Rijk en arm

Maria do Céu heeft haar huis roze laten schilderen. Rood was het tot op heden, ossenbloedrood. Je dacht dat het voor altijd rood zou blijven, een embleem voor de gedesoriënteerde reiziger. Een anker. Nu staat het daar te blozen, als een pril ding op kousenvoeten. Dadelijk zweeft het nog weg.

De schilders werkten voor dezelfde aannemer die haar hek heeft gerepareerd. Allemaal mannen uit omliggende dorpen. Wel vijf waren het er. Van maandag tot vrijdag zijn ze bezig geweest het bloedmonster om te toveren tot bruidstaart. Geen twijfel mogelijk, de oude dame heeft een flink bedrag bij de verzekering weten los te peuteren.

Voor valse polissen, valse claims en geantedateerde aanvragen moet iemand hier rijk zijn en over een bevriende verzekeringsmakelaar beschikken.

Maria do Céu is ik-weet-niet-hoe rijk. Toch is ze dezelfde vrouw die elk seizoen een bord met ‘Appels te koop’ in haar voortuin zet. De letters op het bord zijn nog net zichtbaar, ze is te gierig om het te vernieuwen. Letters uit de jaren vijftig.

Ze doet haar overtollige huis niet van de hand, ik zei het al, omdat anders ‘de mensen’ zouden denken dat ze geld nodig had. Nu heeft ze een huis dat overtollig is en roze. ‘Niet te koop’ betekent dat in kleurentaal.

Zoet bezit.

Vijfentwintig jaar geleden betraden de veilinghuizen Sotheby’s en Christie’s voor het eerst de Portugese markt om te zien of ze de rijken van een paar juwelen of meubels af konden helpen. Discrete advertenties in de krant wezen op de mogelijkheid goederen te laten taxeren op zekere dag van vier tot zeven in het Ritz Hotel. De verkoop zou vervolgens geschieden in Londen. Zo kreeg niemand er lucht van.

Ze moeten massaal uit hun holen zijn gekropen, de oude rijken, sjaal over het hoofd getrokken en in sjofele regenjassen, want inmiddels wemelt het van de openbare veilingen. De tijden veranderen, zelfs in Portugal.

Nog op de dag dat Maria do Céu overlijdt, zullen haar kinderen haar overtollige huizen verpatsen.

Wat ik zeker weet, is dat de schilderlieden niet hebben meegenoten van haar verzekeringsvoordeeltje. Soms veranderen de tijden traag.

Ook in Vila Pouca is er voor mannen alleen werk in de bouw, als er al werk is. Niemand beschikt over een vast dienstverband. Het is wachten op een klus. Ze verdienen per dag wat een Nederlandse bouwvakker per uur verdient. De benzine en de elektriciteit behoren tot de duurste van Europa.

Dat ik niet wakker lig van de armoe is tot daaraan toe, maar dat de socialisten in de regering het ook niet doen is minder fraai.

Vader heeft een moestuin, moeder de vrouw doet de was op de hand, de plafondlamp draait op twintig watt, dus echt meetellen in de armoestatistieken doen ze ook niet.

Wie recht heeft op een uitkering vangt tweehonderdvijftig euro in de maand. Alleen wie minstens één baan heeft gehad kan worden geregistreerd als werkeloze. Opnieuw goed voor een scheve statistiek.

De moestuin en het systeem van gesloten beurzen houden de economie draaiende. De regering verbeeldt zich dat het komt door haar briljante beleid.

Ik geef je een pomp, dan repareer jij mijn dak.

Het huishoudboekje van de Portugees is een treurspel.

Gerrit Komrij