Obama’s stille verlangen is de wereld te schokken

Barack Obama won vannacht de Democratische voorverkiezingen. De vijf beslissende momenten uit de campagne. En de vijf thema’s die in de race met McCain zullen domineren.

Op de werkkamer van Barack Obama in de Senaat, vlak achter zijn bureau, hangt een foto waarvan alleen zijn vrienden de diepere betekenis kennen. Een licht gebogen Mohammed Ali kijkt in de boksring neer op het lichaam van de tegenstander die hij zojuist heeft gevloerd, Sonny Liston. Het is een beeld uit 1964, Ali heeft tot ieders verrassing de wereldkampioen van zijn troon gestoten.

Mike Kruglik, die de jonge opbouwwerker Barack Obama 25 jaar geleden in Chicago leerde kennen en hem wegwijs maakte in de rauwe achterbuurten van de stad, vertelt dat Obama die foto daar bewaart in herinnering aan de uitspraak die Mohammed Ali deed na zijn zege: „I shook the world”, ik heb de wereld geschokt.

Voor Obama, zegt Kruglik, is dat altijd een stil verlangen geweest: de wereld schokken. Uit het niets komen, je grondig voorbereiden, en toeslaan als het te laat is voor de tegenstander. Zo zag Mike Kruglik destijds Obama zijn werk doen als opbouwwerker, zo boekte dezelfde Obama begin januari zijn zege in Iowa.

Het was dé gebeurtenis van de campagne, zegt Kruglik nu. Twee weken eerder stond hij in nationale peilingen nog twintig procentpunt achter op Hillary Clinton, de ‘zekere winnaar’. Hij was één van de kandidaten. Ineens, mede dankzij een verfijnd netwerk van medewerkers en vrijwilligers dat zich aan het oog van zijn tegenstanders onttrok, schoot hij omhoog. „En schokte hij de wereld.”

Gisteravond kwam een einde aan de strijd waarin hij een van de machtigste politieke machines van de Verenigde Staten, de Clintons, wist te verslaan. Na de laatste twee van 58 voorrondes en dankzij tientallen supergedelegeerden die in de loop van de dag hun steun aan hem bekendmaakten, kwam vast te staan dat Obama op de partijconventie, komende zomer in Denver, over een meerderheid van de afgevaardigden beschikt.

Hillary Clinton prees Obama en zijn supporters „voor alles wat ze hebben bereikt”, maar weigerde haar verlies te erkennen. Formeel kan ze de strijd nog rekken door beroep aan te tekenen tegen een recente partijbeslissing over Florida en Michigan. Maar zij voedde zelf de speculaties over een vicepresidentschap met de uitspraak dat haar miljoenen kiezers „het recht hebben te worden gehoord”.

In de ogen van kenners waren, na Iowa, vier andere momenten van structurele invloed op het verloop van de race. Allesbeslissend was de gebrekkige organisatie van Clinton in vergelijking met die van Obama na Super Tuesday (5 februari), toen ze bijna gelijk eindigden. Clinton ging er vanuit dat ze na die dag gewonnen zou hebben. En Obama was er, legt Kruglik uit, vanaf het begin op gespitst dat hij die periode een tweede schok zou uitdelen; het leverde hem een beslissende voorsprong op.

Al vanaf voorjaar 2007 was Kruglik betrokken bij het trainen van vrijwilligers die zich met duizenden via het web aanmeldden. „Kamp Obama”, noemde hij de trainingskampen. Een combinatie van discipline en messianisme. „Ik zei: ‘Stop met je bewondering voor Obama, stop met het opscheppen over Obama, stop met het prijzen van Obama. Nu is het moment gekomen om zelf Obama te zijn. Word óók opbouwwerker, organiseer mensen zoals hij dat heeft gedaan’. Barack vond het schitterend dat ik het zo deed.”

De eerste klap voor de campagne kwam half januari, toen na vrouwen (New Hampshire) ook latino’s (Nevada) beducht bleken op Obama te stemmen. Een patroon dat niet meer zou veranderen. In combinatie met de omstreden videobeelden van dominee Wright („dat ongeluk móést een keer gebeuren”, zegt Kruglik) dreigde Obama een soort Jesse Jackson te worden, een kandidaat die zijn politieke identiteit aan zijn huidskleur ontleent.

„Daarom waren die opmerkingen over bittere plattelandsbewoners ook zo dom”, zegt Kruglik. Het verband dat Obama legde tussen verbitterde werknemers en het „vastklampen” aan religie en wapens, ontkent de cultuur van de Amerikaanse arbeidersklasse, zegt Kruglik, die vreest dat hij hierop in het najaar het zwaarste aangevallen zal worden. „Daar is hij kwetsbaar.”

Overigens benadrukten zowel de Republikeinse kandidaat John McCain als Obama vannacht dat zij een inhoudelijke campagne willen voeren. Beide willen aandacht voor persoonlijke kwesties minimaliseren, zeggen ze. Betrokkenen bij de campagne en kenners zeggen dat dit de belangrijkste inhoudelijke geschilpunten worden tussen de twee:

Het Midden-Oosten. Obama wil net als de Amerikaanse bevolking de gevechtstroepen terugtrekken uit Irak, McCain wil deze juist handhaven. Obama wil diplomatiek overleg met Iran over diens nucleaire programma, McCain vindt dat een gevaarlijke kniebuiging voor een staat die terroristen steunt. Obama zei vorig jaar dat hij zonder voorwaarden vooraf met „het Iraanse leiderschap” wil praten, maar komt daar de laatste weken op terug sinds McCain hem hier bijna dagelijks op aanvalt.

Economie. Obama wil de belastingverlagingen voor de rijksten die Bush doorvoerde, weer intrekken. McCain zou deze handhaven. Obama zou sommige belastingen verhogen, McCain niet. Obama wil grenzen stellen aan vrijhandel met China en Latijns-Amerika. McCain verdedigt alle bestaande vrijhandelsverdragen. Een omstreden standpunt in doorgaans beslissende staten als Ohio en Michigan.

Gezondheidszorg. Obama wil een nationale verzekering tegen ziektekosten invoeren, McCain vertrouwt op de markt.

Immigratie. Obama zal in het najaar benadrukken dat hij onderwijs en zorg aan illegalen wil aanbieden. Standpunten die McCain vroeger deelde maar uiterst omstreden zijn in zijn partij. Voor Obama een manier om wantrouwen bij latino’s weg te nemen.

Abortus. Een onderwerp dat Obama vermoedelijk uitvoerig aan zal snijden, omdat hij er Hillary-fans, die nu dreigen op McCain te stemmen of thuis te blijven, aan zich kan binden door er op te wijzen dat McCain nieuwe leden van het Hooggerechtshof zou benoemen met het oogmerk dat zij het recht op abortus intrekken.

    • Tom-Jan Meeus