Algerijns regime leunt sterk op maffia

Algerijnse kranten staan vol met financiële schandalen. De politiek en de top van het bedrijfsleven lopen zo sterk door elkaar dat er gesproken wordt van een politiek-financiële maffia.

Algerije wordt behalve door aanhoudend politiek geweld ook ondermijnd door een reeks enorme financiële schandalen zoals de Khalifa-affaire en het nieuwe schandaal rond Tonic Emballage, een industriële papierreus die wankelt doordat hij honderden miljoenen euro aan uitstaande leningen niet kan terugbetalen.

Grootschalige fraude en corruptie zijn zeker geen nieuw verschijnsel. Maar het politieke klimaat is in Algerije sinds het aantreden van president Bouteflika veranderd. Zowel de politieke als de militaire leiders zijn onderling meer verdeeld dan ooit te voren. Dat veel schandalen aan het licht komen, houdt onder andere verband met toenemende afrekeningen onder de clans aan de top.

De Algerijnse pers bericht haast dagelijks over schandalen of activiteit van maffiose netwerken. Veel mensen eisen grotere openheid, aangemoedigd door enkele kranten die hun tanden laten zien tegenover de macht. Het is wel zo dat ze daarbij vaak worden gemanipuleerd door belanghebbenden die informatie laten uitlekken.

Volgens waarnemers in binnen- en buitenland is de golf grote affaires van de laatste paar jaar het werk van een politiek-financiële maffia, enkele goedgeplaatste Algerijnse leiders en topambtenaren die samenzweren met op wereldschaal opererende maffiafiguren. Journaliste Salima Tlemçani, van de Franstalige krant El-Watan: „De sleutelfiguren in die schandalen zijn stuk voor stuk ondernemers die naar voren traden na de staatsgreep door het leger en het uitbreken van de burgeroorlog begin jaren ’90, en die in die jaren van geweld fortuinen verzamelden.”

„Dat kregen ze alleen voor elkaar dankzij leningen van de Algerijnse staatsbanken, astronomische bedragen, die ze nooit kunnen terugbetalen. Er werden daarbij geen vragen gesteld omdat deze nieuwe rijken in de gratie stonden bij de politieke machthebbers en de generaals die achter de schermen aan de touwtjes blijven trekken”, aldus Tlemçani. De gewezen minister van Financiën Ben Achour waarschuwde in 2001 al dat, als de staatsbanken op die manier verder gingen, zij een bedreiging zouden vormen voor de Algerijnse staatsveiligheid.

Een politiek-financiële maffia bestaat op papier uiteraard helemaal niet, zegt Tlemçani lachend. „Maar we weten in dit land goed dat de man achter Tonic Emballage de zoon van ex-legerchef generaal Lamari is. En in het geval van het asfaltbedrijf Digimex bijvoorbeeld ging het om de inmiddels overleden Nahnah, de leider van de gematigde moslimpartij MSP, het vroegere Hamas.”

In 2006 werden in de BADR-Digimex-affaire topfiguren van de BADR, de Bank voor Plattelandsontwikkeling, beschuldigd van verduistering van 13 miljard dinar (135 miljoen euro). Digimex-directeur Zidoune werd samen met drie bankiers in april 2007 in hoger beroep tot 7 jaar veroordeeld. BADR’s Birkadem-filiaal had Digimex jarenlang geld geleend voor fictieve invoertransacties.

De zaak-Tonic Emballage kwam aan het licht toen de staatsbank BADR na vijf jaar terugbetaling eiste van een lening van 9 miljard dinar. Tonic-president Abdelghani Djerar – die 4 mei is gearresteerd – dreigt ook meer dan 4.000 werknemers en de geloofwaardigheid van de politiek van economische vernieuwing in Algerije in zijn ondergang mee te sleuren.

In 2003 ging het enorme Khalifa-zakenimperium ten onder. Rafik Abdelmoumen al-Khalifa, eigenaar van onder meer Khalifa Airlines en de Khalifa Bank, werd in 2007 samen met een gewezen minister en enkele bankdirecteuren bij verstek veroordeeld voor frauduleus bankroet en bendevorming. Khalifa kreeg 20 jaar gevangenisstraf. Alle elf verdachten zijn voortvluchtig.

„Khalifa is er met 67,5 miljard dinar vandoor, die hij tussen 1999 en 2003 van de banken wist lost te krijgen, en dat terwijl het voor gewone Algerijnen die een woning willen kopen of een microkrediet willen om een bedrijfje op te zetten zogoed als onmogelijk is om van een bank een lening te krijgen. En toen er afgerekend moest worden bleek dat hij daar nog geen fractie van waard was”, besluit Salima Tlemçani.

„Khalifa en nu Tonic, affaires waarvan de omvang alle verbeelding tart, raken helaas in Algerije de essentie van het politieke en financiële leven”, zegt Peter Vanderveeken, een Nederlander die in Algerije leeft en werkt. Hij ging zelf een paar jaar geleden de Algerijnse gevangenis in, naar eigen zeggen omdat hij te goedgelovig was en op gevoelige Algerijnse tenen had getrapt.

„Ik ben er goed ingetuind”, zucht hij. „Ik had me voor een aantal zakelijke transacties te veel verlaten op het engagement van mijn Algerijnse partners. De cheques stonden alleen op mijn naam. Naïef! Vooral als je bedenkt dat de rechtbanken hier vooral gebruikt worden door bij de magistraten goed ingevoerde figuren om af te rekenen met potentiële concurrenten. Maar de grote spelers, figuren als Khalifa en Djerar, blijven het gerecht telkens net een stapje voor”, aldus Vanderveeken.

Telkens weer blijkt de Algerijnse justitie tegen de golf witte boordcriminaliteit niet opgewassen.

Politiek gaat over controle over de olie-inkomsten en de distributie van overheidsbanen en allerlei materiële voordelen. Die troeven zijn in de Algerijnse politiek essentieel voor het coöpteren van aanhangers, en dus voor de stabiliteit van het regime. Uitzonderlijk lucratieve import- en distributievergunningen brengen makkelijk geld op voor een legertje importeurs, pijlers van het regime.

„De staat heeft die sector niet onder controle”, zegt de hoofdredacteur van de Franstalige krant Liberté, Boudjema. „Er zijn ook duizenden illegale invoerders, de ‘trabendo’. De overheid heeft onlangs nog drastisch de premie verhoogd – nu 100.000 euro – voor een invoervergunning, wat officieel bedoeld is om de wildgroei in te perken”, aldus Boudjema. „Maar in de praktijk schermen ze met die maatregel vooral de belangen van de politieke klanten van de machthebbers af van potentiële concurrentie.”

„Sommige importeurs creëren met de hulp van corrupte ambtenaren een tekort aan bepaalde essentiële grondstoffen: het land kent bijvoorbeeld al jaren een kunstmatige cementcrisis. Nu heerst er al maanden een schaarste aan aardappelen”, legt Boudjema uit. „Zo verkrijgen de importeurs een monopolie en kunnen zij woekerprijzen vragen. Zij krijgen hun zaken bovendien ook gefinancierd door de staatsbanken.”

De grote vernieuwing die president Bouteflika na zijn herverkiezing in 2004 beloofde blijft beperkt tot een vernieuwingskuur voor het regime. Nieuwe figuren, de zonen van de moudjahedin (de revolutionaire strijders tegen de Franse kolonisatie), krijgen sinds kort meer macht. Maar het doel is niet de ontwikkeling te verbeteren, maar het regime te bestendigen en alle krachten die voor de machthebbers bedreigend zijn buiten te houden.