UCI dreigt renners in Tour met sancties

De internationale wielerunie (UCI) dreigt met sancties tegen wielrenners en ploegen die meedoen aan de Tour de France. Daarmee reageert de UCI op de aankondiging van Tourorganisator ASO om de wedstrijd te laten rijden onder verantwoordelijkheid van de Franse wielerfederatie. De UCI heeft daardoor geen zeggenschap meer over het deelnemersveld en de dopingcontroles.

Eerder dit seizoen laaide de al vier jaar slepende machtsstrijd tussen UCI en ASO op rond Parijs-Nice. De ASO weigerde de rittenkoers op de UCI-kalender te plaatsen en sloot ProTourploeg Astana op eigen gezag uit van deelname. De UCI dreigde vervolgens de andere ProTourploegen met schorsingen en boetes als ze aan de Franse voorjaarswedstrijd zouden meedoen. Om hun lucratieve deelname aan de Tour de France niet op het spel te zetten, gingen alle ploegen gewoon van start. Sancties van de UCI bleven uit.

Een maand voor de Tourstart in Brest herhaalde organisator ASO gisteren dat Astana niet welkom is, vanwege dopingaffaires in de afgelopen twee jaar. De ploeg van Tour- en Girowinnaar Alberto Contador mag volgens Tourdirecteur Christian Prudhomme pas in 2009 weer meedoen. Ook kondigde de ASO aan dat de deelnemende ploegen een verklaring moeten tekenen, waarin staat dat ze 100.000 euro boete krijgen wanneer een renner op doping wordt betrapt. De controles in de Tour zullen worden uitgevoerd door het Franse antidopingbureau (AFLD). De Fransen kunnen niet beschikken over de gegevens van het biologische paspoort, dat de UCI van elke renner bijhoudt en waarvoor de ProTourploegen jaarlijks 120.000 euro betalen.

De UCI verwijt de ASO in een reactie op de eigen website dat het de autoriteit van de bond ondermijnt. „Het is niet correct dat de ASO, gesteund door de Franse bond, deze aankondigingen doet zonder de UCI daarvan op de hoogte te stellen. Renners en ploegen stellen zichzelf bloot aan sancties door deel te nemen aan de Tour. De machthebbers van ASO dragen daarvoor de verantwoordelijkheid.”