Je vraagt een parkeerkaart en je krijgt een baan

Bijna iedereen krijgt in zijn leven weleens met de WMO te maken.

De nieuwe wet zorgt voor veel nieuwe initiatieven. En de samenwerking wordt beter.

Al jaren stond Tom Chirino uit Almere onder psychiatrische behandeling van de Geestelijke Gezondheidsdienst (GGD) Flevoland. Zelfstandig wonen lukte niet. Nu geeft hij af en toe tekenles aan de jeugd in een buurthuis. „Ik hoor er weer bij”, zegt hij.

Een lotgenoot werkt sinds kort als kok in een centrum voor dagactiviteiten. Waarom niet eerder? Hun was nooit gevraagd waar ze goed in zijn.

In 2007 trad de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) in werking (zie inzet). Sindsdien zijn gemeenten actiever geworden om mensen aan de rand van de samenleving weer te laten meedoen. Zoals in Almere. Maar ook in kleinere gemeenten als Gilze en Rijen. Hier probeert de gemeente mensen die op de reguliere arbeidsmarkt niet aan de bak komen, zoals chronisch zieken en psychiatrische patiënten, actief te krijgen. Ze doen administratief werk, klusjes in en om het huis, of ze helpen bij de maaltijdenservice van de vrijwilligerscentrale. „De essentie van de WMO is mensen te ondersteunen die niet zelf kunnen participeren”, zegt wethouder Hatice Can-Engin (PvdA) van Gilze en Rijen.

„Er is zachte dwang, maar ik vind het wel leuk”, zegt Diana Kruit. Ze heeft multiple sclerose. Nu doet ze deeltijdwerk, zoals intakegesprekken voor een gemeentelijk participatieproject. „Ik werd gevraagd toen ik voor een invalidenparkeerkaart kwam.”

Staatssecretaris Bussemaker (VWS, PvdA) heeft maandag een tussenbalans van de WMO naar de Tweede Kamer gestuurd. De intentie van de nieuwe wet is volgens alle betrokkenen goed, maar de uitwerking laat te wensen over. Zo merken gemeenten dat het niet lonend is om door extra uitgaven voor bijvoorbeeld woningaanpassingen, huishoudelijke hulp en sociale recreatie, mensen langer thuis te laten wonen. Rotterdam rekende voor dat een dakloze die doorstroomt van beschermd wonen (betaald uit de landelijke AWBZ) naar begeleid wonen (betaald uit de gemeentelijke WMO) de rijksoverheid 40.000 euro bespaart, terwijl de gemeente 11.000 tot 30.000 euro extra uitgeeft. Gemeenten worden zo niet voor hun inspanningen beloond.

Volgens een evaluatierapport van bureau Deloitte zorgt de WMO al wel voor veel nauwere samenwerking van gemeenten met organisaties als zorgaanbieders, woningcorporaties, welzijnsinstellingen, en vrijwilligerscentrales, en cliëntenorganisaties. Hierdoor ontstaat een netwerk dat ook vroegtijdig problemen ‘achter de voordeur’ signaleert. „Ik heb nu met de organisaties werkafspraken gemaakt”, zegt wethouder Can-Engin van Gilze en Rijen. „Als afspraken niet worden nagekomen moet een deel van de subsidie worden terugbetaald.” Volgens het Deloitte-rapport werken ook de ambtelijke diensten beter samen.

De nieuwe wet zorgt voor veel nieuwe projecten. „Het duizelt me soms van alle initiatieven voor de WMO”, zegt wethouder Johanna Haanstra (PvdA) van Almere. In haar gemeente trok een WMO-conferentie met workshops over concrete projecten onlangs veel mensen. In Eindhoven is een mobiele mantelzorgwoning gebouwd. De Drechtsteden regelen samen de opvang van bijzondere groepen als daklozen en verslaafden. En in Maastricht is een ‘veiligheidshuis’ voor jeugdige veelplegers, waarin organisaties verplicht samenwerken om de jongeren weer op de rails te krijgen.

Kerngedachte van de WMO is het beginsel van de compensatie: gemeenten hebben de plicht burgers te ondersteunen om zo normaal mogelijk te kunnen functioneren. „Maar niemand weet wat die compensatie precies betekent”, zegt WMO-coördinator Bob van der Meijden van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). „Je springt in het diepe.”

Geen enkel ander Europees land kent zo’n verregaande verplichting. De grootste cliëntenorganisatie, CG-Raad (Chronisch Zieken en Gehandicapten Raad) spreekt van „een groot experiment”. Directeur Poppelaars: „Wij zeggen tegen gemeenten: ga met de burger in gesprek en breng zijn probleem in kaart. Laten gemeenten nou alsjeblieft de oude lijstjes met standaardvoorzieningen wegdoen. ” Brancheorganisatie van zorgaanbieders Actiz gaf onlangs aan een zelfde aanpak te willen. VNG en CG Raad hebben intussen de handen ineen geslagen. De VNG wil volgens coördinator Van der Meijden dat gemeenten met elke cliënt „een gesprek om de keukentafel” voeren. Dit betekent dat nauwelijks nog indicatiestelling zal plaatsvinden per telefoon, iets waarop cliëntenorganisaties en zorgaanbieders kritiek hadden. „Maar het zal wel meer kosten”, waarschuwt Van der Meijden. Bussemaker geeft in haar tussenbalans aan hiervoor „middelen” vrij te maken.

Het WMO-debat draaide – zeker in politiek Den Haag – steeds om de huishoudelijke hulp. „Terwijl het eigenlijk om iets anders gaat”, onderstreept Poppelaars van CG-Raad.