PvdA redt het niet langer op eigen kracht

De Nederlandse sociaal-democratie is ideologisch uitgeput. Haar rest weinig anders dan toenadering te zoeken tot GroenLinks en D66, meent S.W. Couwenberg.

In de weer oplaaiende discussie in de PvdA over de koers van die partij speelt de tegenstelling progressief-conservatief opnieuw een grote rol. Staatssecretaris Timmermans kiest voor een links progressieve koers, fractievoorzitter Hamer voor samenwerking met de SP, door Timmermans weggezet als conservatief links. Links is dus niet langer automatisch progressief. De tegenstelling progressief-conservatief is in de Nederlandse politiek tot nu toe driemaal inzet geweest van discussie over grondslag en richting van de Nederlandse politiek.

In de jaren 50 waren het aanhangers van de socialistische ‘Doorbraakgedachte’ die in die tegenstelling de enig juiste grondslag zagen van partijvorming in een moderne context. Dat werd in die jaren met ware hartstocht beleden en gepropageerd. Het socialistische streven werd uiteraard identiek geacht met een progressieve gezindheid, als conservatief gold al wat niet in socialistische richting koerste. Alleen op die grondslag valt een duidelijke politieke keuze te maken, dus niet met partijvorming op levensbeschouwelijke grondslag, zoals belichaamd in confessioneel-christelijke partijen die vanwege hun apolitieke grondslag steeds verdeeld zijn tussen linker- en rechtervleugels en dus per definitie politiek onduidelijk, aldus deze aanhangers. Die stellingname heeft toen echter niet geleid tot die door de PvdA zo gewenste tweedeling. Bovendien werd in die jaren al gewag gemaakt van conservatieve tendenties ook in de sociaal-democratie. Het socialisme, zo oordeelde een prominente sociaal-democraat als J. de Kadt, behoort niet langer tot de krachten van de toekomst. Het is op z’n best een kracht van het behoud.

In de politieke revolte van de jaren 60 is de tegenstelling progressief-conservatief opnieuw gepousseerd als grondslag van partijvorming of althans van een twee blokkenstelsel. Als ‘follow-up’ van de toen gevormde progressieve concentratie van PvdA, D66 en PPR werd toen de ontwikkeling van een progressieve volkspartij (PVP) beoogd, hetzij rechtstreeks, hetzij via een federatief verband, dus een partij waarvan de identiteit uitsluitend bepaald zou worden door haar progressieve gezindheid die niet langer samenviel met het socialisme zoals in de jaren 50. Daarmee rees vanzelf de vraag waarin die progressieve gezindheid zich onderscheidt. Daarover is geen helderheid gekomen. Uit een vergelijkende analyse van partijprogramma’s voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1971 bleek dat het onderscheid daartussen niet zozeer betrekking had op de centrale waarden en doelstellingen van beleid zoals voorheen, maar alleen nog op de middelen ter realisering daarvan of de fasering. Hoe dit zij, de PVP is er niet gekomen. Het loslaten van socialisme als inspiratiebron en richtingwijzer met de maakbaarheid van de samenleving en het primaat van politiek als politiek houvast was toen voor velen in de PvdA nog een brug te ver.

Sinds de jaren negentig keert het idee van een progressieve volkspartij (PVP) terug in de PvdA als mogelijk alternatief van de ideologisch uitgeputte sociaal-democratie. PvdA-ideoloog P. Kalma komt daarmee op de proppen in het herdenkingsboek Honderd jaar sociaal democratie 1894-1994 met PvdA, D66 en GroenLinks als partners. Nu de sociaal-democratie niet meer in staat blijkt te zijn tot een frontale aanval op de heersende neoliberale markteconomie rest haar niet veel anders meer. Want al zwaaien sociaal-democratische regeringen in Europa in de jaren negentig in veel landen de scepter, dat blijkt toch niet te zijn ‘the magical return of social democracy in a liberal era’ zoals exponenten van sociaal-democratische denktanks veronderstelden, maar een doodgewone machtswisseling die te danken was aan een herpositionering van de sociaal-democratie in het politieke midden en dus in geen enkel opzicht inbreuk op de heersende liberale markteconomie. Opnieuw rees de vraag: wat onderscheidt zo’n PVP van een conservatief alternatief? En hoe dat te realiseren?

Timmermans verbindt de sociaal-democratie met het vooruitgangsstreven van de moderniteit. In de jaren tachtig hebben prominente Europese sociologen als A. Touraine in Frankrijk en R. Dahrendorf in Duitsland het sociaal-democratische vooruitgangspotentieel al in twijfel getrokken evenals eerder, zoals gezegd, J. de Kadt. Dat potentieel, zo stelden zij, is praktisch uitgeput. In de PvdA leeft de twijfel aan het klassieke vooruitgangsstreven trouwens al sinds de jaren zestig. Ondanks grote technisch-wetenschappelijke vooruitgang van de laatste decennia, zo verzuchtten de opstellers van een beleidsbepalend PvdA-rapport in die progressief geheten jaren, is het niettemin volkomen duidelijk dat er voor ieder opgelost probleem tien andere problemen opduiken waarvan de oplossing verder weg schijnt te liggen dan ooit tevoren.

Die scepsis noopt tot een kritische reflectie op de actuele betekenis van progressieve politiek als identiteitsbepalende factor. Als daarvan niets meer overblijft dan een streven naar verandering en vernieuwing van de status quo zoals vaak gebeurt, onderscheidt die politiek zich niet wezenlijk meer van conservatieve politiek. Want ook conservatieve politici streven als dat nodig is naar verandering en vernieuwing van de status quo. Denk aan wat de Britse premier M. Thatcher in de jaren tachtig in Engeland overhoop gehaald heeft evenals de Amerikaanse president R. Reagan in de VS. Dat resulteerde in een nieuw neoliberaal geïnspireerd klimaat met de voordien als rechts en reactionair gekritiseerde ondernemerswereld als nieuwe apostelen van het vooruitgangsgeloof.

Ook dit neoliberale geloof staat inmiddels ter discussie. Er is niet alleen een sociaal-democratie die qua vooruitgangspotentieel uitgeput is, maar ook een neoliberaal antwoord daarop dat zijn hand overspeeld heeft en over zijn hoogtepunt heen is.

S.W. Couwenberg is oud-hoogleraar Staats- en Bestuursrecht en directeur-hoofdredacteur van het politieke tijdschrift Civis Mundi.

Over dit onderwerp is een apart opiniedossier gemaakt. De artikelen zijn te lezen via nrc.nl/progressief

    • S.W. Couwenberg