Een zeer geruisloos ‘ja’ na een daverend ‘nee’

De Kamer heeft zich achter het Europees Verdrag geschaard; het bouwwerk dat de EU een nieuwe bestuurlijke vorm geeft. Maar het publieke debat over Europa is verdwenen.

Negen Kamerleden namens negen fracties resteerden gisternacht om half twee in de vergaderzaal van de Tweede Kamer na de eerste ronde van het debat over het Verdrag van Lissabon. De publieke tribune was op dat tijdstip reeds lange tijd geheel verlaten.

Het contrast met drie jaar geleden had niet groter kunnen zijn. Toen leek Europa opeens te leven. Niet minder dan 7,7 miljoen mensen trokken op 1 juni 2005 naar de stembus om zich uit te spreken over de Europese Grondwet. Vooral om zich tégen die Grondwet uit te spreken. Bijna 62 procent van de kiezers kruiste ‘nee’ aan op het stembiljet.

„Een duidelijk positief effect van dit referendum is wel dat er voor het eerst een levendig maatschappelijk debat over Europa heeft plaatsgevonden”, concludeerde toenmalig CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen.

Vanaf de negatieve uitslag van het referendum kon de Europese Unie niet meer verder. Maar sinds vandaag is – althans in Nederland – de blokkade tegen een volgende stap in de Europese integratie weggenomen. Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer zou zich vanmiddag uitspreken voor het Verdrag van Lissabon, dat de plaats heeft ingenomen van de destijds zo omstreden Europese Grondwet. De Eerste Kamer zal later dit jaar ongetwijfeld hetzelfde doen.

De veranderingen in het besluitvormingsproces zoals die in de verworpen Europese Grondwet waren voorgesteld zijn in het nu aanvaarde Verdrag van Lissabon bijna allemaal tot stand gebracht. Maar de vorm is anders. De Grondwet stond bol van ambitie om het grote Europese project verder uit te bouwen. Het Verdrag van Lissabon straalt meer bescheidenheid uit. En dat is, zoals premier Balkenende deze week in de Tweede Kamer zei „een fundamentele politieke keuze” die „aangeeft dat de Unie zich niet in een statelijke of federale richting ontwikkelt”. Zelfs het Tweede Kamerlid Harry van Bommel, de parlementaire verpersoonlijking van het ‘nee’, moest toegeven dat het nieuwe verdrag niet meer lijkt op een grondwet.

Voor Nederland is de Europese Unie met het Verdrag van Lissabon een samenwerkingsverband tussen 27 lidstaten dat zijn plaats kent. Gezamenlijk optredend als dat moet, maar zeker niet als doel op zichzelf. En dat is toch een geheel andere Europese Unie dan zoals tot voor kort nog op veel Brusselse tekentafels viel aan te treffen. Het begrip subsidiariteit oftewel taken uitvoeren op dat niveau waar deze het best kunnen worden uitgevoerd, stond weliswaar altijd al in de Europese verdragen, maar de praktijk was toch vaak een andere. Dat de Europese burgers zelf nog lang niet zo ver waren, maakte de uitslag van de referenda over de Grondwet in Frankrijk en Nederland hardhandig duidelijk.

Dat ‘nee’ was niet alleen een pijnlijke boodschap voor de machinisten van de spreekwoordelijke voortdenderende Europese trein, maar ook voor de Nederlandse politici die in ruime meerderheid voor de Grondwet waren. Niet eerder was op zo’n duidelijke wijze een koerscorrectie aangebracht. Daags na het referendum stelde de Kamer nederig vast dat de boodschap was begrepen. Deze week was het de meerderheid van de Tweede Kamer die uitsprak dat het dit keer de burger was die de boodschap diende te begrijpen. Vandaar niet nog een keer een referendum over dit onderwerp. „Er ligt nu een verdrag dat vergaand tegemoet komt aan de Nederlandse zorgen”, aldus het Kamerlid Luuk Blom (PvdA).

Volgens een meerderheid van de Kamer behelst het Verdrag van Lissabon geen grondwettelijke aspecten en is daarom een nieuwe volksraadpleging niet noodzakelijk. Maar zonder zeggenschap ook geen interesse. Zo veel als er drie jaar geleden ten tijde van de referendumcampagne over Europa werd gesproken, zo stil was het nu. Zowel in als buiten de Tweede Kamer. „Politisering van het Europabeleid is onontbeerlijk. Het is een onmisbare investering in het draagvlak voor Europa”, zei premier Balkenende deze week in de Tweede Kamer.

Maar hoe? Er is niet eens een publieksvriendelijke leesbare versie van het Verdrag beschikbaar, klaagde SP-Kamerlid Harry van Bommel. Hier wordt aan gewerkt, zei staatssecretaris Timmermans van Europese Zaken. Eerst moest de instemming van de Kamer met het Verdrag er zijn. Die is er nu. Het drukken van de folders kan beginnen. Nu nog de mensen die deze ook willen lezen. Want vergeleken met drie jaar geleden lijkt Europa qua publieke belangstelling weer terug bij af.