Europa, reken je nog niet rijk met Obama

Wanneer bekend is wie de nieuwe president van de VS wordt, moet Europa duidelijk maken wat het wél en niet wil in de relatie tot de VS, betoogt Timothy Garton Ash.

Tekening Siegfried Woldhek Obama versus Hillary Woldhek, Siegfried

Op een hartelijk welkom hoeft president Bush volgende week bij zijn afscheidsbezoek aan Europa niet te rekenen. Men zal hem graag weer zien vertrekken. Zijn twee ambtstermijnen waren slecht voor de betrekkingen tussen Europa en de VS. De vraag is hoeveel beter die betrekkingen zullen worden onder Barack Obama of John McCain. Met Obama wordt het, denk ik, een andere, opwindende, maar geen gemakkelijke rit; met McCain aanvankelijk iets beter dan met Bush, maar het kan zó weer omslaan.

De fundamentele kwestie is: hoeveel verschil maakt het individu in de geschiedenis? Veel. Als Al Gore de presidentsverkiezingen van 2000 ook wérkelijk gewonnen had, hadden de trans-Atlantische betrekkingen van de afgelopen paar jaar er heel anders uit kunnen zien. De aanslagen van 9/11 hadden evengoed tot een trans-Atlantische crisis kunnen leiden, omdat Amerika zich als een land in oorlog beschouwde en Europa niet. Maar een groot deel van de latere trammelant lag aan Bush zelf: aan zijn unilateralisme, zijn obsessie met Irak, zijn cowboystijl, zijn incompetentie.

Tijdens zijn tweede ambtstermijn zijn de trans-Atlantische betrekkingen iets verbeterd. De spengleriaanse onheilsprofetieën van vijf jaar geleden, op het toppunt van de crisis in Irak, doen nu wat komisch aan. De komende ‘botsing der beschavingen’ zou volgens een deskundige op het gebied van het Amerikaanse buitenlandse beleid niet plaatsvinden tussen het Westen en de islam, maar tussen Europa en Amerika. „De Amerikanen komen van Mars, de Europeanen van Venus”, schreef de Amerikaanse neoconservatief Robert Kagan. Maar uiteindelijk komen we toch van dezelfde planeet. Nadat Madrid en Londen waren getroffen door terreuraanslagen van takfiri-jihadisten, nadat zelfs conservatieve Amerikanen hadden toegegeven dat je zo’n ‘oorlog tegen het terrorisme’ niet als een conventionele oorlog kunt winnen, is men het iets meer eens geworden over waar het in deze langdurige strijd om gaat.

Toch zitten we nog met een aantal onaangename feiten. Tijdens de Koude Oorlog werd het trans-Atlantische Westen bijeengehouden door een gemeenschappelijke vijand. Nu niet meer. De trans-Atlantische toenadering als gevolg van het internationale terrorisme haalt het nog niet bij die uit de tijd van de Sovjet-Unie. In een vergelijking van de Britse en de Amerikaanse strategie tegen het terrorisme werd onlangs in The New York Review of Books geconstateerd dat voor Groot-Brittannië, en voor een groot deel van Europa, het terrorisme een interne vijand is, een soort kanker, terwijl het voor de meeste Amerikanen nog altijd een externe vijand is. Analisten in Washington beschouwen Europa zelfs als een gevaar voor de nationale veiligheid van de VS, omdat het oude werelddeel nu een thuisbasis is voor potentiële jihadterroristen. In de tweepolige wereld van de Koude Oorlog waren West-Europa en Amerika veroordeeld tot samenwerking. In de huidige veelpolige wereld zijn er meer permutaties mogelijk. Zo bloeit er iets moois op tussen de Verenigde Staten en India. Misschien hebben de VS wel liever zulke grote, toeschietelijke, niet-westerse democratieën dan van die kleine, vitterige Europese. En de afhankelijkheid van Europa van Rusland op energiegebied, en zijn toenemende economische afhankelijkheid van China, kunnen Europese landen in de verleiding brengen om dichter tegen die autoritaire reuzen aan te kruipen dan Washington lief is.

Doordat de structurele banden zwakker zijn geworden, leggen het karakter, de visie en de strategie van de leiders aan weerszijden van de grote vijver meer gewicht in de schaal dan ooit. Ik concentreer me op het lastigste geval. McCains jonge jaren waren indrukwekkend. Maar hij is nu een oud man, en hij fascineert de Europeanen veel minder dan Obama. Als ‘zachte macht’ gelijkstaat aan ‘aantrekkingskracht’, dan is Obama de vleesgeworden Amerikaanse zachte macht. McCain niet. Die heeft bovendien een opvliegend karakter, wat in de omgang met tijdverslindende en zelfgenoegzame Europese leiders niet direct een voordeel is.

McCain heeft een paar welkome nieuwe boodschappen: stoppen met folteren, Guantánamo sluiten en als ‘fatsoenlijke internationale burgers’ de klimaatverandering aanpakken. Maar qua buitenlands beleid heeft hij veel gemeen met zijn voorganger. Zo hanteert hij net als Bush de metafoor van het ‘land in oorlog’. Wat veel mensen in hem zien en waarderen is nu precies het imago van krijgershoofdman. Hij is de man die zei dat Amerika nog altijd zou kunnen winnen in Irak, toen iedereen om hem heen het opgaf.

Hij heeft het gehad over „afrekenen met de schurkenstaten”, en hij kiest voor een confrontatie met Iran. Aangezien Irak voortvarend en in een verontrustend tempo zijn uraniumverrijkingscapaciteit uitbreidt, zou McCain ergens in de komende vier jaar voor de beslissing kunnen komen te staan of hij die nucleaire installaties moet bombarderen. Voor de betrekkingen tussen de VS en Europa zou Iran dan een tweede Irak kunnen worden – maar erger.

McCain, die zich een ‘realistisch idealist’ noemt, laat zich zowel adviseren door de neoconservatieven die na 9/11 onder het bewind van de jonge Bush de overhand kregen, als door de buitenlandrealisten die het ten tijde van de oude Bush zowel voor als na Europa’s 9/11 – de val van de Berlijnse Muur – voor het zeggen hadden. Als neoconservatief idealist ontleent hij aan Robert Kagan het idee van een Liga van Democratieën. Hij heeft zelfs geopperd om Rusland uit de G8 te gooien om plaats te maken voor Brazilië en India. Ook is McCain voorstander van een verbreiding van de democratie in het Midden-Oosten in ruimere zin.

Europeanen – en Canadezen, Brazilianen, Australiërs, Indiërs en andere kleine democraten overal ter wereld – moeten in november een antwoord gereed hebben op de voorstellen die we kunnen verwachten: dáármee gaan wij akkoord, en dáár zouden wij het anders doen. Wij moeten een eigen puntenlijstje opstellen voor het herstel van de trans-Atlantische samenwerking na Bush, en we kunnen er niet van uitgaan dat Obama wint. Na de ruwe rit met Bush moeten we rekening houden met nóg een ruwe rit.

Timothy Garton Ash is hoogleraar Europese studies in Oxford.