Bang voor de knal

Meer dan een half Miljoen nederlanders zijn bang oM achter het stuur te gaan zitten. ze verMijden tunnels, halen geen vrachtwagens in, of gaan uberhaupt de weg niet Meer op. daar is wat aan te doen. Met therapie, of gewoon Met een stoere rij-instructeur die af en toe ‘Meid’ tegen je zegt.

Kleuters zijn mijn grootste angst. Niet de gillende kleuter die zijn zin niet krijgt in de supermarkt, maar die ene kleuter die ooit, net als je hem niet verwacht, zijn driewieler de stoep af stuurt. Hij blijft lang onzichtbaar achter een geparkeerde auto. Ik rem te laat. De knal. De gil van zijn moeder die hem even uit het oog verloor. De wieltjes die nog even blijven draaien in de lucht. Dat is mijn worstcase scenario en het excuus dat ik voor mezelf aanvoer om maar niet achter het stuur te hoeven zitten. Door mezelf uit te sluiten van het verkeer, kan ik in ieder geval niemand doodrijden. Lekker veilig. En ik heb er alleen mezelf mee. Ja, en mijn vriend dan, als hij weer eens de Bob moet zijn na een feestje. Ik ben niet de enige die zo denkt. Met mij hebben, volgens schattingen van de Universiteit Groningen en het Angstbehandelcentrum IPZO in Nijmegen, tussen een half miljoen en een miljoen Nederlanders last van een vorm van rijangst. Ze hebben wel een rijbewijs, maar durven niet meer achter het stuur. Of ze durven wel korte stukjes te rijden, maar niet de snelweg op, laat staan een tunnel in. Soms wordt de angst veroorzaakt door een traumatische ervaring als een ongeluk, maar vaker nog ontstaat hij geleidelijk.

Rijangst is niet leeftijdgebonden: jongeren kunnen bang zijn door te weinig rijervaring, ouderen omdat hun reactievermogen minder wordt. De klachten variëren van hyperventileren en paniekaanvallen tot braakneigingen. Zo ver is het bij mij nog niet gekomen, maar dat komt omdat ik gewoon de auto niet instap. Conflictvermijdend gedrag. Maar nu is het afgelopen. Geen slappe excuses meer. Ik ga er wat aan doen. De laatste jaren zijn de mogelijkheden om van rijangst af te komen toegenomen. Veel verkeersscholen bieden speciale cursussen aan voor mensen die al lang hun rijbewijs hebben, maar een opfriscursus nodig hebben, of die aan specifieke angsten (inhalen van vrachtwagens, of een parkeergarage inrijden) willen werken. Wie vooral bang is geworden na een ongeluk, kan baat hebben bij ‘gewone’ psychotherapie voor posttraumatische stressstoornis. In rijangst gespecialiseerde docenten zijn er van verschillend pluimage: van rij-instructeurs die een blauwe maandag psychologie studeerden, tot het platform Verkeerscounseling, waar zowel therapeuten als instructeurs een opleiding kunnen volgen voor psychische en praktische hulp bij rijangst. Voor mijn eigen schijterigheid is geen duidelijke aanleiding. De beren die ik op de weg zie, zijn nooit echt voor mijn wielen beland. Ik kies daarom niet voor therapie, maar ga naar een rijschool in de buurt die op zijn website meldt cursussen te geven voor types als ik. Eerst zal ik een intake krijgen om te achterhalen waarom ik bang ben, en dan pas gaan we de weg op.

Ik doe mijn best om niet nerveus te lijken als ik de rijschool aan de Amsterdamse Overtoom binnenstap. Meteen valt op dat dit geen standaard rijschool is: behalve rijlessen verkopen ze hier ook tweedehands spullen en goede espresso. Bijzondere combinatie. Onder het genot van een kop sterke koffie mag ik vertellen waar ik bang voor ben: vooral voor die eventuele kleuters dus en voor de weg zoeken in een vreemde stad. Nee, de snelweg is geen probleem. Ja, ik heb een auto, maar het is een oude Opel Kadett met choke en maar vier versnellingen. En nee, daar rij ik niet in. Al twee jaar niet meer.

Onder het gesprek komen steeds jonge hippe meiden binnen, die hun rijles afrekenen en onderwijl nog een leuke seventies-theepot kopen. Even bekruipt me het gevoel dat we hier meer gezellig gaan kneuteren met thee en koekjes dan mij eens snel van die angst afhelpen. Maar dan komt Fatima binnen, de instructeur. Ze werpt me de autosleutels toe. ‘Kom op, meid. We gaan meteen rijden.’ Fatima is een stoere vrouw. Tenger als ze is, rijdt ze in een dikke BMW. ‘Meid’ is haar stopwoordje, ze zegt het in bijna iedere zin. Voor haar wil ik mijn best doen. In haar wagen zitten alle snufjes die een moderne auto kan hebben. Cruise control, zes versnellingen, tomtom, automatische parkeerhulp. Om hem te starten druk je op een knopje. Daar gaan we dan.

De eerste meters verlopen moeizaam. Het Amsterdamse verkeer is loeidruk en meteen staan er obstakels op de rijbaan, waardoor we de tramrails op moeten. Het zweet breekt me uit. Ik krimp vast wat ineen om me voor te bereiden op toeterende achterliggers die het niet snel genoeg vinden gaan. Die blijven uit. Stapje voor stapje herwin ik het vertrouwen in mijn eigen kunnen. Fatima heeft door waar het aan schort: in plaats van 100 meter, kijk ik automatisch maar zo’n 20 meter vooruit. Daardoor heb ik minder tijd om verkeerssituaties te overzien en raak ik bij elk kruispunt lichtelijk in de stress. ‘Gewoon een gebrek aan routine, niks om je druk over te maken.’ Na een paar lessen gaat het beter. Goed, af en toe knal ik Fatima’s dierbare BMW nog iets te hard van een drempel af, waarbij zij lacht als een boer met kiespijn. En soms rem ik voor een zebrapad, zonder goed in mijn spiegels te kijken. ‘Het verkeer achter je erbij betrekken, meid’, noemt Fatima dat.

Wat me het meest verbaast, is dat de antirijangstcursus geen ingewikkelde theorieën bevat. Het komt neer op: oefenen, oefenen, oefenen. Dat had ik natuurlijk ook thuis kunnen doen, maar die fase was ik al voorbij. Het idee dat een instructeur kan ingrijpen in geval van nood of kleuters, geeft net dat beetje zelfvertrouwen dat ik nodig heb. Binnenkort ga ik me wagen aan het eerste ritje in onze eigen auto. Maar eerst koop ik een tomtom. Lekker nooit meer de weg zoeken. Jammer dat er nog geen automatisch kleuteralarm bestaat.