Recht in geding door tijdnood tribunalen

De vier nog voorvluchtige verdachten van het Joegoslavië-tribunaal zijn „binnen het bereik van Servië” en als de politieke wil er is kunnen ze door de autoriteiten worden gearresteerd en uitgeleverd aan het VN-hof in Den Haag. Dat betoogde hoofdaanklager Serge Brammertz gisteren in New York tijdens zijn eerste toespraak voor de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Brammertz, die in januari Carla Del Ponte opvolgde, zei dat er de afgelopen zes maanden „geen vooruitgang” is geboekt om Ratko Mladic, Radovan Karadzic, Stojan Zupljanin and Goran Hadzic op te pakken en over te dragen aan het door de Verenigde Naties gefinancierde hof. Als reden noemde hij de Servische verkiezingen van 11 mei.

Die werden gewonnen door de pro-westerse Boris Tadic, maar voor de vorming van een regering zal hij steun moeten zoeken bij de partij van wijlen Slobodan Milosevic. Brammertz sprak de hoop uit dat de nieuw te vormen regering in Belgrado de nodige maatregelen zal nemen die leiden tot de arrestaties.

Het VN-hof moet eind van dit jaar alle processen hebben afgerond. In 2010 moeten de zaken in hoger beroep zijn voltooid. Datzelfde geldt voor het Rwanda-tribunaal in Arusha, dat de hoofdverdachten van de genocide uit 1994 vervolgt. Daar lopen nog meer dan twintig processen.

Hoofdaanklager Hassan Jallow zei gisteren tegen de Veiligheidsraad dat het door drie recente arrestaties en een nieuw te openen zaak „absoluut noodzakelijk” is dat het hof zijn zaken in eerste aanleg mag laten uitlopen in het volgende jaar. Dertien verdachten zijn nog voortvluchtig. Het is de bedoeling dat het resterende werk van het tribunaal wordt overgedragen aan de Rwandese justitie, maar volgens Jallow is die daar niet klaar voor. „Deze arrestaties betreffen verdachten van een dergelijk hoog niveau dat zij door het tribunaal berecht moeten worden.”

Brammertz zei dat hij zich niet kan voorstellen dat het Joegoslavië-tribunaal wordt gesloten zonder dat de twee hoofdverdachten van de genocide van Srebrenica – legerleider Ratko Mladic en de politicus Radovan Karadzic – zijn berecht.

Brammertz vertelde over een reis die hij in maart had gemaakt naar Bosnië en waarbij hij met veel verenigingen van slachtoffers heeft gesproken. Brammertz: „Ik was onder de indruk van de moed van de overlevenden en de duidelijkheid van hun boodschap dat de verdachten moeten worden berecht door het Joegoslavië-tribunaal. Zij hebben nooit opgegeven. Wij kunnen dat ook niet doen. Wij zijn hun de gerechtigheid verschuldigd die vijftien jaar geleden werd beloofd toen het tribunaal werd opgericht.”