Ombudsman is er niet voor kritiek op beleid

Een ombudsman moet klachten over de overheid onderzoeken en terechte klagers bijstaan. Hij moet niet oppositie gaan voeren, meent Marco Pastors.

De Rotterdamse overheid en de Rotterdamse ombudsman zijn verwikkeld in een fundamentele kwestie die vraagt om een helder oordeel van de Rotterdamse politiek. De ombudsman stelt dat de gemeente Rotterdam de grondrechten van burgers schendt, dat de handhaving en repressie schrikbarend zijn toegenomen, en dat de gemeente over de grenzen van de wet heengaat, zonder dat dit door de rechter wordt gecorrigeerd. Zonder verdere onderbouwing stelt hij dat te veel goeden lijden onder de kwaden, en dat ‘de toegang tot het recht voor de minder weerbaren een beperkende factor is’.

De ombudsman suggereert dat de overheid welwillende burgers meer laat lijden dan de aanpak van huisjesmelkerij, overlast, hennepkweek, schoolverzuim, probleemgezinnen enzovoort rechtvaardigen. Hij spreekt zich uit tegen de toename van maatregelen als cameratoezicht, gebiedsontzeggingen, interventieteams en huisverboden bij kindermishandeling.

De ombudsman stelt zich daarmee op als spreekbuis van criminelen en overlastgevenden, gebaseerd op een relatief klein aantal klachten. In de praktijk gaat hij zelfs zover dat hij in een brief aan malafide vastgoedeigenaren aanmoedigingen geeft om de gemeente een loer te draaien: „Het door u bereikte resultaat is niet mis en tikt de gemeente gevoelig op de vingers” en „U kunt in die [gerechtelijke] procedure het volle pond binnenhalen: een oordeel over de onrechtmatigheid van het handelen van de gemeente Rotterdam én een schadevergoeding.”

De ombudsman heeft ook geen weerwoord aan de gemeente gevraagd alvorens deze brief te versturen. Hiermee kiest hij partij voor de uitbuiters, onder het mom van opkomen voor verdrukten.

De feiten laten wat anders zien. De ombudsman heeft ondanks het toenemende overheidsoptreden minder klachten ontvangen dan een jaar eerder (883 ipv 995). Van die 883 klachten achtte hij 12 procent gegrond, het jaar ervoor 13 procent. De conclusies over de gemeentelijke interventieteams zijn gebaseerd op 48 klachten na ruim 25.000 huisbezoeken. Hij besteedt geen aandacht aan de duizenden illegale en zorgvragende situaties die door interventieteams zijn ontdekt en opgelost. Zonder met feiten te komen, trekt hij dezelfde conclusies bij andere maatregelen.

Een ombudsman moet klachten over overheidsorganen oplossen door zich aan beide kanten te laten informeren. Dat verzuimt deze ombudsman waar het hem uitkomt. Ten slotte moet hij een afgewogen oordeel uitspreken waarmee de indieners van de klacht hun recht kunnen halen. Aangezien hij niet altijd aan wederhoor bij de gemeente doet, is de kans groot dat zijn oordeel eenzijdig is.

In zijn jaarverslag verwijst hij naar een interview met de directeur Veilig die daarin zei dat de gemeente sinds 2002 de grenzen van de wet opzoekt en er soms zelfs overheen gaat als de situatie dat rechtvaardigt. Dat is een indicatie die een ombudsman alert mag maken, maar het is geen onderbouwing om een specifieke klacht naar aanleiding van een specifieke gedraging zonder wederhoor te laten volgen door een oproep om beleid ter discussie te stellen.

Een goed functionerende ombudsman zou zich ook moeten richten op toetsing en afweging van voor- en nadelen van dit beleid ten opzichte van andere opties. Daar is geen sprake van. Tenzij je van mening bent dat een overheid die niets doet, geen fouten kan maken, en het dan dus altijd beter doet dan een overheid die wel in beweging komt. Al met al voldoende redenen om het functioneren van de ombudsman aan de orde te stellen.

Al vanaf 2002 wordt er gewaarschuwd dat de overheid niet te ver door mag slaan. Toen hadden we nog niets gedaan. Na 20 jaar lankmoedig overheidsoptreden is er nu een periode aangebroken waarin de overheid juist opkomt voor de hulpbehoevenden en de mensen die last hebben van gedragingen van anderen. Onze stad heeft een overheid nodig die een normatief kader aangeeft, de morele leiding neemt en ook in de werkelijkheid zorgt dat mensen in de stad zich binnen dat normatieve kader gaan bewegen.

We staan nog maar aan het begin van een ontwikkeling in deze richting. Daar is een ombudsman bij nodig die verkeerde gedragingen van de overheid aan de kaak stelt, zonder verborgen agenda. Niet een ombudsman die feiten uit zijn verband rukt en maatregelen afkeurt die resultaten opleveren, die juridisch zijn toegestaan én die de steun hebben van de Rotterdammers.

Marco Pastors is raadslid en voormalig wethouder namens Leefbaar Rotterdam.

Lees het interview met de Rotterdamse ombudsman Migiel van Kinderen na op nrc.nl/opinie

    • Marco Pastors