En weer duikt het hellende vlak op

In een spoeddebat praat de Tweede Kamer vandaag over embryoselectie en de brief van staatssecretaris Bussemaker. Maarten ’t Hart herkent een gevaar.

Nu christenfundamentalisten onverhoeds hun ware aard tonen, duikt op waar ik in mijn jeugd al zo veel over mocht vernemen: het hellende vlak. Met die embryoselectie begeven wij ons op een hellend vlak. Want wat zal de volgende stap zijn? Dat embryo’s met een hazelipgen worden weggegooid? Of een Rouvoetgen.

Begin jaren vijftig draaide, om schooljeugd te lokken, het Leger des Heils te Maassluis op woensdagmiddag films van de Dikke en de Dunne. Daar mochten wij, hoewel de toegangsprijs slechts een stuiver bedroeg, niet heen. Zo’n film bij het Leger leek onschuldig, maar keek je ernaar, dan kwam je op het hellende vlak terecht. Voor je het wist zat je in het Luxor Theater om films te bekijken van ‘Rooie Roggers’ en Doris Day.

Johan Bodegraven liet zich in zijn veel beluisterde woensdagavondprogramma Mastklimmen ontglippen dat hij meisjes met rode rock-’n-rollkousen leuk vond. Velen zegden hun lidmaatschap van de NCRV op. Met zulke kousen aan schreed je het hellende vlak op. De volgende stap was een been met een groene, en een been met een rode kous. Holderdebolder daverde je dan het hellende vlak af, de afgrond in.

Lippenstift, ook al zo’n hellend vlak. Zo’n vleugje rood op dameslippen, wat kon daar nu tegen zijn, maar wie goed toezag ontwaarde reeds het hellende vlak! Make-up! Een hoerig uiterlijk, het vloeide zomaar uit dat lippenrood voort, dat rood, die eerste stap op het hellende vlak.

Overal dook het hellende vlak op. Professor Lever van de Vrije Universiteit publiceerde zijn boek Creatie en Evolutie. Ook dat leek onschuldig. Lever betoogde dat zich hier en daar evolutie had voorgedaan, maar dat God aan de oorsprong van het leven stond. Waar we missing links leken te ontwaren, zagen we in werkelijkheid zijn Scheppende Hand die met spiksplinternieuwe creaties de kloven tussen de soorten overbrugde. Vanaf vele gereformeerde kansels kreeg Lever ervan langs. Lezen mochten wij zijn boek niet. Wie Creatie en Evolutie opsloeg, betrad het Hellende Vlak. De volgende stap zou zijn dat je Darwin, die vreselijke godloochenaar, zelf ter hand zou nemen, en dan was het einde zoek, dan zou je van het hellende vlak afsuizen, zo het hellevuur in, waar de Satan, in zijn vuistje lachend, je handenwrijvend stond op te wachten.

Dansles, zo kreeg ik zelfs nog op catechisatie van studentendominee Rothuizen te horen, was ook zo’n hellend vlak. O zo onschuldig leek het, zo’n enkele danspas op de dansvloer, zeker bij die moderne dansen waarbij je elkaar niet eens vasthield, maar o wee, opeens zou dan toch de ouderwetse Weense wals in het danscurriculum opduiken, die wals waarbij je één hand op de rug van het meisje vleide, en met de andere hand haar hand vasthield. Dan walste je zomaar het hellende vlak af, dat hellende vlak dat je zonder het zelf te beseffen reeds met de foxtrot betrad. Waar het hellende vlak vandaan kwam was maar al te duidelijk.

Nergens anders dan uit de trukendoos van de Satan zelf. Die had dat Intelligent Hellend Design hoogst persoonlijk uitgevonden. Het begon altijd met iets heel onschuldigs, iets waarvan je nooit vermoed zou hebben dat het een eerste trippelpas was op weg naar de Zonde zelf. Trok een vrouw een nylonkous aan, zo heb ik dominee E. Venema in de Christelijk Gereformeerde Kerk van Maassluis horen verkondigen, dan stapte ze in één klap het hellende vlak op. Zo’n kous, daar keek je dwars doorheen, en dan zag je het blote been, en niemand minder dan de Zaligmaker zelf keek met argusogen mee, want Hij wist als geen ander dat de Satan zelf die kous had ontworpen. Had je je op zondag verslapen, pakte je je fiets om nog tijdig de kerkdienst te bereiken, dan reed je een hellend vlak op. Voor je ’t wist fietste je op zondag naar het strand, daarmee de Heere toch zo’n zeer doend. Vandaar dat ik thans zoveel fiets op zondag, want hoe meer zeer ik de Heere doen kan, hoe liever het mij is.

    • Maarten ’t Hart