Timmermans voegt de daad niet bij zijn woord

Staatssecretaris Frans Timmermans schreef een fraai ambitieus stuk met 15 punten waardoor de PvdA uit haar conservatieve reflex kan schieten (Opinie & Debat, 31 mei). Maar hoe verhouden zijn ambities zich tot zijn daden als staatssecretaris van Europese Zaken?

Momenteel speelt in de Tweede Kamer een discussie over de goedkeuringswet van het Verdrag van Lissabon. Inzet zijn de rechten van ons parlement in de Europese besluitvorming. Timmermans verzet zich fel tegen een algemeen instemmingsrecht of behandelingsvoorbehoud, dat voorkomt dat onze ministers of staatssecretarissen tegen de wil van ons parlement akkoord gaan met Europese voorstellen.

Veel andere lidstaten kennen zo`n recht wel. Nu kennen wij ook een instemmingsrecht ten aanzien van politie- en justitiebesluiten in de zogenoemde derde pijler. Weliswaar verdwijnt het onderscheid tussen de pijlers grotendeels door het Verdrag, maar daarom hoeft het instemmingsrecht van ons parlement toch niet te worden prijsgegeven?

Voor behoud en zelfs uitbreiding bestaan goede gronden: het bevordert informatieverschaffing, vergroot het draagvlak van de besluitvorming en versterkt de parlementaire controle.

Van een staatssecretaris met meer dan een regenteske kortetermijnvisie, zou je verwachten dat hij vóór uitbreiding van parlementaire zeggenschap is. Daarmee zou ook de burger gediend zijn: de `verheffing` van de burger tot Europa gaat makkelijker via zijn eigen nationale parlement dan via het Europese.

Zou Timmermans in de oppositie hetzelfde standpunt hebben ingenomen? Dat is toch niet goed te geloven. De uitbreiding van parlementaire rechten reikt veel verder dan de politiek van vandaag en ligt meer in het verlengde van de 15 uitgangspunten van Timmermans, in het bijzonder `Kies voor bestuurlijke vernieuwing` en `Keer terug naar het verheffingsideaal`.

Als daden woorden niet volgen, worden politici ongeloofwaardig en maken zij zich schuldig aan het populisme waar Timmermans zich terecht tegen verzet.