Top levert vooral ‘politieke wil’ op

De landen op de voedseltop in Rome zijn het eens over de oorzaken van de voedselcrisis.

Maar of er meer vrijhandel of minder biobrandstof moet komen, blijft onduidelijk

Een jongetje in de regio Karamoja in Noordoost-Oeganda wordt in het St. Kizito Hospital gemeten. Het ziekenhuis behandelt naar eigen zeggen elke dag 350 kinderen die aan ondervoeding lijden. Foto AFP An Ugandan boy suffering from malnutrition is measured inside the St Kizito Hospital in the Matany village of Moroto on April 9, 2008, in Karamoja, one of the driest and least developed areas in this east African country and one with a lack of infrastructure and basic services. The hospital said it treats over 350 children a day for severe malnutrition. Calling on governments to begin work, World Bank president Robert Zoellick said: "We have to put our money where our mouth is now so that we can put food into hungry mouths. It's as stark as that.""Based on a rough analysis, we estimate that a doubling of food prices over the last three years could potentially push 100 million people in low-income countries deeper into poverty," World Bank president Robert Zoellick said at the end of the anti-poverty development lender's meeting Sunday. AFP PHOTO WALTER ASTRADA AFP PHOTO/Walter ASTRADA AFP

Overeenstemming over oorzaken en oplossingen, maar geen harde afspraken over, bijvoorbeeld, hulp aan de hongerende bevolking in arme landen. Dat lijkt het resultaat te gaan worden van de topconferentie in Rome over de hoge voedselprijzen en de crisis die dat met name in arme landen heeft veroorzaakt.

Er zijn duidelijke verschillen in de accenten die landen leggen in zowel hun analyse van de problemen als de voorgestelde oplossingen, met name over de rol van biobrandstoffen of liberalisering van de wereldhandel. Maar dat is geen onoverkomelijk probleem want er hoeven geen harde afspraken te worden gemaakt. De top moet later vandaag eindigen met een algemene slotverklaring en een Framework for Action, dat inderdaad niet meer dan een algemeen raamwerk is zonder duidelijkheid over kosten of toewijzing van taken.

Export van landbouwproducten naar het Westen zou boeren in arme landen kunnen helpen om geld te verdienen. Daarom verwijzen veel afgevaardigden naar de voortslepende onderhandelingen over een wereldhandelsakkoord in de zogeheten Doha-ronde, waarin landbouw een belangrijk onderwerp is. China wil een „eerlijk en rechtvaardig” akkoord. Brazilië wil een einde aan de „oneerlijke handelspraktijken die de handel in landbouwproducten karakteriseren”. Groot-Brittannië wil dat arme landen toegang krijgen tot de markten van rijke landen en de Amerikaanse minister van Landbouw, Ed Schafer, wil zelfs „vrije handelsstroom van voedsel”.

Intussen zijn het de Amerikaanse en Europese subsidies aan de eigen boeren en afscherming van de eigen markt die deze vrije handelsstroom onmogelijk maken. Het zijn deze handelspraktijken van de VS en de EU die de Braziliaanse president Lula da Silva karakteriseert als oneerlijk.

Op dezelfde dag dat Schafer en Lula in Rome spraken, kwam er ook nieuws uit het hoofdkwartier van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Genève waar afgevaardigden van dezelfde landen permanent rond de tafel zitten. Er is een „geleidelijke voortgang” in de onderhandelingen, meldde de Nieuw-Zeelandse voorzitter van de landbouwcommissie, Crawford Falconer. „Geleidelijke voortgang” is er al jaren, maar heeft nog nooit tot de aankondiging van een akkoord geleid.

Directeur-generaal Jacques Diouf van de FAO kreeg gisteren de vraag voorgelegd of liberalisering van de wereldhandel eigenlijk wel goed is voor arme landen. Of het niet beter zou zijn als die landen eerst het recht krijgen om in alle rust hun eigen voedselvoorziening rond te krijgen, zonder concurrentie van goedkope producten uit rijke landen waar wel zwaar is geïnvesteerd in efficiëntie en productieverhoging.

Diouf meende dat een „holistische benadering” nodig is. Ja, er is veel te weinig geïnvesteerd in met name de Afrikaanse landbouw om efficiënt te produceren. Dat moet veranderen. Tegelijkertijd moeten de importtarieven en subsidies in de rijke landen worden aangepakt, meent Diouf.

„We hebben in het Westen boter op ons hoofd”, meent het Tweede Kamerlid Harm Evert Waalkens (PvdA), die ook op de top aanwezig is. We geven ontwikkelingshulp maar we geven landen geen kans zich te ontwikkelen, stelt Waalkens, want we willen wel cacao en koffiebonen importeren, maar als ze in Afrika daar een reep chocola of een pak gebrande koffie van willen maken om naar Europa te exporteren dan lopen ze tegen een hoge tariefmuur op.

Toch heeft de top een positief resultaat, meent Waalkens, want eindelijk staat het belang van kleine boeren weer op de internationale agenda. Madelon Meijer van Oxfam/Novib sluit zich bij deze conclusie aan. „Het is een hoopvol begin”, zegt ze.

Gisterochtend vond Ban Ki-moon, secretaris generaal van de VN, de top al een succes. „Er is duidelijk een gevoel van vastberadenheid, gedeelde verantwoordelijkheid en politieke wil onder de lidstaten om de juiste beleidskeuzes te maken en om de komende jaren in de landbouw te investeren”, zei Ban. „Honger haalt alles omlaag waar we de laatste decennia voor hebben gevochten”, aldus de man uit Zuid-Korea, waar men een halve eeuw geleden zwaar leed onder armoede en honger. „We hebben nu de plicht om actie te ondernemen en om dat als één man te doen.”

Het concept van het zogeheten Framework for Action bevat de inmiddels bekende adviezen als het versterken van de positie van de kleine boeren in arme landen, te investeren in het verhogen van hun opbrengsten en hun markttoegang te verbeteren.

Dit alles kost geld. Diouf zei dinsdag dat de kosten op 30 miljard dollar (19 miljard euro) zouden uitkomen. Het raamwerk stelt dat de kosten onbekend zijn, maar dat men bij de FAO aan het rekenen gaat. Wel weet men, zo stelt het concept, dat de benodigde investeringen „meer kosten dan vooralsnog is toegezegd”.

Weblog vanaf de FAO-top en een fotoserie op nrcnext.nl/voedsel

    • Hans van der Lugt