Spanjaard was prima

Muziekredacteur Kasper Jansen kijkt nog eens naar zijn eerste recensie die hij voor deze krant in 1978 over Mozart in het Engelse Glyndebourne schreef.

Ed Spanjaard Foto NRC Handelsblad, Leo van Velzen rotterdam,11/10/02. ahoy rotterdam ed spanjaard dirigent van het opera spektakel il trovatore op de speelvloer. foto leo van velzen/nrc.hb. Velzen, Leo van

Mijn eerste recensie in de krant ging op 2 augustus 1978 over een voorstelling van Mozarts Cosí fan tutte in het chique Engelse operatheatertje in Glyndebourne, gedirigeerd door Ed Spanjaard. Ik was toen nog een losse medewerker bij de krant. Met vriend Arthur was ik op vakantie in Londen en hij zag ergens dat Spanjaard zou dirigeren. Spanjaard was die zomer assistent-dirigent in Glyndebourne en mocht na al het voorbereidende werk voor muzikaal leider Bernard Haitink drie echte voorstellingen dirigeren.

Extra leuk dus om naar Glyndebourne te gaan in het heuvelende landschap van Sussex, ten zuiden van Londen. Kaartjes waren snel geregeld en we kwamen terecht in een prestigieuze loge. Op de deur stond: Lady Seeker & company; Mr. Jansen & company.

Niets was zo dankbaar om in die eerste recensie te beschrijven als opera in Glyndebourne, uniek in de wereld. De sopraan Audrey Mildmay klaagde in de jaren ’30 bij haar man, de aannemer John Christie, dat ze nergens kon zingen. En dus zei hij: „My dear, dan bouw ik toch een opera voor jou?” In 1934 was het theatertje klaar en zong Audrey Susanna in Mozarts Le nozze di Figaro, gewoon thuis in Glyndebourne.

De artistieke ambities waren hoog en zorgden al snel voor wereldfaam. Fritz Busch dirigeerde er Mozartvoorstellingen in de jaren ’30 – ik heb ze nog op lp. Na de oorlog waren er wereldpremières van Britten. Kathleen Ferrier zong er, David Hockney ontwierp decors. Het theatertje werd eerst vergroot tot 700 plaatsen, in 1994 tot 1200.

Minder elitair is Glyndebourne niet geworden, de dresscode is nog altijd black tie/long or short dress. Men kan met de helikopter naar Glyndebourne maar de klassieke manier is per eigen Rolls of Bentley. De voorstellingen beginnen laat in de middag, in de anderhalf uur durende pauze laat men de luxe picknick in de tuin tussen de taxushagen vanuit de kofferbak opdienen door de butler.

In de voorstelling van Cosí fan tutte werd ook gegeten: ravioli, schreef ik. Spanjaard dirigeerde prima, maar de enscenering van Peter Hall vond ik niet geweldig. De Mozarts van Götz Friedrich bij de Nederlandse Opera waren veel beter.

Ed Spanjaards carrière begon op niveau: assistent bij Haitink en het Concertgebouworkest, bij Colin Davis in het Londense operahuis Covent Garden (met invalvoorstellingen), bij Bernstein, Karajan en bij Sir Georg Solti in Bayreuth. Hij was later chef van het Balletorkest en is nu de chef van het Limburgs Symfonie Orkest. Eigentijdse muziek dirigeert hij bij het Nieuw Ensemble, morgen in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam in het Holland Festival de wereldpremière van de Lucas Passie van Calliope Tsoupaki. En elke dag gaat hij meer lijken op Gustav Mahler.