‘Nieuwe koers: van klederdracht tot haute couture’

Het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen bestaat 60 jaar en koopt plots creaties van Viktor & Rolf en objecten van Studio Job. Directeur Erik Schilp legt uit. „Een nieuwe koers was nodig.”

Erik Schilp Foto Auke Vleer Directeur Zuiderzeemuseum Vleer, Auke

Opeens stond het in de krant: ‘Zuiderzeemuseum koopt creaties Viktor & Rolf’. Verrassend, want het Zuiderzeemuseum was tot die tijd een cultuurhistorisch museum gericht op de geschiedenis van het Zuiderzeegebied. Moesten de acteurs die het leven in Urk anno 1905 uitbeelden, dat nu opeens gaan doen in haute couture-creaties? Directeur Erik Schilp (1967) moet lachen om de verbazing. „Het museum vaart een nieuwe koers, zeker. Maar zo plotseling is dat niet. Ik ben er sinds mijn aantreden in 2006 mee bezig. Teruglopende bezoekcijfers maakten toen duidelijk dat een regionaal georiënteerd cultuurhistorisch museum gewoon niet meer van deze tijd is.”

Aan de vooravond van het zestigjarig jubileum vandaag, dat wordt gevierd met een speciaal feestprogramma, blijkt hoeveel er is veranderd. Zo kocht het museum keramische objecten uit de serie ‘Still Life’ van Studio Job, en bouwt Atelier van Lieshout speciaal voor het jubileum een paviljoen dat dienst doet als informatiecentrum. Ook de creaties van Viktor & Rolf en Alexander van Slobbe zijn bedoeld als uitbreiding van de collectie, niet voor de acteurs.

Wat is het idee achter deze aankopen? Wat is die nieuwe koers precies?

„Ik hanteer de slogan: van ambacht tot abstractie. Het Zuiderzeemuseum heeft een uitgebreide cultuurhistorische collectie waarin traditioneel Nederlandse ambachten centraal staan. En ook nu blinkt Nederland internationaal uit in kunstvormen waarbij het ambacht een grote rol speelt, zoals mode en design. Ik wil die twee: verleden en heden, in de presentatie met elkaar in verband brengen.

„De Viktor & Rolf-creaties bijvoorbeeld zijn geïnspireerd door Nederlandse klederdracht. En de serie Woven Willow van Stefan Scholten en Carole Baijings in opdracht van Thomas Eyck, die we op de meubelbeurs in Milaan hebben gekocht, is gebaseerd op de oude techniek van het vlechten van wilgentenen. Deze hedendaagse kunstuitingen, gestoeld op een oud ambacht, gaan wij laten zien in de context van de Nederlandse geschiedenis en ons nationaal erfgoed, zoals bijvoorbeeld het Victoria and Albertmuseum in Londen dat doet voor typisch Britse kunst en design.”

Waarom?

„Er zijn verschillende redenen. Het museum zoals het was volstond niet meer: we moesten meer bezoekers trekken. Toen ik begon waren dat er 185.000, nu 265.000 en we willen naar een half miljoen. Daarnaast had het museum een wat ‘stoffig’ imago; dat wilde ik veranderen. Aan de andere kant komen hier traditioneel veel scholen, en mensen die misschien wat minder ervaren zijn in het ‘echte’ museumbezoek. Die willen wij in aanraking brengen met moderne kunstuitingen.”

Hoe komt het museum aan het geld voor de koerswijziging en de nieuwe aankopen?

„Wij ontvangen rijkssubsidie en zijn financieel altijd gezond geweest. Maar onder mijn voorganger was er nauwelijks sprake van sponsoring. Dat heb ik opgezet. Van de bankgiroloterij hebben we 2,5 miljoen gekregen voor een periode van vijf jaar. En de ING heeft zich als hoofdsponsor officieel aan ons verbonden.

„Hoewel we het nieuwe subsidiestelsel moeten afwachten, denk ik niet dat de subsidie met de koerswijziging in gevaar komt. Sterker: we verdienen die nu eens te meer. Een door het rijk gesubsidieerd museum hoort geen regionale uitstraling te hebben, maar op zijn minst een nationale, en liever nog een internationale.”

Maar zijn er niet al genoeg musea voor moderne kunst en design? Hoe gaat het Zuiderzeemuseum zich onderscheiden?

„Allereerst dus door de historische context van de presentatie. Daarnaast trekken we zoals gezegd een ander publiek dan kunstmusea. Bovendien hebben we het voordeel van onze omvang: ons terrein telt 15 hectare; we hebben 200 gebouwen en kunnen als we willen twintig exposities tegelijkertijd organiseren. Een aantal panden is nu bewoonbaar gemaakt voor jonge kunstenaars – een soort ‘artists in residence’. En elke twee jaar laten we een nieuwe ontwerper/architect een ontvangstpaviljoen bouwen. We hebben mogelijkheden die andere, goede, musea door hun ligging of behuizing simpelweg niet hebben.”

Meer spannende plannen?

„In Galerie W139 in Amsterdam maken jonge kunstenaars installaties met historische objecten uit onze collectie. Daarnaast wordt het museum interactiever. Voor verschillende projecten trekken we tijdelijke conservatoren aan. Alexander van Slobbe zal als gastcurator een grote modemanifestatie organiseren. En in 2010 besteden we speciale aandacht aan succesvolle Nederlanders in het buitenland. Architect Johan van Lierop, die in New York bij Daniel Libeskind werkt, ontwerpt dan het ontvangstpaviljoen.”

Informatie over het jubileum op zuiderzeemuseum.nl

    • Herien Wensink