Onderzoek over woekerpolissen leidt tot ruzie

Nieuwsanalyse Het conflict over de woekerpolissen zit muurvast. Betrokkenen geven elkaar de schuld. Bos moet met een nieuw plan komen, maar kan hij dat?

Houders van de in totaal 6,5 miljoen zogenoemde woekerpolissen (beleggingsverzekeringen) zullen er chagrijnig van worden. De beloofde helderheid over hun kostenverslindende polissen lijkt verder weg dan ooit, nu alle betrokken partijen in plaats van eensgezind aan een oplossing te werken, ruziënd over elkaar buitelen.

Het conflict zit inmiddels muurvast. Betrokkenen verwijten elkaar de zaak te frustreren. Het ministerie van Financiën heeft het vertrouwen in het Instituut Financieel Onderzoek (IFO), dat een allesomvattend rapport over de polissen zou schrijven, gisteren formeel opgezegd. Financiën voelt zich in zijn hemd gezet, omdat het IFO steeds zegt meer tijd nodig te hebben en broddelwerk zou hebben geleverd. Het IFO voelt zich gepakt door de verzekeraars, die het onderzoek maandenlang getraineerd zouden hebben. En het IFO is boos op Financiën, omdat dat keer op keer nieuwe eisen zou stellen. De verzekeraars ten slotte zijn boos op het IFO, omdat dat bevooroordeeld aan het onderzoek begonnen zou zijn.

De zaak van de woekerpolissen kwam twee jaar geleden aan het licht toen een rapport uitlekte van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Verzekeraars brachten polishouders zonder dat die dat wisten zeer hoge kosten in rekening, waardoor het beloofde rendement niet gehaald wordt. Verzekeraars weigerden in eerste instantie mee te werken aan een onderzoek, maar schaarden zich uiteindelijk achter een onderzoek van de Ombudsman financiële dienstverlening, Jan-Wolter Wabeke. In zijn rapportage werd de schuld van de woekerpolissen deels bij de verzekeraars gelegd. Hij deed een schikkingsvoorstel van zo’n 2,5 miljard euro. Kenners noemen dat bedrag een schijntje en vinden dat de verzekeraars veel meer zouden moeten geven ter compensatie.

Ingewijden melden dat de verzekeraars nu alles op alles zetten om een nieuw, negatiever onderzoek over de polissen te blokkeren. Zij zouden daarbij een willig oor vinden bij ambtenaren van het ministerie, die dreigementen over een crisis in verzekeringsland – waarbij de consument uiteindelijk ook gedupeerd zou worden – serieus nemen. De verzekeraars ontkennen dit. Daar komt bij dat de overheid jarenlang de voorwaarden gecreëerd heeft waaronder de verzekeraars de polissen fiscaal aantrekkelijk konden verkopen.

Bos kondigde gisteren in de Tweede Kamer aan met een ‘plan-B’ te zullen komen. Hoe dat eruitziet, weet niemand, en verzekeraars en de onderzoekers zijn sceptisch. Bos zou helemaal geen plan-B hebben op dit moment, omdat hij tot nu toe geen enkele regie heeft gevoerd op dit dossier, zeggen zij. Ambtenaren zouden de minister zelfs onjuist of op zijn minst onvolledig hebben geïnformeerd over de stand van het onderzoek.

Bos zal de Kamer volgende week openheid van zaken geven over het conflict, dat daarmee verder zal escaleren. De band tussen Financiën en IFO is dan definitief verbroken. Het IFO zal voorafgaand aan die brief zelf met een feitenoverzicht komen, waarin zowel de kwalijke rol van de verzekeraars als het zwalkende beleid van het ministerie aan de orde zal komen. Financiën vindt dat het IFO de tijd die nu in het conflict wordt gestoken beter in een goed rapport kan steken.

De hamvraag is hoe het nu verder moet. Financiën suggereert het IFO-rapport zelf af te willen maken en daarna een bemiddelaar te willen aanwijzen. Maar aangezien de overheid partij is in het conflict, stuit deze procedure op bezwaren. Anderen suggereren dat oud-AFM-bestuurder Paul Koster als onafhankelijke derde naar het IFO-onderzoek zou kunnen kijken en er de regie over moet krijgen.

De onderzoekers willen hun rapport hoe dan ook publiceren, ongeacht of Financiën dat goedkeurt. Dat zal echter pas na de zomer gebeuren.

De vraag is of Bos voor die tijd een oplossing kan forceren.