Oude tijden herleven in NBA

Het Amerikaanse basketbal krijgt zijn droomfinale: Celtics-Lakers. Voor de elfde keer staan beide teams tegenover elkaar in een best-of-seven die vanavond begint in Boston.

Hoe hebben de Celtics het gedaan? Lange tijd was dat het enige waar de Lakers aan konden denken na een gewonnen wedstrijd. Los Angeles, het sterkste team uit de Western Conference van het Amerikaanse profbasketbal, keek altijd met een schuin oog naar de Eastern Conference, waar het team uit Boston domineerde. „In die tijd vierden we niet eens de eindzege in het westen. Het ging altijd over Boston. We wilden spelen tegen het allerbeste team, en dat was toen Celtics”, zei de legendarische Earvin ‘Magic’ Johnson, oud-speler van de Lakers, afgelopen week.

Die tijd, dat was de jaren tachtig. De NBA kwam tot volle bloei, dankzij goede marketing, mooie nieuwe basketbalarena’s en vooral dankzij de intense rivaliteit tussen Boston Celtics en Los Angeles Lakers. Het was de tijd van Larry Bird tegen Magic Johnson, twee grootheden uit de Hall of Fame. Het was de ‘bonenstad’ aan de oostkust tegen het glamoureuze LA aan de westkust. De kijkcijfers schoten de hoogte in. Wie voor LA was, was tegen Boston, en omgekeerd. „Haat? Nou, je had toch liever niet dat de ander won”, grapte Bird, deze week voor de gelegenheid samengebracht met Johnson.

In de jaren zestig hadden Celtics en Lakers al samen aan de wieg gestaan van de eerste bloeiperiode van de NBA, met als hoogtepunt een finale in 1969. Ook de namen van de toenmalige vedetten, Celtics’ Bill Russell en Lakers’ Wilt Chamberlain, doken deze week weer op op de sportpagina’s van de Amerikaanse kranten. Maar dat was nog niets in vergelijking met de roaring eighties, waarin LA en Boston altijd streden om het kampioenschap. Celtics won in de jaren tachtig drie titels, Lakers vijf.

Boston veroverde zestien NBA-titels, een record, en won in totaal acht keer in de finale van de Lakers. De laatste keer gebeurde dat in 1984. Maar de Lakers wonnen de laatste twee onderlinge finales, in 1985 en 1987. Voor de Lakers was de zege in ’87 de eerste van drie opeenvolgende titels. Met Boston ging het ondertussen van kwaad tot erger: sinds 1996 haalde de ploeg amper vier keer de play-offs en stond 21 jaar lang niet meer in de finale van de NBA. Dat de eindstrijd, een best-of-sevenserie die vanavond in Boston begint, opnieuw tegen de Lakers is, zorgt in de Verenigde Staten voor heel wat opwinding.

Celtics heeft een droomseizoen achter de rug, met 66 gewonnen wedstrijden. Het jaar ervoor won het team slechts 24 keer, en wist het niet eens de play-offs van de Eastern Conference te bereiken. Maar met nieuwelingen Kevin Garnett en Ray Allen bleek al vroeg in het seizoen dat er opnieuw rekening moet worden gehouden met Celtics. Ook Lakers heeft een formidabel seizoen achter de rug, onder impuls van Kobe Bryant, die in de zomer nog dreigde Los Angeles te verlaten. Maar de Amerikaan, die al drie NBA-titels won, kreeg de door hem gevraagde versterking: de Spanjaard Pau Gasol. Vooral in de play-offs speelde Lakers dominant, met winst tegen Denver Nuggets, Utah Jazz en in hun Conference-finale tegen San Antonio Spurs, de NBA-kampioen van vorig jaar.

Veel van de mannen die vanavond op de vloer staan, waren nog baby’s of kleuters toen Celtics en Lakers voor het laatst tegen elkaar in de finale stonden. „Ik weet wel iets van de geschiedenis, maar niet veel”, zei de 22-jarige Celtics-guard Rajon Rondo deze week in een voorbeschouwing.

Of de nieuwe generatie nog iets van de oude rivaliteit begrijpt? Magic Johnson: „Geloof me, zodra die bal donderdag de lucht ingaat, zullen ze het wel begrijpen.”

Volg de basketbalfinale via www.nba.com

    • Dirk Vandenberghe