Ziehier een stukje inzicht in de samenleving

Geen boze woorden over urennormen, stakingen of doorstroommogelijkheden.

Deel 12 in de serie Het vakkenpakket: een ode aan het vak Economie.

Illustratie Leonie Bos Bos, Leonie

De wereld draait om geld! Toch? Of toch niet? Bij het vak economie in ieder geval niet. Daar draait het om keuzes maken. Omdat we nu eenmaal niet alles tegelijkertijd kunnen hebben, moeten we kiezen. Bedenk maar: wel of geen huiswerk maken? Doorstuderen of een baan zoeken? Kinderen naar de kinderopvang of minder werken? Geld sparen of toch uitgeven? Maar ook voor de overheid: meer geld voor het onderwijs of voor het oplossen van het fileprobleem?

Elke dag opnieuw moeten we kiezen. Dat geld daarbij vaak een grote rol speelt weten we allemaal, maar niet alles is te koop. Geluk, vriendschap, liefde, maar ook vrije tijd en een schoon milieu. Onbetaalbaar, maar niet in geld uit te drukken.

Ook op school moeten keuzes worden gemaakt. De eerste vraag is: welke school? En al snel daarna volgt: welke richting met welke vakken? Ga je voor de praktijk of voor de theorie? Heb je een talenknobbel of voel jij je meer thuis bij de bètavakken? Of wordt het toch het profiel met economische en maatschappijvakken?

De keuze voor economie ligt in mijn ogen voor de hand. Aangezien ieder mens te maken krijgt met keuzes en economie de wetenschap is die gaat over het maken van die keuzes, is economie eigenlijk overal om ons heen aanwezig. Maar waar gaat het dan over? Het vak wordt in de onderbouw meestal maar één jaar gegeven, waardoor het moeilijk is precies te weten waarover het gaat. Sommige onderwerpen liggen voor de hand. Leerlingen hebben er direct mee te maken, zoals het omgaan met kleedgeld of de vraag of ze wel het juiste abonnement voor hun mobiele telefoon hebben afgesloten. Ook de droom van een eigen bedrijf beginnen of succesvol zakenman – en dus rijk – worden, komt regelmatig naar voren. Het onderwerp ‘arbeid’ wordt opeens interessant op het moment dat leerlingen aan hun eerste officiële bijbaantje gaan beginnen. Waar heb ik recht op? Waar moet ik op letten als ik afspraken met mijn baas ga maken? En nog leuker wordt het natuurlijk als blijkt dat ze, als ze een baantje hebben, misschien wel geld terug kunnen vragen van de belastingdienst.

Uiteindelijk gaat het om de grote verbanden. Om de ‘economische manier van denken’. Soms zal daarbij teruggegrepen worden naar een abstracte economische theorie, maar het gaat er om dat je meer inzicht krijgt in de hele samenleving. Natuurlijk komt de belasting dan weer ter sprake, maar nu niet omdat je als jongere belasting kunt terugvragen als je aan het werk bent, maar in het kader van het grotere geheel van de collectieve sector. Voor de gemiddelde zestienjarige een ‘ver van mijn bed show’ die echter al snel dichterbij komt. Zodra dat besef ontstaat komt meteen de vraag over de (on?)eerlijkheid van ons belastingstelsel: ‘En wat krijgen we er voor terug?’ Zodra die discussie los barst en er vragen gesteld gaan worden, ben ik tevreden. Het verband tussen overheid, bedrijfsleven en burgers wordt steeds duidelijker. Ziehier: een stukje inzicht in de samenleving!

Na de oriëntatie op nationaal gebied gaan we verder op internationaal gebied. Ook hier maakt het concrete ‘met vakantie gaan en geld wisselen’ plaats voor het grotere geheel van de internationale handel met haar import en export, de registratie daarvan op de betalingsbalans en de gevolgen ervan voor de wisselkoers. Hier vloeien de economische verbanden uit voort. Positieve en negatieve verbanden, in het begin waarschijnlijk een nachtmerrie voor veel leerlingen (en het uitleggen ervan misschien ook wel voor de docent…). De uitspraak „Ja maar, dat is toch goed? Dan is het toch geen negatief verband?”, moet plaats gaan maken voor het inzicht dat de woorden ‘positief’ en ‘negatief’ in dit geval geen waardeoordeel geven, maar iets zeggen over de manier waarop oorzaak en gevolg veranderen, namelijk in dezelfde richting (positief) of in tegengestelde richting (negatief). Als deze barrière eenmaal genomen is, ontstaat het begrip. De economische wetenschap blijkt opeens heel logisch te zijn en je kunt zelf ‘economisch’ denken!

