Zoeken naar de grenzen van Le Grand Paris

Tien architecten en stedebouwkundigen gaan zich in opdracht van president Sarkozy buigen over de modernisering van Parijs. De vraag is alleen: waar houdt Parijs op.

Hoe ziet Parijs er over twintig, dertig, veertig jaar uit? Voor de Nederlandse architect en stedenbouwkundige Winy Maas van het bureau MVRDV is dat een dringende vraag. Met negen andere teams is zijn Rotterdamse bureau, dat vaak meedoet aan internationale stedenbouwkundige projecten, geselecteerd om mee te denken over het omvormen van Parijs en zijn voorsteden tot ‘metropool van de 21ste eeuw’.

Gisteren was Maas met negen collega’s, onder wie de recent gelauwerde architect Jean Nouvel, ex-Londen-adviseur Richard Rogers en de Italiaan Bernardo Secchi, op de koffie bij president Sarkozy om de eerste ideeën te bespreken. Maas, ex-medewerker van Rem Koolhaas, kreeg de indruk dat Sarkozy „zich echt wil laten verrassen door nieuwe ideeën”, vertelt hij ’s avonds telefonisch , inmiddels alweer doorgereisd naar Londen.

In januari moet een expositie zichtbaar maken hoe Parijs, parel van de negentiende eeuw, kan worden opengebroken en verenigd met zijn twintigste-eeuwse omgeving van arme en rijke voorsteden. Het is een project dat tot de verbeelding spreekt. Voor het eerst waagt een Europese overheid zich aan zo’n grootschalige poging om te bedenken hoe zijn grootste stad tegelijk kan groeien en groener worden. Aan de vraag hoe leefkwaliteit, bedrijvigheid en sociale samenhang samen moeten gaan als één stad zo groot wordt, bijvoorbeeld, heel Nederland. Maas noemt het een „schaalsprong waar Europa aan toe is” maar waarover alleen op kleinere schaal wordt nagedacht, zoals in Zwitserland. Premier Balkenende, zegt hij, zou in dit opzicht een voorbeeld kunnen nemen aan Sarkozy.

Frankrijk heeft wel iets dat in andere landen vaak ontbreekt: een verleden van politiek geleide stedenbouwkundige planning én een traditie van bouwende presidenten. Sinds Charles de Gaulle is het een ongeschreven regel dat elke Franse president met een ‘grand oeuvre’ een monumentale voetafdruk in Parijs achterlaat. Soms wordt het een spoor aan monumenten, zoals bij François Mitterrand, van Le Grand Louvre tot de nationale bibliotheek die nu zijn naam draagt. Soms wordt het één museum, zoals het volkenkundige Quai Branly van Jacques Chirac.

Sarkozy wil meer overhoop halen dan Mitterrand en Chirac samen. Bij zijn aantreden al zei hij niet geïnteresseerd te zijn in een monument met zijn naam. In september toonde hij zich preciezer, toen hij bij de opening van de Cité du Patrimoine et de l’Architecture in Parijs zijn droom van een Grand Paris prijsgaf.

Sarkozy keerde zich tegen goedkope standaardbouw, waardoor de torens van Shanghai, São Paolo en Mexico volgens hem evenzeer op elkaar lijken als de buitenwijken van Bordeaux, Parijs en Marseille. Hij verklaarde „architectonische schoonheid” tot een „culturele en humanitaire kwestie van de eerste orde” en beloofde architecten in te schakelen om de architectuur-politiek nieuw leven in te blazen.

Sindsdien weet le tout Paris wat Sarkozy wil. Hij is op zoek naar een nieuwe baron Haussmann, de architect en stadsbestuurder die halverwege de negentiende eeuw in opdracht van Napoleon II (eerst president, toen keizer) het middeleeuwse Parijs weggumde ten gunste van de brede boulevards en pleinen die de stad nu kenmerken. Maar nu moet het een stapje groter: de nieuwe Haussmann krijgt de banlieue erbij.

