Een vers vat olie en een korreltje zout

Is de hoge olieprijs houdbaar? Op 22 mei bereikte de prijs van een vat olie in New York het record van 135,09 dollar, maar sindsdien is er met horten en stoten weer heel wat van af. Vanmorgen stond de teller op 122 dollar, en dat is zo’n 10 procent onder het hoogtepunt van nog maar twee weken geleden. Zoals wel vaker komen de verklaringen pas ná de koersreactie, en zoals ook wel vaker klinken ze volstrekt logisch.

Ditmaal gaat het om de kennelijke vrees voor een teruglopende vraag naar olie als gevolg van verminderde activiteit in met name de Verenigde Staten. Maar zo verschrikkelijk veel nieuwe informatie over de stand van de westerse conjunctuur is er in de tussentijd niet gepubliceerd. Sterker nog: onder invloed van nieuwe gegevens zijn de vooruitzichten voor Europa juist zonniger dan twee weken geleden nog werd gedacht.

Nu kan de trend in de prijs van olie wel degelijk zijn gestoeld op allerlei fundamentele overwegingen, die vooral gaan over de inschatting van de ontwikkeling van vraag naar en aanbod van olie. Maar de pieken en dalen op de korte termijn komen eerder voort uit de werking van de olietermijnmarkt zelf, die als een vergrootglas functioneert. Deze week vertelde de Amerikaanse superbelegger George Soros tijdens een hoorzitting van de Amerikaanse Senaat dat er elementen van speculatie in de oliemarkt zitten. Dat gaat niet zo ver als de vertegenwoordiger van de Amerikaanse consumentenorganisaties, die zei te weten dat 40 dollar per vat aan speculatie te wijten valt. Maar toch: veel beleggers wisten de weg naar de gespecialiseerde grondstoffenmarkten tot voor kort moeilijk te vinden, of mochten er niet handelen. Het ontstaan van grondstoffenindexfondsen, die het moeilijke werk doen, heeft dat probleem grotendeels opgelost. Volgens de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers is in de afgelopen anderhalf jaar zo’n 90 miljard dollar op die manier de markt ingestroomd. Dat bedrag zou op de aandelen- of obligatiemarkten niet erg opvallen. Maar op de veel kleinere grondstoffenmarkten kan dat forse prijseffecten hebben.

Is dat speculatie? Het lijkt wel degelijk dat de enorme hoeveelheid beleggersgeld die sinds tien jaar op de markten rond klotst telkens in staat is een nieuwe zeepbel op te blazen. Soros zou de huidige grondstoffenhausse zien als een voorbeeld van de door hem twintig jaar geleden geopperde ‘reflexiviteit’: het vermogen van de markt om langdurig uit evenwicht te raken. En wie, zoals hij desgevraagd zei, vorig jaar 3 miljard dollar verdiende, heeft al snel gelijk.

Maarten Schinkel

    • Maarten Schinkel