De aandacht die er is voor het maken van keuzes, het kritisch leren denken, het leren je mening te onderbouwen met argumenten en het leren inschatten wat de gevolgen zijn van je (economisch) handelen, maken van economie een waardevol vak. De stof uit schoolboeken wordt vaak als zinloos ervaren, maar al snel blijkt dat de bij economie opgedane kennis en vaardigheden ook buiten school en in de verdere toekomst van pas komen. En wat is er leuker dan ’s avond aan tafel, je ouders eens haarfijn uit te leggen hoe het nu echt in elkaar zit?

En dan sta je al weer voor het volgende keuzemoment. Het eindexamen komt in zicht, je hoopt je diploma te halen, maar dan…? Een studie in een economische richting, zoals accountancy, bedrijfseconomie, commerciële economie of management, economie en recht? Of toch een heel andere kant op? Misschien wel het onderwijs in, al is dat voor de meeste leerlingen nog een ‘vies woord’. Logisch. De gemiddelde scholier zal er niet voor kiezen om, zoals ik gedaan heb, op z’n achttiende voor de klas te gaan staan, terwijl je net van school ‘verlost’ bent. Mijn keuze voor het onderwijs leidt dan ook tot veel onbegrip bij leerlingen. De meest gehoorde argumenten van leerlingen tegen mijn keuze voor het onderwijs zijn: „Je kunt toch veel meer met economie?”, „Je kunt in het bedrijfsleven toch veel meer verdienen?”, „Het is toch helemaal niet leuk om met allemaal van die lastige pubers te werken die naar school toe moeten?!”.

Nadat ze hun hart hebben kunnen luchten, ontstaat de nieuwsgierigheid naar mijn argumenten en wordt de vraag gesteld: „Waarom?” Ik leg dan uit dat ik het leuk vind elke dag met leerlingen te werken, omdat ze elke dag toch net even anders zijn. Dat het een uitdaging is samen met leerlingen naar een bepaald doel te werken en dat het samen genieten is als dat doel uiteindelijk bereikt wordt. En het belangrijkste: dat mijn trots niet zit in de cijfertjes die ze halen, voor mijn vak of voor andere vakken, maar in het feit dat ze zichzelf steeds verder ontwikkelen. Daarom trekt het ‘buitenschoolse’ me ook, waar de leerlingen weer heel andere talenten kunnen laten zien. Bij het begeleiden van de theaterproducties in de bovenbouw blijft het me verbazen wat de jongens van licht en geluid voor elkaar krijgen, hoe mooi het decor elke keer weer wordt en wat de acteurs uiteindelijk op de planken neer weten te zetten. Maar aan de andere kant ook de hulp en de steun die leerlingen elkaar bieden bij het overwinnen van hoogtevrees tijdens het survivallen in de Ardennen of de leerlingen die elke keer weer bereid zijn (vrijwillig) hun handen uit de mouwen te steken als je hulp nodig hebt bij het organiseren van schoolactiviteiten. Het gaat immers om het grotere geheel.

Begrijpen doen leerlingen mijn keuze niet altijd, maar gelukkig zien ze wel dat ik het meen. En wie weet zijn er dan toch één of twee leerlingen die later denken: dat maffe mens van economie had misschien toch gelijk – en voor het onderwijs kiezen. Want een eenmaal gemaakte keuze wil niet zeggen dat je in de toekomst niet iets anders kunt gaan doen.

Wendy van Capelle (23) is lerares op het Sint Vituscollege in Bussum. Naast docente economie en mentor is zij de producent van de theaterproducties in de bovenbouw en houdt zij zich bezig met de coördinatie van het keuzegedeelte in het bovenbouwonderwijs. Daarnaast studeert zij aan de eerstegraads lerarenopleiding algemene economie.

    • Wendy van Capelle