Broek

Ik kwam de halfronde zaal van kasteel Groeneveld binnen waar een verkoopexpositie werd gehouden en zag nog maar één ding: op een oud houten luik was, met de nerven mee, een prachtig Belgisch trekpaard geschilderd. Ik was verkocht; het schilderij ook. Aan mij.

Ik had niets gezegd aan mijn vriend. Hij kwam thuis, keek en bleef kijken zonder iets te zeggen. Ik las mijn krant. Hij ging zitten, nam een krant en zei: „De broek past niet.” (broek, onderdeel van het tuig). „De neuzen van de portretten van Picasso zitten ook altijd verkeerd”, pareerde ik.

We lazen verder.

Willemien Wink