Die opdracht is misschien wel de grootste krachttoer die Sarkozy, toch al ambitieus, zich ten doel heeft gesteld. Anders dan Londen en Berlijn is de Parijse agglomeratie geen eenheid, maar een verbrokkelde megapool, die zijn 8 tot 11 miljoen inwoners heeft verdeeld over meer dan 1.200 gemeenten en vijf provincies. Parijs is „een kleine Balkan” zegt Winy Maas, een archipel van bestuurlijke en geografische eenheden die ruimtelijke ontwikkeling tot een kwestie van verdeel- en heerspolitiek hebben gemaakt.

Ondertussen neemt de tweedeling tussen binnen en buiten de ‘périph’ toe. Binnen de périphérique, de rondweg, krijgt de stad met de jaren meer monumentale allure. Daarbuiten trekken zes tot negen miljoen mensen – het is maar hoe ver van de stad je de lijn trekt – zich elke avond terug in hun randwoningen. Sommigen in villa’s, anderen in steeds verder gelegen nieuwe rijtjeshuizen, en de meesten in immigrantenwijken met woontorens waar alle sociale problemen samenkomen.

Sarkozy benoemde dit voorjaar een speciale staatssecretaris om Grand Paris in te voeren, ex-topman van Air France Christian Blanc. Die is inmiddels in gevecht geraakt met talrijke regiobestuurders. Bertrand Delanoë, de socialistische burgemeester van Parijs en een mogelijk toekomstige uitdager van Sarkozy op nationaal niveau, is wel voorstander van een Grand Paris, maar wil er geen burgemeester van worden. Ondertussen ijvert hij voor de bouw van meer hoge torens in Parijs. Sarkozy noemt dat „een simplistisch debat”.

In die kluwen van belangenstrijd is de stedenbouwkundigen een cruciale rol toebedacht. De tien die Sarkozy gisteren bezochten in zijn paleis in Parijs, zijn geselecteerd door een commissie van alle bestuurslagen uit Parijs en omgeving. Maar vooral hebben zij de opdracht om na te denken over alles. Behalve over stedenbouwkundige inrichting dus ook over vragen als waar de grenzen van het nieuwe, grote Parijs moeten liggen, hoe het bestuurd moet gaan worden, hoe de activiteiten in de metropool onderling samenhangen, en op welke manier het publiek inspraak mag hebben.

Hier en daar sijpelden de voorstellen naar buiten. Sommigen, zoals de Fransman Antoine Grumbach, bepleitten een uitbreiding van Parijs tot aan Le Havre, waar de Seine in de zee mondt. Dan kan Parijs zijn eigen groene hart krijgen. Roland Castro voert al jaren campagne voor een explosie van het centrum, door ministeries en andere paleizen van de republiek naar arme voorsteden te laten verhuizen. Jean Nouvel bepleit „een humanisering van de stad”.

Winy Maas meent dat het ‘eilandenrijk’ Parijs zich moet blijven beperken tot de kom van het Ile de France. Een nieuwe samenhang bedenken hoeft volgens hem niet te betekenen dat „Haussmann zich nu ook over de voorsteden moet gaan uitstrekken”.

De denkbare varianten moeten de komende zeven maanden vorm krijgen aan de tekentafels, waar volgens het Franse ministerie van Cultuur in totaal, binnen de tien geselecteerde teams, 250 experts bij betrokken zijn. Vanaf januari moet het echte werk beginnen: bestuur hervormen, en de vruchtbare en betaalbare plannen uit de projecten plukken.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Napoleon

In het artikel Zoeken naar de grenzen van Le Grand Paris (5 juni, pagina 4) staat dat Haussmann de opdracht tot de stadsvernieuwing van Parijs kreeg van Napoleon II. De opdracht kwam van Napoleon III, die eerst president (1848-1852) en aansluitend keizer (tot 1870) was.