Bestaan er Oosterse waarden?

Bij de ramp in Birma bleef hulp uit buurlanden zo goed als afwezig. Geeft Azië niet om universele waarden? En verwerpt Azië ook de democratie, vraagt Ian Buruma zich af.

Birma: Shall we repress this demonstration? Tekening Chappatte © Globecartoon.com Chappatte, Patrick

Waarom hebben de Fransen, de Britten en de Duitsers wel, maar de Indiërs of de Chinezen niet opgeroepen tot het zenden van hulpgoederen aan de Birmese slachtoffers van de cycloon Nargis, ongeacht de vraag of de Birmese junta dat nu toestond of niet? De Franse onderminister voor de mensenrechten, Rama Yade, verklaarde dat het VN-beginsel van de ‘verantwoordelijkheid om te beschermen’ op Birma moet worden toegepast, desnoods met geweld.

Waarom dobberden er wel Franse, Britse en Amerikaanse marineschepen voor de kust van Birma, volgeladen met eerste levensbehoeften en geen Chinese of Maleisische schepen? Waarom heeft de de Associatie van Zuidoost-Aziatische Landen (ASEAN) zich zo van haar zwakke kant laten zien in zijn reactie op een natuurramp die een van zijn lidstaten trof? Lim Kit Siang, de democratische oppositieleider van Maleisië, heeft gezegd dat dit alle leiders en regeringen van de ASEAN-landen in een kwaad daglicht stelt. Zij hadden absoluut meer kunnen doen.

Zijn Europeanen en Amerikanen dan medelevender dan Aziaten? Tegen de achtergrond van de westerse geschiedenis van oorlogen en imperialisme lijkt dit onwaarschijnlijk. De manier waarop gewone Chinese burgers de slachtoffers van de aardbeving te hulp zijn geschoten, was opmerkelijk, evenals de spontane pogingen van mensen in Birma om hun medeburgers te helpen, terwijl het leger heel weinig deed. Het boeddhisme legt net zo veel nadruk op mededogen en barmhartigheid als het christendom.

Onverschilligheid ten opzichte van menselijk lijden is niet inherent aan welke Aziatische cultuur dan ook. En toch kunnen er culturele verschillen zijn in de manier waarop er met mededogen wordt omgegaan. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, in 1948 aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, stelt dat „erkenning van de inherente waardigheid en de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de menselijke familie de basis vormt van de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld.” Geen van de Aziatische lidstaten tekende bezwaar aan.

Maar het ideaal van universele gelijkheid en rechten is te danken aan de geschiedenis van de westerse beschaving, van de ‘natuurlijke gerechtigheid’ van Socrates tot de christelijke belofte dat iedereen gelijk is voor God en de Franse Verklaring van de Rechten van de Mens (1789). Westerse volkeren hebben zich niet altijd gedragen naar deze idealen, maar in de moderne tijd hebben ze wel instellingen opgericht om ze ten uitvoer te leggen.

Er bestaat tot op heden geen Aziatische instelling voor de bescherming van de mensenrechten van Aziaten, laat staan die van de hele mensheid. Chinezen en andere Aziaten hebben het Westen dikwijls bekritiseerd wegens het misbruik van de mensenrechten als excuus om ‘westerse waarden’ op te leggen aan hun vroegere koloniën. Mensenrechten en democratie worden soms gezien als moderne vormen van imperialisme. Zulke aantijgingen komen vooral van Aziatische autocratieën, wier heersers het idee van universele mensenrechten als een bedreiging van hun macht beschouwen.

Maar het wantrouwen jegens het universalisme beperkt zich niet tot autocraten. In veel Aziatische landen leiden gunsten automatisch tot verplichtingen, hetgeen misschien de reden is dat mensen minder snel geneigd zijn zich te mengen in de problemen van anderen. Je bent verplicht voor je familie, je vrienden en zelfs je landgenoten te zorgen. Maar het concept van universele liefdadigheid is te abstract en doet denken aan het soort onwelkome bemoeizucht waarmee westerse missionarissen en imperiumbouwers het Oosten tegemoet traden.

Het concept van de ‘Aziatische waarden’ dat afgelopen decennia is gepropageerd door intellectuelen die banden onderhielden met de regering van Singapore, was deels een kritiek op de universalistische westerse aanspraken. Volgens deze theorie hebben Aziaten hun eigen waarden: naast zuinigheid, gezagsgetrouwheid en offerbereidheid van het individu ten bate van het gemeenschappelijk belang is er de notie dat landen zich niet moeten mengen in de zaken van anderen. Hetgeen de aarzelende reactie zou kunnen verklaren van de Zuidoost-Aziatische regeringen op de ramp in Birma.

De propagandisten van de Aziatische waarden denken niet alleen dat de democratie een typisch westers idee is, maar dat de Aziatische autocratie, zoals die bijvoorbeeld in China in de praktijk wordt gebracht, beter past bij Aziaten en doelmatiger is. Democratische regeringen worden gehinderd door belangengroepen, publieke opinie en partijpolitiek. Terwijl de Aziatische autocraten impopulaire maar noodzakelijke besluiten kunnen nemen.

Eén lijn van kritiek op dit soort denken is de claim dat westerse waarden nu eenmaal superieur zijn. Het feit dat bepaalde waarden Aziatisch zijn, betekent nog niet dat ze ook beter zijn, zeker niet in het geval van landen die alle hulp kunnen gebruiken die ze krijgen. Een andere, sympathiekere reactie is duidelijk maken dat individuele rechten en vrijheidsideeën zeker niet vreemd zijn aan Aziatische beschavingen. Amartya Sen, een scherpe criticus van de school der Aziatische waarden en winnaar van de Nobelprijs voor economie, heeft erop gewezen dat grote Indiase heersers, zoals Ashoka (derde eeuw vóór Christus) en Akbar (16de eeuw), al lang vóór de Europese Verlichting een lans braken voor pluralisme, tolerantie en redelijkheid. Hij heeft ook opgemerkt dat hongersnoden niet optreden in democratieën, omdat de informatievrijheid ze helpt voorkomen.

De twee recente natuurrampen hebben de promotiecampagne voor de Aziatische waarden zwaar op de proef gesteld. China heeft redelijk goed gereageerd, grotendeels omdat de Chinese regering zich door het slechte Birmese voorbeeld gedwongen voelde om meer informatievrijheid toe te staan dan gebruikelijk is. We kunnen alleen maar hopen dat deze opening groter zal worden. Birma heeft jammerlijk gefaald, en hetzelfde geldt voor ASEAN, ondanks de late pogingen om toch nog wat te doen. Uiteindelijk maakt het natuurlijk weinig uit of we het falen van autocratieën en de beginselen van non-interventie toeschrijven aan specifiek ‘Aziatische’ waarden of niet. Het is hoe dan ook een betreurenswaardige zaak.

Ian Buruma is een Brits-Nederlandse schrijver.