Veel minder zorgkinderen dan verwacht

Veel minder kinderen dan eerder was aangenomen ontvangen intensieve hulp. Maar de individuele problemen van die kinderen zijn veel ernstiger dan gedacht.

Politici en ambtenaren zijn jaren uitgegaan van verkeerde cijfers bij het toekennen van geld aan zorgaanbieders in de jeugdzorg, zoals tehuizen voor probleemkinderen of Riaggs. Dat is de conclusie van onderzoekers van de B&A Groep.

Zorgaanbieders tellen een kind dat twee vormen van zorg krijgt in hun bestanden mee als twee kinderen. Sommige kinderen krijgen wel vier verschillende soorten hulp. Het is voor het eerst dat onderzoekers bestaande statistieken van vertroebelende dubbeltellingen ontdoen.

In opdracht van de stadsregio Rotterdam deden Peter van der Loos en Yermo Wever onderzoek naar de zorg aan jongeren in Rotterdam en het gebied eromheen, van Brielle tot Hellevoetsluis. Zij constateerden dat slechts 3,5 procent van het totale aantal kinderen in deze regio (8.750 van de 250.000 kinderen) zogeheten geïndiceerde zorg krijgt. Het gaat daarbij om kinderen met zware psychische of sociale problemen, die therapie krijgen in een instelling.

„Dat percentage is veel lager dan uit eerdere grootschalige landelijke onderzoeken naar voren is gekomen”, aldus de onderzoekers. Tot nog toe golden de cijfers van het Nederlands Jeugdinstituut als norm. Die gaan uit van 5 procent van het totale aantal kinderen.

De auteurs gaan er van uit dat het percentage kinderen dat zorg krijgt elders in het land ook lager uitvalt dan aangenomen. „Elders zal het aantal kinderen dat zorg ontvangt waarschijnlijk nog lager zijn omdat er in Rotterdam relatief veel problemen zijn”, zegt Van der Loos. „Jeugdzorg zegt landelijk 70.000 kinderen te helpen voor een jaarbedrag van 1 miljard euro. Wij schatten in dat het eigenlijk slechts 40.000 kinderen zijn.”

Minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, CU) heeft de onderzoekers opdracht gegeven de studie uit te breiden naar de provincies Utrecht en Brabant. Een van Rouvoets prioriteiten is het wegwerken van de wachtlijsten in de (provinciaal gefinancierde) jeugdzorg. Daarom ontwikkelt hij een andere financieringssystematiek. De onderzoekers zeggen nu dat het aannemelijk is dat daarbij van vervuilde statistieken gebruik wordt gemaakt.