Cecilia Moisio is een bal energie

De Finse Cecilia Moisio (30) staat in bloei, zegt ze. Ze is dit jaar voor de tweede keer genomineerd voor de Zwaan voor de meest indrukwekkende dansprestatie. Dit keer voor haar rol in Co(te)lette van choreograaf Ann van den Broek. Na de jazzopleiding aan de Amsterdamse Theaterschool danste ze zes jaar bij Dansgroep Krisztina de Châtel. Sinds twee jaar werkt ze freelance als danser en choreograaf en op dit moment maakt ze haar tweede stuk. ‘Ik ben een bal energie. Ik houd ervan mezelf uit te putten.’ Moisio groeide op in Finland, waar ze alleen danste voor haar plezier. ‘Ik wilde ballerina worden, maar ik werd op mijn dertiende afgewezen voor het Nationale Finse ballet. Ik heb niet het juiste lichaamstype. Ik ben gespierd, te atletisch.’ Omdat Moisio ook na haar middelbare school nog steeds alleen maar wilde dansen, besloot ze het elders te proberen. Op haar negentiende werd ze aangenomen in Londen en Amsterdam en koos voor het laatste. ‘Puur praktisch, Engeland is veel te duur.’ Moisio werd verliefd op Amsterdam en is dat nu nog. ‘Toch mis ik Finland. Ik spreek Nederlands, maar echt emoties tonen kun je alleen in je eigen taal.’ Teruggaan zou moeilijk zijn. ‘Dan zou ik weer helemaal opnieuw moeten beginnen. Ze kennen me daar niet. Zelfs veel van mijn vrienden hebben me nooit zien dansen.’ Bovendien is de danstraditie in Finland heel anders. ‘Veel jonger dan hier en theatraler. In Nederland overheerst de techniek meer.’ In 2005 vroeg Krisztina de Châtel haar een solo te maken, voor zichzelf. Voor haar choreografiedebuut Anatomy of Space plakte Moisio drie kleine speakers op haar rug waaruit ruisende geluiden klonken. ‘Ik had altijd mijn eigen ideeën, mijn eigen smaak.’ Nu werkt ze aan een solo voor een mannelijke danser, de Duitser Andreas Kuck. ‘Hij is een zakenman die er heel graag bij wil horen. Het stuk gaat over stress en verlies van controle.’ Zelf is ze voor iedere voorstelling nerveus. ‘Ik begin dan ‘s ochtends met trainen, om alvast op te warmen.’ Dan volgt een ritueel van opmaken, omkleden en de dans keer op keer doornemen. Voor de voorstelling Co(te)lette was dat enorm zwaar. Moisio buigt haar romp in hoog tempo naar voren en naar achteren. ‘Die beweging bleven we maar herhalen, als een soort menselijke machines. Eerst word je duizelig. Maar op den duur raak je eraan gewend’, zegt ze. Co(te)lette eindigt met een scène waaß?rin Moisio minutenlang staat te schudden, oneindig dezelfde beweging maakt. ‘Ik houd ervan tot het uiterste te gaan.’