Liever een huis dan een zetel

Vandaag wordt bekend wie het beste jonge raadslid is.

De prijs moet jongeren stimuleren de lokale politiek in te gaan. Want de meeste politici zijn ouder dan 50.

Burgemeester Frits Naafs van de gemeente Utrechtse Heuvelrug is aanwezig bij een vergadering van de kindergemeenteraad. Een kindergemeenteraad is een van de manieren om de jeugd meer bij de lokale politiek te betrekken. Foto Hollandse Hoogte Nederland, Doorn 14-04-2008 Leerlingen van basisscholen in de gemeente Utrechtse Heuvelrug houden een kindergemeenteraad. Ze mogen 3000 euro besteden en er worden diverse plannen besproken om dit geld aan uit te geven. Op de foto zit de kinderburgemeester naast de echte burgemeester die hem assisteert Foto: Bert Spiertz/Hollandse Hoogte Hollandse Hoogte

23 jaar was Mirjam Bikker toen ze in 2005 een telefoontje kreeg. Of ze voor de ChristenUnie op de lijst wilde bij de gemeenteraadsverkiezingen in Utrecht. Bikker had net stage gelopen bij André Rouvoet, toen nog Kamerlid, en had een bijbaantje als fractiemedewerker van de Utrechtse ChristenUnie. Ze ging op gesprek. „Ik dacht zelf aan een plaats tussen de 15 en 30, maar het bleek om het lijsttrekkerschap te gaan. Ik moest gelijk de collegeonderhandelingen doen.”

Inmiddels heeft de ChristenUnie één wethouder in Utrecht. Rechtenstudent Bikker (nu 25) zit samen met een 67-jarige partijgenoot in de raad. „Voor veel studiegenoten was het wel even gek, een leeftijdsgenoot in de politiek”, zegt ze. Haar vader was wel politiek actief, zegt Bikker, maar heeft haar niet gestimuleerd hetzelfde te gaan doen. „Maar het was bij ons gewoon in huis om het journaal te kijken, de krant te lezen, en een mening te hebben.”

Bikker is een uitzondering. Jonge raadsleden (tot en met 35 jaar) maken landelijk slechts 7 procent uit van het totaal aantal raadsleden, zo blijkt uit cijfers van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en onderzoeksbureau SBGO. In absolute aantallen zijn het er zo’n 660, vooral te vinden in grote (studenten)steden. Na de verkiezingen van 2006 waren raadsleden gemiddeld 51,8 jaar. In 1998 was dat 49,2 jaar. Linkse partijen zijn het jongst, lokale en leefbare partijen het oudst.

„Je ziet meer grijze haren dan wilde krullen in de raad”, zegt Peter Otten, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. „Dat is jammer, want het zou een afspiegeling van de samenleving moeten zijn.” Om de noodzaak van jongeren in de lokale politiek te benadrukken, kiest de VNG vandaag het ‘jong raadslid van het jaar’. „Jongeren zijn een ondervertegenwoordigde groep”, zegt Arjen Konijnenberg van de VNG.

Waarom zijn er zo weinig jongeren politiek actief?

Dat komt omdat het raadslidmaatschap veel tijd kost, zegt Peter Otten. „Gemiddeld 15 tot 17 uur per week, in grote steden is het vaak een fulltimebaan.” Hij ziet nog een reden: Jongeren leven in een „zapcultuur”. „Ze vinden iets een paar maanden leuk, daarna willen ze weer wat anders. Maar als je dit goed wilt doen, loop je je twee jaar warm en ben je daarna vier jaar raadslid. Bij elkaar ben je dus zes jaar kwijt.”

Weinig jongeren in de lokale politiek is van alle tijden, stelt politicoloog Marcel Boogers van de Universiteit van Tilburg. „Jongeren zijn sterk gericht op hun eigen leefwereld. Hun belang is een vriendin, een eigen huis, en een carrière. Eenmaal gesetteld, als ze eind dertig, begin veertig zijn, nemen ze maatschappelijke en bestuurlijke verantwoordelijkheden.”

Voor jongeren zijn er lokaal ook nauwelijks aansprekende thema’s, zegt onderzoeker politieke participatie Chris Aalberts. Hij promoveerde in 2006 aan de Universiteit van Amsterdam op de politieke betrokkenheid van jongeren en werkt nu voor de Erasmus Universiteit en de Haagse Hogeschool. Zijn conclusies: jongeren vinden politiek belangrijk, maar ook saai, suf en langdradig. „En”, zegt Aalberts, „dat geldt ook voor de meeste volwassenen. Hun interesseert lokale politiek ook helemaal niks. Kijk maar eens hoe moeilijk het is om die lijsten voor de verkiezingen vol te krijgen. Als je aardig uit je woorden kan komen en je bent niet de allergrootste idioot, dan sta je zó hoog op de lijst.”

Toch is het nuttig jongeren te interesseren voor lokale politiek, zegt Arjen Konijnenberg van de VNG: „Ze hebben vaak baanbrekende en verfrissende ideeën.” Peter Otten voegt toe: „Jongeren kunnen beter invoelen wat er onder leeftijdsgenoten leeft, en wat de gevolgen zijn van maatregelen die we nemen.” Volgens Mirjam Bikker is de aanpak van jongeren anders. „Ze zijn vaak directer en zeggen eerlijk waar het op staat. Ook als het een minder plezierige boodschap is. Dat leren ze wel in studentenverenigingen.”

Maar hoe krijg je meer jongeren in de gemeenteraad?

„Een echt recept heb ik niet voorhanden”, zegt Otten van de vereniging van raadsleden. „Maar we moeten in ieder geval met websites en brochures meer laten zien wat we doen als raad.” De landelijke CDA-scoutingscommissie is net begonnen jongeren warm te krijgen voor een plaats op de lijst voor de raadsverkiezingen van 2010. De boodschap: actief worden voor het CDA is goed voor je carrière. Daarom staat de partij ook op de carrièrebeurs. Constantijn Jansen op de Haar (24) is PvdA-raadslid in Utrecht. Hij neemt elke twee weken samen met een collega-raadslid in Haarlem een podcast (www.podjepolitiek.nl) op over actuele onderwerpen. „Met moderne media maak je makkelijker contact. Jongeren zitten niet te wachten op het zoveelste avondje ergens in een buurthuis”, zegt hij.

Onderzoeker Chris Aalberts vindt het allemaal maar onzin: „Als jongeren geen politieke interesse hebben, trekt dit ze ook niet aan. Een gemeente die met YouTube en podcasts werkt lijkt modern, maar het levert alleen publiek op dat toch al politiek betrokken was.”

Uiteindelijk, zegt politicoloog Marcel Boogers, komen de meeste jongeren toch uit „een soort dynastieën, waar de vader bijvoorbeeld al raadslid of wethouder is”. Dat beaamt Peter Otten: „Je kan met je vader naar het voetbalveld, maar ook naar een afdelingsvergadering. Al komt dat laatste veel minder vaak voor.”

Europese kandidaten: pagina 13