Voetbalbond kiest voor de aanval in conflict met ‘Brussel’

De wereldvoetbalbond FIFA wil het aantal buitenlandse spelers per club beperken. De Europese Unie ziet niets in de regeling, die ooit door Johan Cruijff werd bedacht.

Wilmer Heck

Johan Cruijff trekt weer aandacht in Europa. Tijdens het congres van wereldvoetbalbond FIFA in Sydney kreeg voorzitter Sepp Blatter vrijdag massale steun van de nationale bonden voor een plan dat Cruijff ooit in een column opperde. De FIFA nam Cruijffs idee over om clubs te verbieden meer dan vijf buitenlandse spelers op te stellen. Waarschuwende woorden vooraf („pure discriminatie”) van eurocommissaris Vladimir Spidla (Sociale Zaken) mochten niet baten.

Vandaag peilt Blatter in Brussel of zijn provocerende aanpak succesvol is, al lijkt de EU zich voorlopig alleen maar dieper in te graven. Blatter ontmoet Hans-Gert Pöttering, voorzitter van het Europees Parlement. Een lid van datzelfde parlement, Toine Manders (VVD), bestempelde de handelwijze van de FIFA-baas afgelopen weekeinde nog als „uit de tijd van Lodewijk de Veertiende”.

Wat wil Blatter bereiken? Gesteund door voetbaliconen als Cruijff, Franz Beckenbauer (FIFA-bestuurslid) en Michel Platini (voorzitter van de Europese voetbalbond UEFA) wil de FIFA de ongebreidelde inkoop van sterspelers uit het buitenland afremmen. Beckenbauer nam onlangs Engeland als voorbeeld. „Drie Engelse topclubs in de halve finales van de Champions League, twee ervan spelen een prachtige finale. De volgende dag betreuren we allemaal dat Engeland niet meedoet aan het EK”, aldus Beckenbauer.

De prikkel voor de met nationale tv-inkomsten gespekte Engelse clubs om te investeren in hun jeugdopleiding is beperkt. Goede spelers kopen ze in het buitenland, wat de kracht van het nationale elftal niet ten goede komt. In Nederland is de situatie andersom. Het nationale team behoort tot de betere in Europa, maar in clubverband speelt Nederland door vertrek van talent naar het buitenland geen rol van betekenis meer.

Om het probleem te ondervangen heeft de UEFA voor Europese competities de zogenaamde ‘home grown spelers’-regel ingevoerd. Deze houdt in dat clubs een minimumaantal spelers in hun selectie opnemen die zijn opgeleid in het land waar de club is gevestigd. De spelers moeten tussen hun 15de en 21ste ten minste drie jaar bij de club of bij een andere club uit hetzelfde land hun opleiding hebben genoten. Vanaf komend seizoen gaat het om acht van de 25 spelers per team. Vier moeten zijn opgeleid bij de club zelf, nog eens vier in hetzelfde land.

Van deze regeling heeft de Europese Commissie vorige week voor het eerst onomwonden gezegd dat zij niet strijdig is met het Europese principe van vrij verkeer van werknemers. Brussel is tevreden, omdat de UEFA geen onderscheid maakt naar nationaliteit. Probleem opgelost? Volgens KNVB-directeur Henk Kesler niet: „De home-grown-regel maakt weinig uit, want die geldt voor de totale selectie. Clubs kunnen dus nog steeds elf buitenlanders opstellen”, aldus Kesler. Een UEFA-woordvoerder: „Door het drukke programma gebruiken clubs tijdens het seizoen bijna alle spelers in hun selectie.”

Een ander nadeel van de regeling ondervinden Nederlandse clubs al aan den lijve. Kesler: „Talenten worden nu al op hun vijftiende weggekaapt.” De FIFA verbiedt transfers van spelers onder de 18, maar vooral Engelse clubs maken handig gebruik van de uitzonderingsclausules. Een daarvan luidt dat als ouders om redenen die niets met voetbal te maken hebben naar het buitenland vertrekken een speler mee mag verhuizen. Kesler: „Papa krijgt een baan als trambestuurder en moeder wordt achter de kassa bij Woolworths (warenhuis, red.) gezet.”

Voorbeelden zijn er genoeg. De 15-jarige Oguzhan Özyakup (AZ) tekende in april nog een contract bij Arsenal. „De FIFA moet zorgen dat zijn regels waterdicht zijn”, zegt de UEFA-woordvoerder.

„Daar zijn aanvullende maatregelen nodig”, zegt ook Frans Timmermans per e-mail. De staatssecretaris voor Europese Zaken (PvdA) heeft zich, geïnspireerd door Cruijff, samen met staatssecretaris Jet Bussemaker (PvdA) in de discussie gemengd. Met hun collega’s uit Frankrijk (komend EU-voorzitter) stelden ze vorig jaar een memorandum op waarin ze Brussel opriepen sportbonden rechtszekerheid te bieden.

„In het nieuwe EU-Verdrag dat volgend jaar van kracht moet worden, is voor het eerst een artikel opgenomen dat de bijzondere positie van sport erkent. Dit betekent niet dat er automatisch een algemene uitzonderingspositie voor sport ontstaat, maar het vergroot wel de mogelijkheid om kaders te scheppen”, aldus Timmermans.

Maar met alleen kaders neemt Blatter geen genoegen. Hij doet het niet voor minder dan een vrijstelling van de sport van de Europese marktregels. „Juridisch gezien is dat de enige manier om ‘6+5’ te regelen”, aldus Heiko van Staveren, emeritus hoogleraar Sport en Recht aan de Vrije Universiteit. Anders zullen buitenlandse spelers die zich gediscrimineerd voelen naar het Europese Hof van Justitie stappen. „Blatter moet nu de lidstaten zien te overtuigen”, zegt Van Staveren, zelf ook voorstander van ‘6+5’. Van Staveren: „Omdat die regeling erkent dat het voetbal niet gebaat is bij Europese integratie en dat nationale competities moeten blijven bestaan. Als je dat accepteert, accepteer je ook dat het alleen leuk blijft als er maar een beperkt aantal buitenlanders mag spelen.” Maar of Engeland, waar clubs gebaat zijn bij de huidige situatie, te overtuigen valt, blijft de vraag.

Staatssecretaris Timmermans zegt ook sympathie te hebben voor ‘6+5’. Maar vanwege de politieke werkelijkheid maakt hij een voorbehoud: „Kan het doelpunt niet met rechts, via 6+5, worden gescoord, dan moet het maar met links, via home-grown.”

    • Wilmer Heck