Schunnigheid en uitbundig vertier

Theater Zomerexpeditie door Toneelgroep Oostpool. Gezien: 31/5 Park Sonsbeek, Arnhem. Tournee t/m 6/7. Inl.: www.oostpool.nl

Nooit geweten dat het melancholieke proza van Levi Weemoedt zich prachtig leent voor theater. Evenmin wist ik van het bestaan van het genre ‘opera beffo’, een opgewonden mengeling van liederlijkheid, opera en lyriek. Nieuw is ook de komedie over drie Amerikaanse mannen die zich de reïncarnatie van Jezus wanen.

Met Zomerexpeditie 2008 brengt Het Arnhemse gezelschap Toneelgroep Oostpool vier luchtige voorstellingen in rondreizende tenten. In zijn eigen, stormvaste bungalowtent vertelt Paul R. Kooij droevig stemmende kampeerervaringen uit 1964, opgetekend door de Vlaardingse schrijver Levi Weemoedt. Verrassende details brengen zo’n eerste kampeertocht tot leven, bijvoorbeeld het gevecht met stokken, de storm die de tent openscheurt en vooral het gegeven dat Hollanders elkaar destijds in den vreemde groetten door heftig te claxonneren. En nu geen woord meer heet Kooijs monoloog, die een parel is van verteltheater. Opeens besef je: ouderwets kamperen bestaat niet meer, het sputterende geluid van de onvolprezen Solex hoor je niet en Sauerland is allang geen exotisch en ‘ver buitenland’. Het is allemaal voorbij.

Naast de serene stijl van Kooij is De drie mannen van Ypsilanti, geschreven door Peter de Graef, een toonbeeld van heftig acteren. Ali Ben Horsting, Michel Sluysmans en Erik Whien zoeken naar de systematiek van het menselijk bewustzijn. De psychiater en zijn proefpersonen raken slaags. De een wil wetenschap, de ander liefde en alles eindigt uiteindelijk met zelfmoord van een man die een vrouw wil zijn.

Het stuk gaat terug op een Amerikaans psychologisch experiment. Drie godsdienstwaanzinnigen delen met elkaar een cel, en dan zien wat ervan komt. De speelstijl is die van het betere openluchtgenre: veel overdaad, schmier en net iets te weinig subtiliteit. Mooi is de gedachtengang dat menselijk bewustzijn zich kenmerkt door ‘de wil’. En de wil impliceert een daad, waarvoor een vorm moet worden gevonden.

Schrijver Peer Wittenbols, musicus Keimpe de Jong en acteur John Buijsman maken met De Broekneus een scabreuze voorstelling over de seksueel onmachtige Jan Piert Joris van der Neuk. Hij treurt onder een beuk omdat zijn ‘gemacht’ tot niets in staat blijkt, ondanks inspanningen van een bejaarde prostituee en een bronstige pater. Schunnigheid en de poëzie van het rijmwoordenboek (‘De koe is tochtig en de vrouw is...’) zorgen voor uitbundig vertier. Nooit geweten dat er in het mensen- en dierenrijk zoveel variaties bestaan op loops, krols, hitsig enzovoort.

Toch weet de voortreffelijke Buijsman aan Van der Neuk een stille melancholie mee te geven, want de man lijdt diep aan zijn onvermogen. Muzikant Keimpe de Jong zorgt met saxofoons, klarinet, nog meer saxofoon (van actrice Juul Vrijdag), viool en hammond voor een prachtig nieuw genre, de opera van de ontucht.