Gratis schoolboek eigenlijk al achterhaald

De meeste conventionele schoolboeken zijn duur en niet toereikend. Zorg dat nieuw ontwikkeld leermateriaal gratis via internet beschikbaar wordt, zegt Fred Mulder e.a.

De politiek heeft gesproken: de schoolboeken worden onder voorwaarden gratis. Maar lang niet alle kritiekpunten zijn ondervangen. Deze maatregel verandert alleen de financiering van leermaterialen, maar laat het conventionele systeem van schoolboeken intact. De praktijk leert dat pakketten van schoolboeken, werkboeken en cd-roms kostbaar zijn, slechts deels worden gebruikt en nog vaak moeten worden aangevuld met door de leraar gecreëerde materialen. Het kan echt slimmer, goedkoper én beter. De tijd is rijp om over te stappen naar ‘open educational resources’: voor iedereen gratis en goed toegankelijk leermateriaal op internet.

De gerenommeerde Amerikaanse universiteit MIT was in 2001 de eerste in de wereld die gratis leermateriaal op internet plaatste. In Nederland heeft de aanpak van de Open Universiteit met gratis zelfstudiecursussen veel belangstelling gekregen. Inmiddels is er sprake van een wereldbeweging onder het label Open Educational Resources (OER) waar niet alleen steeds meer universiteiten deel van uitmaken, maar ook scholen voor voortgezet onderwijs. Het is deze OER-aanpak die een ware innovatie mogelijk maakt van het onderwijsproces, de totstandkoming en het gebruik van de leermaterialen, en de rol van de leraren hierbij.

In het rapport Rinnooy Kan wordt de stelling ingenomen dat de leraar weer aan het roer moet. Eén van de manieren om dit te bereiken is dat leraren betrokken worden bij het ontwikkelen van leermaterialen, solo of in teams. Dat kan in de rol van auteur maar ook als samensteller, toetsontwikkelaar, referent, adviseur of verstandig gebruiker. Maar wat is de praktijk? Per vak is slechts een beperkt aantal lesboeken beschikbaar en elk van deze methoden is ontwikkeld door een klein team van lerarenauteurs. Uit kostenoogpunt worden de schoolboeken in flinke oplagen gedrukt. Ze moeten dus een behoorlijke levensduur hebben. De tienduizenden andere leraren doen in dit proces slechts in de marge mee als bedenkers van aanvullende leermaterialen of geven feedback naar de auteurs van de schoolboeken, voor een volgende revisie.

De OER-aanpak kent daarentegen vaknetwerken van tal van leraren in alle hierboven genoemde rollen. Ook onderzoekers en andere experts van universiteiten en hogescholen dragen bij aan de inhoud van de digitale OER-schatkamer met nieuw ontwikkelde kennis. Leerlingen kunnen op hun beurt ook aanpassingen of aanvullingen inbrengen. Deze kennisbanken bevatten een grote verscheidenheid aan componenten: teksten, illustraties, audiofragmenten, videoclips, games, verwijzingen naar andere bronnen, combinaties met televisie, enzovoort. Er zijn prima navigatievoorzieningen en de kennisbanken worden continu geactualiseerd, ververst en aangevuld. Op eenvoudige wijze kunnen er (half-)producten uit worden gehaald, die door (teams van) leraren kunnen worden bewerkt of aangevuld tot lesmateriaal op maat in de vorm van bijvoorbeeld boeken of dvd’s. Al die digitale leermaterialen zijn zeker niet bedoeld ter vervanging van de klassikale les, maar als een rijke bron van leermaterialen waaruit op tal van manieren kan worden geput, in de klas, maar ook daarbuiten. Anders dan bij het ‘zusje’ van OER, Wikipedia, is er wel de absolute voorwaarde dat de kwaliteit van de OER-schatkamer geborgd wordt door panels van deskundigen.

Momenteel lopen in Nederland al enkele initiatieven waarin samenwerkende scholen (digitaal) materiaal ontwikkelen waarop andere scholen zich kunnen abonneren. Zelfs is er de ambitie om de lesmethodes op termijn te vervangen. Maar er is weinig aandrang om dit materiaal te delen met andere scholen, laat staan om dit vrij toegankelijk op internet te publiceren. Dit heeft te maken met de investeringen die worden gedaan en die scholen vanzelfsprekend willen terugverdienen. Zo komt dus materiaal dat op kosten van de gemeenschap is ontwikkeld, niet ter beschikking van die gemeenschap en wordt er op diverse plekken, los van elkaar, soortgelijk materiaal ontwikkeld. Tenslotte ontbreekt een overkoepelend kwaliteitssysteem dat de kwaliteit van de zo ontwikkelde leermaterialen kan borgen.

We kunnen een voorbeeld nemen aan het California Open Source Textbook Project (COSTP). In dit project wordt op basis van OER een nieuw model voor het ontwikkelen van leerboeken voor primair onderwijs voor de hele staat Californië geïntroduceerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van reeds bestaand vrij beschikbaar materiaal, veelal afkomstig van de beste leerkrachten in Californië. Men verwacht zo in vijf jaar tijd de kosten van schoolboeken te halveren.

Ook in Nederland zouden de initiatieven van samenwerkende scholen en teams van leraren ondersteund moeten worden door een nationale infrastructuur met bijbehorend kwaliteitssysteem.

Deze aanpak kan gefinancierd worden uit het budget voor de gratis schoolboeken. Zo worden de ‘schoolboeken’ niet alleen gratis voor ouders en kinderen, maar ook voor de scholen en leraren. Bovendien wordt de leraar niet alleen weer baas in de klas, maar ook baas over het boek.

Fred Mulder is rector magnificus. Robert Schuwer is projectleider Open Educational Resources. Darco Janssen is programmamanage. Ruud de Moor is verbonden aan het Centrum voor professionalisering van onderwijsgevenden. Allen aan de Open Universiteit Nederland.

Rectificatie / Gerectificeerd

Ruud de Moor

In het artikel Gratis schoolboek eigenlijk al achterhaald (4 juni, pagina 8) wordt Ruud de Moor opgevoerd als een van de auteurs. Ruud de Moor is de naamgever van het Ruud de Moor Centrum voor professionalisering van onderwijsgevenden.