Zo kookt een Irakees. Zo slaapt een Irakees.

Anron Grunberg is in Irak. Deel 16 uit een serie.

Op een avond drinken we thee met een terrorist. Gezegend is hij die ’s avonds op patrouille moet gaan. Dat om te beginnen. Vergeleken met de dag is het aangenaam ’s nachts met scherfvest en helm door het zand te wandelen.

We zijn vriendschappelijk het huis van meneer Al-Hamad binnengedrongen. Ik geef de naam fonetisch weer. Het is lastig namen te vertalen naar ons alfabet. Vandaar dat de Amerikanen zoveel mogelijk foto’s maken en als het kan ook nog een irisscan.

De honden sloegen aan.

„De honden verraden ons altijd”, zei een sergeant.

Enige tijd hebben we aan de poort staan rammelen, maar toen deed meneer Al-Hamad openen.

Hij fatsoeneert zijn kleren. Vanuit de keuken verdwijnt zijn vrouw snel naar een andere kamer. „Ah, jullie waren bezig om kinderen te maken”, zegt luitenant Kaness. Meneer Al-Hamad, een blozende Irakees met een snor, glimlacht guitig.

Hij is luitenant bij de Irakese politie, maar hij is ook net getrouwd.

Het wapen van de heer des huizes wordt gecontroleerd. Ieder huishouden mag één AK-47 hebben.

Meneer Al-Hamad wil mij het huis laten zien. In de keuken zegt hij: „Zo kookt een Irakees.” In de woonkamer zegt hij: „Zo woont een Irakees.” En in de slaapkamer zegt hij: „Zo slaapt een Irakees.”

In de slaapkamer staat een bed, in de keuken een fornuis, en in de woonkamer ligt tapijt. Verder is er geen verschil tussen de kamers.

De luitenant opent zijn boekje en noemt een paar namen waarop meneer Al-Hamad hem op fluistertoon informatie verschaft over deze mensen. Een van deze heren wordt gebeld en verschijnt binnen vijf minuten. Alsof hij buiten stond te wachten. Het lijkt wel poppenkast.

Het gaat om Abuh Abdallah en hij is gekleed in traditioneel gewaad. Ik mag hem vragen stellen. Hetzelfde verhaal: Iran is de grote vijand. Politici zijn niet te vertrouwen. Irak heeft een nieuw leger nodig.

Bij het afscheid omhels ik de heren hartelijk.

Buiten zegt de luitenant: „Dat was terrorist Abuh Abdallah. De volgende keer arresteer ik hem. Ik had nu nog te weinig bewijs.”

Vertaler Sam zegt: „Hij heeft heel veel sji’ieten vermoord.”

Het viel me al op dat hij zijn hand niet op zijn hart legde om aan te geven dat zijn genegenheid oprecht was. Een eerlijke terrorist kortom.

„En meneer Al-Hamad?” vraag ik.

„Die werkt samen”, zegt de luitenant, „met degenen die hem het meest bedreigen.”

Een krachtig geloof: eerst mijn leven, dan de principes.