‘Het midden heeft het laten afweten’

Bas Plaisier vertrekt als scriba van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Hij bracht gereformeerden, hervormden en lutheranen samen in één kerk.

B. Plaisier Foto Joyce van Belkom Nederland, Amersfoort. 19-05-2005 (vlnr Ton van Eijk, voorzitter van de Raad van kerken, Bas Plaisier en Bischop van Luyn van Rotterdam) tijdens de bijeenkomst over het standpunt van de Raad van Kerken over de Europese grondwet. © Joyce van Belkom Belkom, Joyce van

Bas komt van Sebastiaan, Grieks voor ‘verheven persoon’. De heilige Sebastiaan was een soldaat uit de lijfwacht van de Romeinse keizer Diocletianus. Toen bekend werd dat hij christen geworden was, werd hij volgens de legende in het jaar 288 met zoveel pijlen doorboord, dat hij „meer weg had van een egel dan van een mens”.

Ds. Bas Plaisier, die aanstaande vrijdag in de Utrechtse Dom afscheid neemt als scriba (secretaris) van de Protestantse Kerk in Nederland, kent beide aspecten van zijn naam. In 1997 werd hij secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk. In 2000 werd hij scriba van de Samen op Weg-kerken (hervormd, gereformeerd en luthers).

Dezer dagen wordt hij hoog op het schild geheven, omdat hij hervormden, gereformeerden en lutheranen in 2004 in één kerk wist samen te brengen. Hij kreeg ook veel kritiek over zich heen, maar hij wist er zijn goede humeur bij te bewaren. „Voor zo’n proces moet je wel enige vrolijkheid kunnen opbrengen, naast een getemperd ongeduld. Je moet het niet loodzwaar maken.”

Plaisier beseft dat er er zijn leiding iets unieks tot stand is gebracht. Terwijl kerken in de hele wereld diep verdeeld zijn over ethische kwesties en de Anglicaanse kerk deze zomer zelfs dreigt te scheuren op het al dan niet aanvaarden van homoseksuele priesters, is de PKN erin geslaagd voor dergelijke meningsverschillen praktische oplossingen te vinden. „Onze kerk kent homoseksuele ambtsdragers, soms ook gehuwd. Dat wordt geaccepteerd en getolereerd, ook door gemeentes die daar niets van moeten hebben. Tegenstanders van het zegenen van homorelaties en van vrouwelijke ambtsdragers accepteren dat er op deze punten vrijheid bestaat. Gemeenten die het plaatselijk anders willen doen, krijgen daar volledig de ruimte voor. Voor veel kerken in het buitenland blijken we wat dit betreft een voorbeeldfunctie te hebben, omdat we erin geslaagd zijn bij alle verschillen die er zijn eenheid tot stand te brengen.”

Dat de drie verenigde kerken het met elkaar uithouden, is volgens Plaisier ook een voorbeeld voor de Nederlandse samenleving. „In de kerk proberen we elkaar vast te houden. We hebben geduld met elkaar. De kerk heeft geen haast. Dat geduld lijkt in de samenleving steeds meer te ontbreken. De Nederlandse samenleving lijdt aan de onverdraagzaamheid van de haast. Er heerst zo veel betweterigheid. Het lijkt wel of veel mensen die de kerk hebben verlaten, haar zendingsdrang hebben meegenomen. Men verwacht met harde maatregelen een samenleving even te kunnen veranderen. Daar zit een negativisme in dat we te boven moeten zien te komen.”

Bij de fusie van drie kerken zijn bijna alle gereformeerden meegegaan, maar zijn 50.000 hervormden van de behoudende vleugel afgehaakt. Zag u dat aankomen?

„Bij gereformeerden bestond aanvankelijk het schrikbeeld dat alles in de nieuwe kerk van bovenaf zou worden geregeld. Daar verzetten ze zich tegen. Ze wilden bijvoorbeeld niet dat de PKN een secretaris-generaal kreeg, zoals de Nederlandse Hervormde Kerk had. Door veel gesprekken en een nieuwe kerkorde hebben we de vrees voor centralisme kunnen wegnemen. We hebben duidelijk kunnen maken dat ze hun vrijheid zouden behouden. Daar kwam bij dat vooral in het zuiden en het oosten van het land veel gereformeerden toch al met hervormden samenwerkten in het ‘Samen op Weg’-proces. Bij de gereformeerden overheerste uiteindelijk ook het gevoel dat het maar eens afgelopen moet zijn met al die kerkscheuringen. Dat de nu hersteld-hervormden niet zijn meegegaan, zag ik op het laatst aankomen. Als de PKN niet tot stand was gekomen, dan was er ook een moment gekomen waarop zij zouden zijn afgehaakt. Veel bevindelijk hervormden, zoals je die bij voorbeeld vindt op de Veluwe, voelden zich allang vreemdelingen in hun eigen kerk. Dat zeiden ze ook in gesprekken die we met ze hadden. Ze hebben hun heil gevonden in de reformatorische zuil, met eigen reformatorische scholen en een eigen krant, het Reformatorisch Dagblad. Ze zijn meer verwant met rechtse christelijke gereformeerden en de Gereformeerde Gemeenten. Daar leeft veel meer de gedachte dat je de kerk zuiver moet houden.”

De positie van evangelische en confessionele christenen lijkt steeds sterker te worden in de PKN. Schuift de kerk naar rechts op?

„Tot de jaren negentig werd de toenmalige Nederlandse Hervormde Kerk gedomineerd door de zogeheten midden-orthodoxen. Die bepaalden het beleid, doordat ze tussen de behoudenden en de vrijzinnigen in zaten. Het midden van de kerk voelde zich zeer verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de hele kerk. Maar dat midden heeft het laten afweten. Hele regionale vergaderingen kwamen daardoor in handen van de behoudende Gereformeerde Bond in de hervormde kerk. Bonders en evangelischen zijn bereid en in staat hun posities in te nemen en zijn daardoor steeds zichtbaarder geworden.”

Wat betekent dat voor de positie van de vrijzinnigen in de PKN?

„Hun positie is zwakker geworden, ze worden minder gehoord. Maar ze moeten wel hun plek in de kerk houden als vertegenwoordigers van het cultuur-protestantisme dat altijd in Nederland heeft bestaan. Het zijn de vrijzinnigen die aandacht hebben voor de vragen die vanuit de cultuur en de wetenschap op de kerk afkomen. Die aandacht verpietert als ze zich niet meer laten horen.”

Bent u tevreden over de relatie tussen kerk en politiek?

„Het contact tussen kerk en politiek is veel beter dan tien jaar geleden. Onder Paars werd de kerk als verdwijnende minderheid gezien. Men sprak met vakbonden, ANWB en milieuorganisaties, maar ten aanzien van kerken bestond grote reserve. Dat is veranderd.

„Er is meer oog gekomen voor de samenbindende waarde van religie. Niet dat we nu frequent bij elkaar over de vloer komen, we blijven het op z’n Nederlands doen, allemaal soeverein in eigen kring.

„Maar we doen weer mee. In de nota over de prachtwijken van minister Vogelaar kwamen de kerken niet eens ter sprake. Na een gesprek met ons heeft ze opdracht gegeven de kerken alsnog in de beschouwing te betrekken. Het Hervormingsverdrag van Europa voorziet in regelmatige contacten tussen de Europese autoriteiten en de kerken en religieuze organisaties. Zoiets zou ook in de Nederlandse wetgeving moeten worden vastgelegd.”