnen. Na de dood van Stockhausen zetten zij hun werk – als Stockhausen Stiftung für Musik – onverminderd voort. Ook de zomercursussen.

De van oorsprong Zaanse Pasveer komt binnenkort naar Nederland om leden van het Asko Ensemble te instrueren voor de wereldpremière van GLANZ, één van de laatste werken die Stockhausen vorig jaar nog voltooide (zie kader).

Over haar rol bij die repetities zegt ze (via email, want in Stockhausens residentie is geen telefoon): „Ik heb zelf 25 jaar lang alle repetities met Stockhausen meegemaakt. Ik weet dus goed hoe hij wilde dat zijn muziek klonk – de articulatie, tempo’s en dynamiek. Stockhausen legde veel, maar niet alles vast in de partituur. De spelers hebben bovendien vaak hun handen vol aan de noten, en kunnen dan moeilijk beoordelen of ze alle andere zaken ook realiseren, en hoe hun onderlinge balans is.”

Pasveer beschouwt zich als hoeder van een speciale uitvoeringstraditie, die nog lang zal standhouden. Het is niet de bedoeling dat allerlei musici hun eigen kant opgaan met de muziek van Stockhausen, zegt ze: „Een goede musicus wil een instrument zijn om de muziek zo te laten klinken als de componist zich dat had voorgesteld. Een goede musicus wil niet zichzelf etaleren.” De Stockhausen-expertise kan volgens Pasveer van generatie op generatie worden overgeleverd. Bovendien is alles vastgelegd in de meer dan honderd cd’s tellende ‘Stockhausen-Gesamtedition’, met uitvoeringen van het gehele oeuvre, en in duizenden uren video van repetities en uitvoeringen, die men kan raadplegen in Kürten.

Pasveer: „Musici kunnen tot in de verre toekomst nog horen hoe Stockhausen zelf zijn werken instudeerde, het geluid mixte, enzovoort. Natuurlijk kan het altijd nog beter, maar in ieder geval zou het nooit slechter mogen worden dan op deze ‘exemplarische’ opnamen.”

Met evenveel respect, maar minder

heilig ontzag, gaat tijdens het Holland Festival het Amerikaanse elektronicaduo Matmos te werk. Andrew Daniel en Martin Schmidt maken gewoonlijk rafelige, experimentele elektronische muziek die weliswaar tot de pop hoort, maar die nooit zo zou hebben geklonken zonder het elektronische pionierswerk van Stockhausen in de jaren vijftig en zestig, dat zij zelf begin jaren tachtig als wietrokende pubers ontdekten. Eén van die pionierswerken gaan ze nu in het Bimhuis als eerbetoon ‘recreëren’: Mikrophonie I uit 1964. Met enige schroom geeft Schmidt toe dat ze beiden geen noten lezen, en dat ze dit werk zonder partituur gaan nadoen. „Ik ben meer een fan van de opnamen ervan”, zegt hij. „Eigenlijk gaan we die op gehoor reproduceren.”

In Mikrophonie I wordt een grote tamtam door twee musici bespeeld, terwijl twee anderen met close-up microfoons boventonen oppikken die door weer een ander elektronisch worden bewerkt. Het herhalen van Stockhausens experiment, het technologische en creatieve proces dat tot Microphonie leidde, interesseert Matmos meer dan het eindresultaat dat in een partituur werd vastgelegd.

„Waarschijnlijk zijn er wel mensen die er schande van zullen spreken”, zegt Schmidts partner Andrew Daniel. „Maar wij zijn van een andere generatie. Wij maken ons eerder druk over de vraag of het aantrekkelijk klinkt, of het geluid leeft en je iets laat voelen.”

Ze hebben kritiek op eerdere uitvoeringen van het werk, waarin de partituur met academische precisie gevolgd werd, maar de tamtam alle door de microfoons opgepikte nuances overstemde. „De essentie van het werk ging zo verloren”, zegt Daniel. „Wij zetten de tamtam in een aparte ruimte, zodat je je kunt concentreren op de klanknuances zoals je die ook op de opnames hoort.” Ze hebben waardering voor Stockhausens perfectionisme en oog voor detail, maar voelen zich toch meer verwant met zijn open geest en experimenteerdrift. Stockhausen kan ze niet meer verbieden hem daarin te volgen.

‘Karlheinz Stockhausen: a Tribute’, door Matmos en Midaircondo. 15/6 Bimhuis, Amsterdam. (Vanaf 16/6 te beluisteren op www.radio4.nl/hollandfestival). ‘In Memoriam Stockhausen’, door Asko Ensemble, Nederlands Kamerkoor en Radio Filharmonisch Orkest. 19/6 Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam. (Vanaf 20:30 rechtstreeks uitgezonden op Radio 4)