‘Tibet al in 1279 Chinees’

De communisten hebben in Tibet een einde gemaakt aan een moorddadig feodaal regime. Dat is de boodschap van een tentoonstelling in Peking.

Boven de ingang van het Nationale Cultuurpaleis in Peking hangt een banier met daarop de tekst: „Er gaat geen dag voorbij of Tibet heeft dankzij China vooruitgang geboekt”. Het dient als uithangbord voor de tentoonstelling ‘Tibet, the Past and the Present’. In twee zalen met hoge plafonds zijn meer dan honderdzestig voorwerpen en vierhonderd foto’s tentoongesteld die de visie van Peking verbeelden op het oude volgens China feodale én het moderne welvarende Tibet.

Vanaf 600 tot ongeveer 1600 trouwden Tibetaanse vorsten met Chinese prinsessen, werden er gezanten naar Peking afgevaardigd en overlaadden de keizers de Tibetaanse vorsten en geestelijk leiders met tributen en titels. De Mongoolse leider Genghis Kahn (1162-1272), berucht om zijn veroveringstochten door Azië, legde begin dertiende eeuw de basis voor een staatskundige band tussen de twee gebieden. Hij zorgde ervoor dat zijn kleinzoon Koeblai Kahn, stichter van de Chinese Yuan dynastie (1279-1368), de Tibetaanse titel ‘Beschermheer’ kreeg. De banden werden verder aangehaald toen Kubilai trouwde met een Tibetaanse prinses en de eervolle titel Prins van Bailan verwierf.

Sun, een gepensioneerde vijftiger, zet zijn bril op zijn voorhoofd en wijst naar een gigantische jade stempel waarmee het huwelijk van Kubilai Kahn werd bezegeld. „De westerse wereld begrijpt niet dat Tibet al vanaf de stichting van de Yuan dynastie in 1279 een deel van China was. En dat de Tibetaanse geestelijke leiders zich zowel politiek als religieus vrijwillig onder het gezag van de Chinese overheid hebben laten plaatsen”.

Terwijl Sun praat maakt hij aantekeningen op een kladblok. „Ik schrijf alles op omdat ik mijn kennis later wil delen met vrienden en familie”, zegt Sun. Hij is inmiddels doorgelopen naar een vitrine waarin wordt uitgelegd dat de banden tussen China en Tibet nog hechter werden toen de noordelijke Manchu’s in de 17de eeuw over China heersten.

De tentoonstelling gaat daarna verder met de totstandkoming van de mchod-yon relatie tijdens de Qing dynastie (1644-1911). De keizer bood in die tijd de Dalai Lama, formeel een titel voor de belangrijkste geestelijke in Tibet, naar een boeddhistisch gebruik zijn bescherming aan. Begin achttiende eeuw vestigde zich voor het eerst een permanente vertegenwoordiger van de keizer in Lhasa, de zogeheten amban.

De Tibetanen stellen dat de amban niet meer dan een handelsattaché was en dat hij hen alleen zijn bescherming aanbood. De Chinezen houden op hun beurt vol dat de amban zich wel degelijk bemoeide met staatszaken en zelfs de Dalai Lama koos.

Even verderop achter een gipsen wand worden foto’s van de meest gruwelijke martelpraktijken tentoongesteld. De gebruikte instrumenten liggen er naast. Op de foto’s is te zien hoe Tibetaanse aristocraten en geestelijk leiders mensen als slaven bezitten en misbruiken. Op een van de beelden wordt een slaaf zo hard met een grote kei op het hoofd geslagen dat zijn oogbollen uit de kassen rollen. Ook hangen er foto’s van afgehakte ledematen en mensen die levend worden gevild en begraven.

„Mao Zedong heeft Tibet in 1949 bevrijd van deze gruwelijke feodale praktijken. Meer dan 95 procent van de Tibetanen was slaaf. De religie verhinderde de vooruitgang”, luidt de toelichting van de tentoonstellingmakers. Dat Tibet nooit onafhankelijk is geworden, is volgens Sun een zegen voor de mensen. Wijzend op ouderwetse werktuigen: „Kijk eens wat een primitieve landbouwmethoden ze gebruikten. Zonder China’s hervormingen zouden ze geen stap verder zijn gekomen”.

Zhou, een zestigjarige vrouw met kort geknipt haar, mengt zich in het gesprek. „Ik ben geschokt door wat ik vandaag heb gezien. Toen ik jong was heb ik net als al mijn generatiegenoten de film Slaaf op de lagere school gezien. Nachtmerries heb ik ervan gehad. Maar na het zien van deze tentoonstelling weet ik dat de autoriteiten ons destijds hebben willen sparen.”

Zhou bekijkt in de zaal waar de moderne autonome regio Tibet wordt tentoongesteld een foto van een luxe Tibetaans huis. De bewoners staan, met op de achtergrond bergen en een strak blauwe hemel, breed lachend op hun dakterras. Er naast hangt een foto van broodmagere bedelaars die voor een lemen hut zitten. Het onderschrift: „Kun je dit nu een huis noemen?” Zhou glimlacht. „Ik ben blij dat de Chinese hervormingen Tibet hebben veranderd in een welvarende en toeristische regio.”