Papaja’s uitdelen in een net pak

Een groeiend aantal bedrijven zet personeel in voor vrijwilligerswerk. Bijvoorbeeld bij de Voedselbank.

Vrijwilligers van de Voedselbank en KPMG’ers. Foto’s Floren van Olden Personeel van de Voedselbank samen met accountants die helpen als vrijwilliger. Foto’s Floren van Olden Rotterdam 29-5-2008 Voedselbank distributie. Medewerkers van de voedselbank op 29 mei.(niet alle medewerkers (reclassering of niet in de krant willend enz.)). Foto Floren van Olden Olden, Floren van

Rotterdam, 4 juni. - Aan de voorzijde van de loods van de Voedselbank op een Rotterdams haventerrein roepen managers van KPMG allerlei teksten naar elkaar. „Doe jij Spijkenisse?” en „Papaja’s! Staan hier de papaja’s?” Ze laden levensmiddelen in gereedstaande bestelbusjes en aanhangwagentjes. Van hieruit wordt eten verspreid naar voedselbanken in de rest van het land om uitgedeeld te worden aan mensen die tijdelijk niet kunnen rondkomen. Achter in de loods draait een lopende band. Een stuk of twintig mannen en vrouwen doet zakken brood, pakjes kant-en-klare saus en tomaten in langsratelende kratten. Hier weerklinkt een wat atypische kreet. „Dit is geen just in time-management”, roept een man grijnzend. „De band loopt te langzaam.”

De man is een van tien partners bij accountantskantoor KPMG die deze ochtend meehelpen bij de Voedselbank. KPMG werkt sinds kort samen met Workmate, een organisatie die werknemers van bedrijven koppelt aan vrijwilligersorganisaties. Dat gaat zo: via een website kan een werknemer zich inschrijven voor een activiteit van enkele uren, naar eigen voorkeur. Een middagje snoeien in een natuurgebied, wandelen met bejaarden of sporten met gehandicapte kinderen. Op de website kunnen ervaringen worden uitgewisseld. Géén langdurige verbintenis met een vereniging dus.

Oprichtster Irene Krielen van Workmate staat deze morgen zelf ook aan de lopende band. Ze werkte dertien jaar in het bedrijfsleven toen ze de overstap maakte naar de Nederlandse Organisatie Vrijwilligerswerk (NOV), de koepel van vrijwilligersorganisaties. „De organisaties kampen met een tekort aan vrijwilligers”, vertelt Krielen. Toch zijn vier miljoen Nederlanders actief als vrijwilliger. „Nederlanders zijn een prachtig volk wat dat betreft. Maar ze willen tegenwoordig een kop en een staart aan wat ze doen.”

Bedrijven willen graag hun maatschappelijke betrokkenheid tonen, zegt Krielen. „Dat is goed voor hun medewerkers, hun leveranciers en hun klanten.” Maar bedrijven willen méér doen dan een cheque uitschrijven: medewerkers persoonlijk inzetten. „Maar ja, hoe krijgen ze driehonderd man personeel in beweging?”

Workmate is de oplossing, denkt Krielen. Inmiddels werkt ze samen met zo’n honderd instellingen, verenigingen en stichtingen, tot nu toe vooral in Rotterdam, en zo’n dertig werkgevers: Shell, KPMG, Robeco, Fortis en Smit Internationale. Waarom schakelt ze juist bedrijven in? „Het is een extra stimulans voor werknemers om zich op te geven als ze weten dat de baas het graag wil”, legt Krielen uit.

Volgens Peter Leisink, hoogleraar bestuurs- en organisatiekunde aan de Universiteit Utrecht, is het een trend: bedrijven die hun personeel stimuleren om vrijwilligerswerk te doen. „Vijf jaar geleden waren het nog geïsoleerde voorbeelden, maar het wordt steeds algemener”, zegt Leisink.

De tien partners van KPMG zijn vandaag bij de Voedselbank om het goede voorbeeld te geven, vertelt Jan Boer, ook partner. „Je moet er als leiding druk op zetten, anders doen mensen het niet.” Boer denkt dat vrijwilligerswerk goed is voor de persoonlijkheid van zijn medewerkers. „Onze mensen hebben mooie pakken, mooie auto’s en mooie huizen”, zegt hij. „Alles kan en alles mag. Maar ze hebben geen benul van de echte wereld. Als onze werknemers met meer soorten mensen leren omgaan, verbetert dat hun functioneren naar onze klanten toe.”

De confrontatie met het echte leven aan de lopende band gaat Boer nog niet ver genoeg. „Je lult een beetje met elkaar en je zet een potje in een doos. Het zou interessanter zijn als we ook de inschrijvinggesprekken met de klanten van de Voedselbank zouden kunnen doen, dan schrik je pas echt.”