Zullen we ons gewoon richten op onze eigen koers?

De ene partijprominent pleit voor samenwerking met GroenLinks en D66, de ander voor toenadering tot de SP.

Waarom? Die partijen horen hooguit ons te volgen.

UNIEKE BEELDEN LAATSTE PVDA_STEMMERS Illustratie Ruben L. Oppenheimer Tekening Ruben L. Oppenheimer Oppenheimer, Ruben L.

Bij een ogenschijnlijk gebrek aan een eigen strijdwaardig ideaal lijken PvdA-partijprominenten nu aan de slag te zijn gegaan met een debat in de media over de vraag of de PvdA toenadering moet zoeken tot andere partijen als SP, GroenLinks of D66. De nieuwe fractievoorzitter van de PvdA Mariëtte Hamer pleitte half mei in NRC Handelsblad voor een toenadering tot de SP, terwijl PvdA-staatssecretaris Frans Timmermans twee weken later in dezelfde krant te kennen gaf een samenwerking met D66 en GroenLinks wel te zien zitten.

Het is de wereld op zijn kop. De PvdA moet haar redding niet zoeken in toenadering tot welke partij dan ook. Al was het maar omdat kiezers liever de originele versies van SP, GroenLinks of D66 steunen dan een vlees-noch-vis-variant die er achteraan hobbelt. Maar ook om inhoudelijke redenen ziet zowel Hamer als Timmermans een aantal zaken over het hoofd.

Hamers pleidooi doet te weinig recht aan de grote verschillen tussen de PvdA en de SP. Terwijl de SP geen enkele moeite doet om minder mensen afhankelijk te maken van uitkeringen, Nederland te laten profiteren van de voordelen van de Europese samenwerking, de krappe arbeidsmarkt iets te bekoelen door Oost-Europese werknemers toe te laten, de wereld een beetje groener te maken of echt iets te doen voor de mensen in wijken als Slotervaart, zijn dat juist de punten waar de kracht van de PvdA kan liggen. Bovendien past Hamers pleidooi niet bij de aard van de PvdA, die in essentie een partij van hervormers en doeners is, die uit hoort te blinken in het bieden van goed doordachte en realistische oplossingen voor actuele problemen. Een progressieve vernieuwingsagenda is dus vereist.

Timmermans’ poging daartoe biedt een aantal aanknopingspunten maar hij maakt ook een aantal taxatiefouten. In zijn overwegend sociaal-liberale verhaal laat hij steken vallen als het gaat om de keerzijde van in principe positieve processen als mondialisering. Het is tekenend dat één dag vóór het opiniestuk in NRC van Timmermans door het Rotterdamse PvdA-raadslid Peter van Heemst in de Volkskrant werd betoogd dat het juist Timmermans is die zijn ogen sluit voor de onwenselijke situaties die zijn ontstaan als gevolg van de intrede van Oost-Europese werknemers op de arbeidsmarkt. Ook Timmermans’ pleidooi voor een „netwerkoverheid die behendig het juiste Nederlandse of Europese sturingsinstrument” weet in te zetten, lijkt nogal naïef. Niet alleen in Den Haag, maar ook in Warschau, Rome, Berlijn en Brussel wordt beslist waar Europese sturingsinstrumenten worden ingezet.

Timmermans miskent de grootste uitdaging van de hedendaagse ontwikkelingen, namelijk het herwinnen van het vertrouwen van de moderniseringspessimisten – voor een groot deel de traditionele achterban van de PvdA. Zonder dat vertrouwen is een discussie over ‘kiezen voor verandering’ zinloos, en Timmermans levert geen boter bij de vis als hij zegt dat die groep ‘hoop en vertrouwen’ moet worden geboden. Sterker nog: hij lijkt geen enkele bereidheid te koesteren om de gewone zorgen van gewone burgers aan te horen.

Er is nog meer nodig om het vertrouwen van de moderniseringspessimisten en de verloren achterban te herwinnen. Bovenal duidelijkheid, over waar de PvdA voor staat en strijdt. Daarvoor moet de partijleiding niet ruziënd over straat, maar vanuit eigen kracht en identiteit actiever aan de slag gaan.

Ten eerste door zich actiever te onderscheiden van andere partijen door te strijden voor zowel gelijke kansen voor iedereen als voor de plicht om die kansen te grijpen. Ten tweede door, onder de erkenning dat mondialisering positieve economische en sociale effecten kan hebben, veel actiever te strijden voor het erkennen en aanpakken van negatieve bijeffecten, zoals afbrokkelende inspraak van werknemers en schrijnende onzekerheid onder bijvoorbeeld postbodes, mede omdat dat de enige manier is om optimistische pleidooien over mondialisering geloofwaardig te houden. Ten derde door te blijven strijden voor een groenere wereld, maar de lasten en baten eerlijker te verdelen. Ten vierde door veel meer dan nu voorop te lopen in de strijd voor goede publieke voorzieningen, te beginnen bij het onderwijs en de zorg.

Het zijn deze punten die de partij verenigen en tegelijkertijd onderscheiden van andere partijen. Alleen door vanuit eigen kracht de aanval te kiezen en zelf de leiding te nemen in het maatschappelijk debat, met rechte rug en een duidelijke koers, kan de PvdA het vertrouwen van burgers herwinnen en werken aan een vernieuwingsagenda. Kleinere conservatieve of liberale partijen als SP, D66 en GroenLinks mogen dan hooguit achter de PvdA aanlopen. Niet andersom.

Michiel Emmelkamp is sinds september 2007 voorzitter van de Jonge Socialisten, de jongerenafdeling van de PvdA.

    • Michiel Emmelkamp