Wilde buitenissigheid op de harp

Pop Baby Dee. Gehoord: 4/6, Vera Groningen. Herhaling 5/6 Boerderij Zoetermeer, 6/6 Perron 55 Venlo, 7/6 De Pul Uden.

Een harp op het podium, het is geen alledaags gezicht in een rockclub. Dat geldt ook, en waarschijnlijk nog sterker, voor de bespeelster van dat elegante instrument: Baby Dee, een grote, knokige vrouw met een wilde bos krullend rossig haar, die haar leven in 1953 begon als jongen. ,,There’s a harp in that piano”, zingt ze in een lied over haar veelbewogen jeugd, ,,and there’s a girl inside that boy.” En, om die jongensjaren nog iets problematischer en gewelddadiger te maken: ,,My daddy’s crowbars (koevoeten) are his pride and joy”.

Baby Dee werd, na een kleurrijk leven waarin ze actief was als performance-artiest, circusfreak en kerkorganist, ontdekt door David Tibet, van cultgroep Current 93. Die bracht ook het androgyne fenomeen Antony Hegarty (Antony And The Johnsons) onder de aandacht. Baby Dee bespeelde de harp op diens debuutalbum.

In Vera schuifelt ze voorzichtig, met behulp van een stok, heen en weer tussen piano en harp. Rugproblemen verhinderen dat ze meer dan een handjevol liedjes van achter dat instrument brengt, zo verontschuldigt ze zich.

Vroegere platen vulde Baby Dee solo, op piano, harp of accordeon. Op haar laatste album Safe Inside The Day, , zijn er een bescheiden rockband en een strijkkwartet actief. Nu zit er verder alleen een cellist op het podium: een iele, donkere jongeman die weer een heel andere invulling aan het begrip androgynie geeft. Terwijl hij de strijkstok teer en functioneel over het instrument haalt, hamert Baby Dee nogal rudimentaire partijen op de piano en trekt ze wild aan de snaren van de harp.

Ze zingt liedjes over albino’s en tanden (The Only Bones That Show) en laat tussen de bedrijven door een sardonische lach klinken. In haar sekseveranderende operaties zijn de stembanden kennelijk onaangeroerd gebleven. Ze klinkt mannelijker nog dan Antony, een gulle, ronde stem met een krassend randje.

Haar repertoire is amusant en kent een paar ontroerende parels. Maar zeker in deze lichtelijk uitgebeende vorm zijn de liedjes aan de beperkte kant. De overrijpe verfijning van Antony of de dramatische charme van Marc Almond, met wie ze ook wel eens een podium deelde, moet ze missen. Toch openbaart zich een intrigerende laag. Onder die buitenissige verschijning en die overslaande, naar de gulle lach uitschietende stem moet een ongemakkelijk trauma schuilgaan.