Doorgrond de anatomie van de bureaulamp

Animator Kyle Balda gaf een workshop 3D-animatie in Rotterdam. Hoe ontwikkel je een goed karakter? „Wees trouw aan je materiaal. Hoe zwaar is zo’n ding? Hoe klinkt het?”

Hierboven schets van cowboy Woody uit Toy Story. Sketch of 'Woody' from 'Toy Story' 20TH ANNIVERSARY OF DISNEY PIXAR ANIMATION EXHIBITION, THE SCIENCE MUSEUM, LONDON, BRITAIN - 31 MAR 2006 Rex Features;RBP PRESS

„Ken je die scene uit The Party dat Peter Sellars in zijn witte pak op bezoek komt bij een rijke filmproducent en meteen bij binnenkomst zijn schoen verliest?” vraagt Kyle Balda (1971). „Dat is mijn favoriete Sellars-moment!”

In het filmfragment waar de Amerikaanse animator op doelt, drijft de schoen van de Indiase B-acteur Hrundi V. Bakshi, gespeeld door Sellars, langzaam weg in een beekje. Bakshi, die zich enorm gegeneerd voelt, probeert op alle mogelijke manieren zijn schoen weer te bemachtigen, intussen vriendelijk glimlachend naar alle gasten. „Als toeschouwer weet je precies wat hij wil, namelijk die schoen, maar hij zegt het niet, alleen uit zijn lichaamstaal spreekt die wens. Dat is geweldig!”

Balda, die even tijd heeft voor zijn workshop over 3D animatie begint, was gisteren op uitnodiging van Het Initiatief, een platform voor de film-, video- en mediasector, in Rotterdam. In het Cinerama Filmtheater geeft hij een seminar aan jonge filmmakers over 3D animatie. De Amerikaan, al jarenlang een grootheid op het gebied van feature animation en werkzaam voor Walt Disney’s Pixar en Industrial Light & Magic, heeft zich voor zijn animaties altijd laten inspireren door acteurs als Sellars en Charlie Chaplin.

Volgens hem zijn er twee belangrijke regels zijn waar animators zich aan moeten houden willen ze ervoor zorgen dat hun karakters geloofwaardig overkomen. „Ten eerste moet de expressie en de lichaamstaal van een karakter overtuigend zijn.” Als voorbeeld noemt hij Luxo Jr., het voetballende bureaulampje uit het eerste 3D-filmpje dat in 1986 door Pixar Animation Studios werd gecreëerd. „Luxo is een bureaulamp! Hij heeft geen oogjes, hij is niet per se schattig, dus als je wilt geloven dat hij echt verdrietig is, moet je wel eerst weten hoe je verdriet uitdrukt.” Volgens Balda moet een animator, voordat hij met zijn 3D-film begint, eerst de emoties van zijn karakters zelf nabootsen. „Ik raad iedereen aan om, net als Walt Disney vroeger deed, eerst alle bewegingen voor de camera zelf te spelen.”

Een andere vuistregel die Balda hanteert voor het ontwikkelen van een goed karakter is afkomstig van John Lasseter, één van de oprichters van Pixar en de baas bij Walt Disney Animation Studios. „Lasseter zegt dat je ‘trouw moet zijn aan het materiaal’. Je moet dus eerst de anatomie van een bureaulamp doorgronden: hoe zwaar is zo’n ding, waar is het van gemaakt, hoe klinkt het als het heen en weer hopt. Als dat niet klopt, haakt het publiek meteen af.”

Balda, die meewerkte aan films als The Flinstones, a Bug’s Life, Mosters Inc. en Toy Story 2, geeft al jaren over de hele wereld seminars aan studenten, afkomstig van de filmacademie of andere opleidingen. Een van de grootste problemen waar animators op dit moment mee worstelen is de computersoftware waar ze mee moeten werken. „Veel studenten vragen mij: welk programma moet ik gebruiken? Maar uiteindelijk gaat het niet om de middelen die je gebruikt maar om je eigen creativiteit. Of je nu met potlood tekent, klei gebruikt of 3D animaties maakt, het gaat toch om wat je vertelt.”

Bij de ingang van het filmtheater staat Marco Zielhuis, docent aan het Grafisch Lyceum van Rotterdam, in de rij te wachten. Volgens hem zijn studenten aan de opleiding digitale media inderdaad te veel bezig met de technische kanten van animatie. „De Amerikanen zijn ons ver vooruit. Op de opleiding zijn we vooral bezig om computerprogramma’s onder de knie te krijgen. We vergeten hoe we een poppetje echt tot leven kunnen laten komen.”

Arjen Weijers, oprichter van CoArt, een multimedia bedrijf dat zich richt op 3D-visualisaties, heeft Balda uitgenodigd. „Wat hij maakt is zo gaaf, dat wil iedereen wel doen.” Weijers wil dat in Rotterdam de focus van de filmindustrie meer op 3D geanimeerde films komt te liggen. „Het is booming. In Rotterdam houden een heleboel bedrijfjes zich bezig met 3D-animatie. Maar het is duur en producenten kennen ons niet, daarom is het goed een nieuw platform te creëren.”

Jacques van Heijningen, directeur van het Rotterdams Fonds voor de Film en audiovisuele media, is ook op de workshop van Balda afgekomen. Van Heijningen is al een tijdje bezig Rotterdam te promoten als ‘digitale hotspot’. „Deze stad moet een nieuwe werkplaats worden voor animatoren. Ik zou het een goed idee vinden als de gemeente bijvoorbeeld een grote animatiestudio creëert.”

Voorlopig is het nog toekomstmuziek. Uit de losse pols schat Van Heijningen dat het maken van een goede animatiefilm „zo’n 25 miljoen euro” kost. „Dat is voor Nederland ernstig veel. Over dat soort budgetten beschikken we niet.” Als alternatief worden er op dit moment vooral korte filmpjes gemaakt. „Maar een lange 3D-speelfilm zou leuk zijn. Onze laatste animatiefilm was Olivier B. Bommel. En dat was zo’n twintig jaar geleden.”

    • Rosan Hollak