Percussie uitgebreid met sirenes

Filmmaker Frank Scheffer verfilmde de muziek van componist Edgard Varèse.

Voor elk concept vindt hij beelden. We begrijpen én voelen wat Varèse bezig hield.

Foto Film Museum Scene uit de film Edgard Varèse: Een visionair in geluid (2008) DokuArts - Film Museum Nederlands Filmmuseum

Filmmaker Frank Scheffer ziet zijn film over de Franse avant-gardecomponist Edgard Varèse als een epiloog bij zijn documentairereeks over gezichtsbepalende muziek en componisten van de twintigste eeuw. Met vernieuwers als Igor Stravinsky, Pierre Boulez, Elliot Carter, Karlheinz Stockhausen, John Cage en Frank Zappa. Het was Zappa die Scheffer op het spoor zette van Varèse. In de binnenhoes van de Zappa-lp We’re Only in It for the Money staat een citaat van Varèse: ‘The present day composer refuses to die’ – ook de titel van een film die Scheffer over duizendpoot Zappa maakte.

De film die gisteren het Doku.Arts-programma opende, was de tv-versie van de Varèse-film. De lange versie wordt naar alle waarschijnlijkheid nog dit jaar afgerond. Edgard Varèse: Een visionair in geluid is een typische Scheffer-film, die zowel horizontaal (chronologisch verhalend) als verticaal (verdiepend) werkt. Hij begint met Un grand sommeil, de enige vroege compositie van Varèse die bewaard is gebleven, de rest werd door hem vernietigd toen hij naar Amerika verhuisde. De muzikale taal ligt in het verlengde van de Franse tijdgenoten van Varèse (1883-1965).

Dan volgt een schok: de compositie Amériques is Stravinsky in het kwadraat. Varèse emancipeerde de percussiesectie van het orkest en breidde het uit met sirenes en typemachines. De ritmiek werd uiterst irregulier, door Scheffer mooi filmisch vertaald door jump cuts in te lassen in shots van New York, de stad die Varèse inspireerde tot het schrijven van zijn vernieuwende compositie die, volgens dirigent Riccardo Chailly (ex-Concertgebouw), zijn tijd vijftig jaar vooruit was. Zo volgt Scheffer keurig chronologisch de loopbaan van Varèse, waarbij Varèse zelf pas helemaal aan het eind van de film aan het woord komt.

Scheffer excelleert in de verdiepende terzijdes die hij inlast, de momenten waarop hij zich minder verlaat op de deskundigen die hij opvoert (Chailly, Carter, Boulez) maar via beelden probeert te illustreren vanuit welk artistiek Umfeld de muziek van Varèse ontstond. Zo wordt de sensuele klankwereld die Debussy schiep, aangehaald als muzikaal voorbeeld voor Varèse, vooral Debussy’s Prélude à l’après-midi d’un faune. Terwijl we dit stuk horen, zien we beelden van een ingekleurde, zwijgende film uit het begin van de filmgeschiedenis. Wat sfeer en kleurgebruik betreft doet het fragment denken aan het impressionisme, het tijdvak van Debussy.

Voor elk concept van Varèse vindt Scheffer bijpassende beelden. Soms is de vertaling iets te letterlijk, zoals de shots van een woestijn bij de compositie Déserts. Maar vaker werken ze verdiepend, zowel rationeel als gevoelsmatig. We begrijpen én voelen wat Varèse bezig hield.

Aan het begin van de film zien we een kerk, waarvan de muren in close-up worden afgetast. Die kerk komt later terug en blijkt in het dorpje te staan waar Varèse is opgegroeid. Bovendien ‘verklaart’ de oneffen textuur van de kerkmuur, volgens Varèses leerling Chou Wen-chung, de gelaagde klanken die Varèse graag gebruikte. De ruwheid van de muur wordt door Scheffer extra benadrukt door te filmen met een oude Bolex-camera. Deze heeft een kleiner film-negatief, dat in de nabewerking wordt opgeblazen, waardoor er ook in beeld een grofheid ontstaat die past bij het punt dat wordt gemaakt. Dit soort vondsten tilt de muziekdocumentaire ver uit boven het gemiddelde kunstportret op het nieuwe Doku.Arts-festival.

Edgard Varèse: Een visionair in geluid.

Regie: Frank Scheffer. Op Doku.Arts, 4 t/m 8 juni. In: Filmmuseum, Amsterdam. *****