‘Staatsapparaat schuldig aan Darfur’

Het „hele staatsapparaat” van Soedan is betrokken bij de misdaden die worden begaan tegen de bevolking van Darfur. Dat stelt de hoofdaanklager van het Internationale Strafhof (ICC), Luis Moreno-Ocampo in een rapportage aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Hij zegt dat er bewijs is voor een verband tussen „hoge functionarissen” en de misdaden in de West-Soedanese regio.

Ocampo schetst in zijn gisteren gepubliceerde rapport hoe aanvallen op dorpen, soms met bombardementen door het leger, en plunderingen nog altijd doorgaan. Hij spreekt van „systematische misdaden” zoals verkrachting van vrouwen en meisjes in ontheemdenkampen en de marteling van lokale bestuurders, om armoede en onveiligheid te „organiseren”. Bij de strijd in Darfur, die vijf jaar geleden begon toen zwarte rebellen de wapens opnamen tegen de door de regering gesteunde Arabische Janjaweedmilities, zijn zeker 200.000 doden gevallen en 2,5 miljoen Darfurezen ontheemd geraakt.

Volgens Ocampo wijst de door hem verzamelde informatie op „een voortdurend patroon van misdaden die zijn begaan met de mobilisatie van het gehele staatsapparaat. De coördinatie van verschillende bureaucratieën, variërend van het leger tot de publieksvoorlichting, doen het bestaan vermoeden van een plan dat is goedgekeurd en geleid op het hoogste niveau.” De aanklager zegt dat Khartoum de Janjaweed misbruikt als dekmantel.

In april vorig jaar dagvaardde het Internationale Strafhof de Soedanese onderminister voor Humanitaire Zaken Ahmed Harun voor de bewapening van Janjaweed, en Ali Kushayb, een Janjaweedcommandant. De regering van president Bashir weigert hen uit te leveren en heeft Harun sindsdien juist meer verantwoordelijkheden gegeven, wat erop zou wijzen dat „de overheid op hoog niveau deze misdaden en degenen die ze begaan steunt”.

Ocampo’s medewerkers vertellen dat binnenkort nieuwe namen van verdachten bekendgemaakt worden. Het hof werd in 2002 opgericht voor de berechting van individuen en mag geen staten vervolgen.

De Soedanese machthebbers zijn de afgelopen jaren vooral bezig om aan de macht te blijven. Internationale sancties maakten hen slechts krampachtiger in hun streven de macht te behouden. En vaak wordt een dreigement, zoals nu van Ocampo, gevolgd door een nieuw regeringsoffensief in Darfur, of in buurland Tsjaad. Het vooruitzicht op een lang verblijf in cellen in Den Haag is genoeg reden voor de regering om te volharden.