Mag dat? Dat mag NIET!

Justitie liet reclameposters van illegale bookmaker Unibet verwijderen.

Maar hoe lang mag Nederland dit soort gokhuizen nog weren?

De reclameposters van de illegale bookmaker Unibet werden op last van Justitie verwijderd. Foto’s Unibet Unibet

Ben jij klaar voor het EK? Unibet. Wedden op alles wat Oranje is en meer. Met deze slogan adverteerde onlinebookmaker Unibet twee weken geleden op honderd grote billboards in Nederland. Totdat het ministerie van Justitie JC Decaux, de uitbater van de reclameborden, sommeerde de posters weg te halen. Unibet heeft geen vergunning om in Nederland kansspelen op sportwedstrijden aan te bieden en mag daar geen reclame voor maken. Dat is voorbehouden aan monopolist De Lotto.

Hoe lang dit kansspelbeleid houdbaar is, is nog maar de vraag.

Volgens de Europese Commissie maakt het monopolie dat de Nederlandse staat aan De Lotto toekent inbreuk op Europese wetten zonder dat daarvoor een rechtvaardiging is. Dat stelde de Commissie in februari, toen ze een zogenaamd met reden omkleed advies aan Nederland stuurde.

Waarom de Europese Commissie dit precies vond werd toen niet bekendgemaakt. Deze krant is nu in bezit van een Engelstalig kopie van het advies dat Eurocommissaris Charlie McCreevy (Interne Markt) aan Nederland stuurde.

Minister van Justitie Hirsch Ballin en zijn voorganger Donner hebben het Nederlandse beleid altijd verdedigd. De Lotto, dat via de Toto de enige legale vorm van sportprijsvragen aanbiedt, dient als legaal alternatief om gokkers een veilig en gereguleerd spel aan te bieden, zo stelt de minister. Volgens Hirsch Ballin is reclame voor de Lotto en de Toto niet bedoeld om nieuwe spelers aan te trekken, maar om mensen die al gokken naar het legale alternatief „te kanaliseren”. Het feit dat De Lotto jaarlijks miljoenen afdraagt aan goede doelen van algemeen belang als NOC*NSF is niet meer dan een fijne bijkomstigheid, meent de minister van Justitie.

Met deze redenering is de Europese Commissie het oneens. Volgens de Commissie heeft Nederland op geen enkel moment overtuigend bewijs geleverd dat het monopoliestelsel voor sportweddenschappen het aantal gokverslaafden heeft verminderd. Ook heeft Nederland niet aangetoond dat sportweddenschappen worden aangeboden door criminele organisaties.

Verder schrijft de Commissie verrast te zijn dat volgens de statuten van De Lotto het enige doel is „de verwerving van gelden door middel van het [...] organiseren en het [...] houden van kansspelen”. Volgens de Commissie duidt dit erop dat het Nederlandse beleid vooral gericht is op geld ophalen voor het algemeen belang. Dit is volgens het Hof verboden, schrijft de Commissie.

Bovendien, zo stelt de Commissie, is er geen bewijs dat De Lotto alleen maar de bestaande vraag naar sportweddenschappen kanaliseert. Door grootschalige reclamecampagnes te voeren en regelmatig nieuwe spelletjes aan te bieden, trekt De Lotto wel degelijk nieuwe gokkers, aldus McCreevy.

Tjeerd Veenstra, directeur bij De Lotto, reageert gelaten op de beweringen van de Europese Commissie. „Dat onze statuten alleen spreken over het verwerven van gelden is geen valide argument”, zegt Veenstra. „Wij verkrijgen alleen een vergunning als wij aan vereisten voldoen die met bestrijding van criminaliteit en gokverslaving te maken hebben. Die doelen zijn dus wel degelijk ingebed in onze bedrijfsvoering.”

Wel is De Lotto bezig de statuten te wijzigen. In de nieuwe versie zal meer nadruk worden gelegd op het feit dat De Lotto integraal deel uitmaakt van het Nederlandse kansspelbeleid dat als doel heeft gokverslaving tegen te gaan en criminaliteit te bestrijden. Veenstra benadrukt dat de statutenwijziging op geen enkele manier het resultaat is van de druk vanuit Europa.

„De Lotto is de legale aanbieder en alle andere als Unibet en Betfair zijn gewoon illegaal bezig. Dat heeft de Hoge Raad keer op keer bevestigd”, zei Veenstra eerder tegen deze krant. Toch denkt ook hij dat de huidige situatie, waarbij internetgokhuizen zonder vergunning, maar ook zonder enige obstakels, diensten aanbieden, in Europees verband besproken dient te worden.

Het is nu aan Nederland om te reageren op de aantijgingen van de Commissie. Is die niet tevreden, dan kan een gang naar het Europees Hof volgen.