Waar de wind waait, is onderhoud duur

In het Nederlandse deel van de Noordzee is gisteren het tweede grote windmolenpark geopend. Wind is vooralsnog de enige duurzame energiebron die hier ruim voorhanden is.

Het gisteren officieel geopende windmolenpark Q7 ligt 23 kilometer uit de kust ter hoogte van IJmuiden. Foto NRC Handelsblad Maurice Boyer Windmolenpark van Eneco 23 km uit de kust van IJmuiden Foto NRC H'blad Maurice Boyer 080604 windmolens windenergie energie mist Boyer, Maurice

23 Kilometer uit de kust van IJmuiden is het erg rustig. „Helaas, geen wind”, zegt de bestuurder van de opblaasbare speedboot. De zestig reusachtige turbines van het gisteren officieel geopende windpark Q7 draaien niet. En dus leveren ze geen elektriciteit.

Het is een terugkerend argument van de tegenstanders van windenergie: als het niet waait zul je als back-up een gasgestookte centrale moeten laten draaien. En die stoot het broeikasgas CO2 uit. Dus, hoe duurzaam is windenergie dan eigenlijk? Topman Jeroen de Haas van energiebedrijf Eneco, een van de eigenaren van windpark Q7, vindt het een onzinnig argument. „Als we de doelstelling van het kabinet willen halen [in 2020 moet 20 procent van alle verbruikte energie uit duurzame bronnen komen, red.] hebben we de wind op de Noordzee hard nodig.”

De Haas heeft gelijk. Nederland heeft weinig opties om de doelstelling voor duurzame energie te halen. Waterkracht is uitgesloten, want Nederland kent amper hoogteverschillen. Zonne-energie is nog duur. En biomassa ligt op het moment onder vuur, omdat het gebruik van sommige grondstoffen (maïs, tarwe, palmolie, soja) ten koste gaat van de voedselketen, of van regenwoud. Blijft over: wind – op land, of op zee. Maar op land stuit het plaatsen van windturbines op veel weerstand van de bevolking. Bovendien waait het aan land niet zo hard en zo veel als op zee. De Noordzee lijkt daarmee onvermijdelijk.

Het kabinet wil in 2020 in totaal 6.000 megawatt aan opgesteld vermogen op de Noordzee hebben staan. Dat is genoeg om circa zes miljoen huishoudens van stroom te voorzien. Maar 6.000 megawatt is wel enorm veel. Dat zijn vijftig parken ter grootte van Q7. Als het aan de windenergiesector ligt, komen die er allemaal. Ze heeft inmiddels 75 locaties gereserveerd langs de Noordzeekust. De vraag is echter hoe snel ze alle vergunningen krijgen. Bij Q7 werden die in 2000 al aangevraagd, maar de turbines draaien nu pas. „De procedures duren veel te lang”, zegt De Haas. Dat komt volgens hem doordat vier ministeries bij het verlenen van de vergunningen betrokken zijn. Die moeten alle functies van de Noordzee – visserij, scheepvaart, zandwinning, recreatie, natuur – goed op elkaar afstemmen. De Haas, en met hem de hele windenergiesector, wil dat er één loket komt. Staatssecretaris Tineke Huizinga (Verkeer en Waterstaat, ChristenUnie) heeft vorige maand in een brief aan de Tweede Kamer laten weten de procedures van haar kant te gaan versnellen.

Maar de sector moet ook iets doen, schrijft ze in haar brief. De kosten van windenergie op zee moeten omlaag, zodat er niet zo veel subsidie bij hoeft. De komende jaren stelt het ministerie van Economische Zaken 119 miljoen euro aan subsidie beschikbaar. Bijna tweederde daarvan gaat naar de twee windparken die nu al op de Noordzee staan. Er kan dus nog maar één windpark bij, en dan is de subsidiepot alweer leeg.

Mogelijkheden om de kosten te verlagen zijn er genoeg, zegt Theo de Lange van Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN). Het vermogen van de turbines kan verder omhoog, zodat hun stroomproductie stijgt. De opstelling van de turbines ten opzichte van elkaar kan beter, zodat ze meer wind vangen. En waar op dit moment veel aandacht voor is, zegt De Lange, is het robuuster maken van de turbines, om uitval te verminderen. De masten hebben veel te verduren van de soms metershoge beukende golven. Tegelijkertijd staan de draaiende bladen onder enorme druk door de wind die in kracht en richting snel varieert. „Er moet nu te vaak een ploeg komen om storingen op te lossen”, zegt De Lange. Nadeel is dat de turbines bij slecht weer niet bereikbaar zijn. Uitval en reparaties maken windenergie op zee duur.

Verder pleit de windenergiesector voor een goede infrastructuur van elektriciteitskabels op zee. Het is duur als alle parken hun eigen kabel naar land moeten leggen. Aan boord van de speedboot vertelt een medewerker van Eneco dat bij Q7 het plaatsen van het transformatorhuis op zee (waar de kabels van de turbines samenkomen) en het leggen van een dikke kabel vanaf het transformatorhuis naar het stroomnetwerk aan land, 20 procent van de projectkosten heeft uitgemaakt. Die kosten bedroegen in totaal iets minder dan 400 miljoen euro. Een woordvoerder van netbeheerder Tennet zegt dat het bedrijf studeert op „diverse methodes om de elektriciteit zo efficiënt mogelijk aan land te krijgen”.

Of die 6.000 megawatt aan windenergie op zee er komt, is de vraag. De Algemene Energie Raad (AER), een invloedrijke adviesraad, uitte eerder dit jaar in een rapport zijn bedenkingen. De overheid moet juist meer aandacht besteden aan energiebesparing en aan warmtekrachtkoppeling – dat zijn elektriciteitscentrales die ook de vrijkomende warmte gebruiken, waardoor hun efficiëntie fors toeneemt. Windenergie op zee heeft volgens de AER alleen kans als de elektriciteit die te veel wordt geproduceerd – ’s nachts bijvoorbeeld – kan worden opgeslagen. Bijvoorbeeld in een kunstmatig atol. Maar het bouwen daarvan kost vele miljarden. Toch daagde premier Balkenende de energiesector eerder dit jaar uit om zo’n energie-eiland voor de kust te ontwikkelen. Dus, wie weet.