De CU, stamceldonatie en fundamentalisten 2

Het huidige debat en de politieke crisis over de uitbreiding van criteria voor embryoselectie (NRC Handelsblad, 3 juni) gaat voorbij aan een ander moreel dilemma: embryoselectie van een donor voor een broer of zus (redderkinderen). Hierbij wordt geselecteerd, zodat de genetische weefselkenmerken van het embryo overeenkomen met een zieke broer of zus. Hierdoor wordt (stamcel)donatie mogelijk.

Embryoselectie van redderkinderen leidt tot morele dilemma`s. Tegenstanders citeren Kant dat ieder leven een doel op zich hoort te zijn en niet slechts een middel. Voorstanders wijzen op de duidelijke medische voordelen: er komt een gezond kind en een ander ziek kind kan genezen worden. Bovendien is een redderkind nooit slechts een middel.

Daarnaast speelt de vraag of de risico`s van embryoselectie opwegen tegen de mogelijke medische voordelen. De risico`s zijn, voor zover bekend, beperkt voor het redderkind. Het zieke oudere kind loopt zonder redderkind zeker gevaar.

In Nederland is embryoselectie voor donatie alleen toegestaan als er toch al geselecteerd wordt ten einde een ernstige genetische ziekte te voorkomen. Deze beperking is moeilijk verdedigbaar tegenover ouders die een ouder kind hebben dat mogelijk zal overlijden aan een sporadische (niet erfelijke) vorm van anemie of leukemie wanneer geen stamceldonor gevonden kan worden.

De cruciale vraag bij selectie voor donatie is of dat in principe acceptabel is. Als selectie voor donatie ethisch acceptabel is, dan is het consistent om het toe te staan aan alle wensouders. Het is van groot belang dit dilemma op te lossen voordat de situatie zich voordoet in de praktijk.